Astarte

Home » Borstvoeding » Hoe werkt het?

Hoe werkt het?

Achter in de borst zitten een soort trosjes. Dit is het melkklierweefsel, daar wordt de melk aangemaakt. De kanaaltjes die vanuit de melkklieren naar de tepel lopen worden melkkanaaltjes genoemd en vervoeren de moedermelk. Vlak achter de tepel en de tepelhof bevinden zich de voorraadholtes.
In deze voorraadholtes verzamelt zich steeds een deel van de moedermelk. De moedermelk is dan meteen beschikbaar als de baby begint te drinken. Deze reeds beschikbare moedermelk wordt de voormelk genoemd en bevat verhoudingsgewijs veel vocht waarmee de baby in eerste instantie zijn dorst lest.

Zodra de baby begint te zuigen, komen er twee hormonen in het lichaam vrij: prolactine en oxytocine. De prolactine stimuleert de aanmaak van nieuwe melk. Hoe meer een baby uit de borst drinkt, hoe meer melk er zal worden aangemaakt. En als de baby minder gaat drinken, dan zal er minder melk worden aangemaakt. Dit noemen we het principe van vraag en aanbod van borstvoeding: het aanbod wordt afgestemd op de vraag.

De oxytocine die vrijkomt als de baby aan de borst gaat zuigen, zorgt ervoor dat de melkkliertjes zich gaan samentrekken. Hierdoor komt de melk die in de loop der tijd in de borst is aangemaakt en in de melkklieren ligt opgeslagen vrij en wordt naar voren gestuwd. Deze zogenoemde achtermelk heeft een veel hoger vetgehalte dan de voormelk (de melk die al eerder in de voorraadholtes achter de tepelhof was verzameld), en zorgt voor de energievoorziening zodat de baby gaat groeien en verzadigd is na de borstvoeding.
Deze reflexmatige reactie wordt de toeschietreflex genoemd en veel vrouwen voelen dit als een nogal tintelend of licht stekend gevoel in hun tepel of borst.
Ze krijgen het gevoel dat hun borsten vol schieten als de baby wakker wordt en zich laat horen. Je kunt dan ook wat melk 'lekken'.

De toeschietreflex, veroorzaakt door het vrijkomen van de oxytocine, is niet alleen afhankelijk van het zuigen aan de borst. Ook de gemoedstoestand van de moeder speelt hier een belangrijke rol in. Als ze meer pijn heeft of erg gespannen is kan het gebeuren dat de toeschietreflex op zich laat wachten of helemaal niet optreedt. Normaal helpt het in de meeste gevallen al als de moeder probeert te ontspannen door bewust ontspannen te gaan zitten, de schouders te laten hangen en een paar keer diep in te ademen. Als de moeder pijn heeft, bijvoorbeeld door naween of door hechtingen kan een pijnstiller (Paracetamol) soms ook helpen. Verdere trucjes om de toeschietreflex op te wekken zijn warmte, massage van de borst, een warme douche of iets warms te drinken.
In uitzonderlijke gevallen zal bovenstaande niet helpen en blijft de toeschietreflex iedere keer uit. Dit zal met name af en toe op kunnen treden bij vrouwen die hun melk afkolven. Deze vrouwen zouden gebaat kunnen zijn met syntocinon, een neusspray dat (synthetisch) oxytocine bevat en de toeschietreflex bevordert. Vaak is een paar keer al genoeg om het lichaam aan te leren om zelf de toeschietreflex op te wekken.

De kwaliteit van moedermelk

Het idee dat er 'soorten' melk zijn, de voor en achtermelk, en eventueel middenmelk is niet helemaal juist. Er is namelijk geen scherpe overgang tussen de voor- en de achtermelk. Het is niet zo dat je eerst 'magere' voormelk hebt, en daarna plotsklaps 'vette' achtermelk. In werkelijkheid is de overgang geleidelijk: de eerste melk die uit de voorraadholtes achter de tepel en tepelhof komt bevat relatief weinig vet, en naarmate er langer aan de borst leger wordt gedronken, is de melk die er uit komt steeds vetter. 
Maar de vetgehaltes per voeding kunnen nogal eens flink verschillen. Bijvoorbeeld de voormelk 's avonds kan vetter zijn dan de achtermelk 's morgens. Ook als je vaker voedt wordt de voormelk vetter. Als je op aanvraag voedt en de baby drinkt goed (is goed aan gelegd en zuigt goed), dan neemt de baby vanzelf tot zich wat hij nodig heeft. Je hoeft je dan ook geen zorgen te maken over de voor- of achtermelk. 
Als een baby minder goed aankomt, dan is het goed om meer melk te geven: vaker aanleggen en altijd twee borsten per voeding geven (of zelfs nog een keer van borst wisselen!). De kwaliteit van moedermelk is altijd goed!!!