Astarte

Home » Kraambed » Overige informatie

Overige informatie

Verklarende woordenlijst (opent in een popup venster)


Anticonceptie 
Alhoewel veel zo juist bevallen vrouwen hun hoofd niet hebben staan naar anticonceptie is het toch verstandig hier tijdig over na te denken.
Borstvoeding beschermt wel tegen zwanger worden (de lactatie - methode) maar het probleem ligt in het feit dat je niet weet wanneer je eisprong weer terug komt. Geef je flesvoeding dan kun je al weer snel na de bevalling vruchtbaar zijn. Gemiddeld komt na de bevalling indien je geen borstvoeding geeft na 6 weken je menstruatie alweer op gang. Daar twee weken voor je menstruatie de eisprong plaats vindt is het zaak op tijd te kijken naar een anticonceptie methode die bij jou past.

We hebben alles nog eens voor je op een rijtje gezet:

Wat is anticonceptie?
De WHO: anticonceptie is een verzamelnaam voor alle methoden en middelen, die tot doel hebben bevruchting van de eicel door de zaadcel, dan wel innesteling van de bevruchte eicel, te voorkomen.

1 keer per dag: de pil.
De pil (combinatiepil of minipil) moet je iedere dag innemen. Met behulp van hormonen wordt je beschermt tegen een zwangerschap en de combinatiepil zorgt er tevens voor dat je een regelmatige maandelijkse menstruatie krijgt.

1 keer per week: de anticonceptiepleister. 
De anticonceptiepleister moet je 1 keer per week op je lichaam plakken. Hij voorkomt zwangerschap doordat hormonen via je huid aan je lichaam worden afgegeven. Ook de anticonceptiepleister zorgt ervoor dat je een regelmatige maandelijkse menstruatie krijgt.

1 keer per maand: de anticonceptiering. 
De anticonceptiering draag je in je vagina. Deze anticonceptiering geeft hormonen af via je vagina en beschermt je zo een maand tegen een zwangerschap. Jijzelf brengt de anticonceptiering in en je kunt hem ook zelf verwijderen. Ook met de anticonceptiering krijg je een regelmatige maandelijkse menstruatie.

1 keer per kwartaal: de prikpil. 
Met de prikpil krijg je een hormoon per injectie die je 3 maanden beschermt tegen zwangerschap. Met de prikpil kun je niet zelf je menstruatie regelen en je kunt er niet mee stoppen wanneer jij wil omdat je moet wachten tot hij is uitgewerkt.

1 keer per 3-5 jaar: het anticonceptie staafje, het hormoonspiraaltje, het koperspiraaltje.
Een koperspiraaltje of een hormoonspiraaltje moet door een arts in je baarmoeder worden ingebracht. Beide beschermen je ca. 5 jaar en het hormoonspiraaltje doet dit, zoals de naam al zegt, mede met behulp van een hormoon. Nieuw is het anticonceptiestaafje, dit is een klein staafje dat door een arts in je arm wordt ingebracht en dat met behulp van een hormoon je 3 jaar beschermt tegen een zwangerschap. Met deze 3 methoden heb je echter geen controle over je menstruatie. Mocht je willen stoppen dan moeten ze alle drie door een arts worden verwijdert.

Permanent: sterilisatie.
Een sterilisatie kan zowel bij jou als bij je man plaatsvinden. Bij de man worden de zaadstrengen door een arts afgebonden, en jou worden de eileiders afgebonden (hier zijn verschillende technieken voor). Sterilisatie is een goede methode als je zeker weet dat je geen kinderen meer wil krijgen.

De overige.
De overige methodes zijn barrièremiddelen (condoom, vrouwencondoom, pessarium, femcap en spermiciden), periodieke onthouding (niet vrijen op die momenten van de maand dat je vruchtbaar bent), abstinentie (=geheelonthouding), coïtus interruptus ('voor het zingen de kerk uit') en de lactatie amenorroe (alleen dus als je net bevallen bent en borstvoeding geeft). Deze methoden zijn minder betrouwbaar in de bescherming tegen zwangerschap.

Note: Er zijn nog wel enkele andere methoden maar deze worden erg weinig gebruikt bijv.: Natural Family Planning, methode Billings, temperatuurmethode, Standaard dagen methode en de persona. Ze zijn of ingewikkeld of minder betrouwbaar.

Anticonceptie en hun betrouwbaarheid 

De betrouwbaarheid van een anticonceptie methode kun je waarderen door een cijfer, wij noemen dit de Pearl index. Deze index geeft het aantal zwangerschappen weer die ontstaat ondanks dat er een anticonceptie wordt gebruikt, per 100 vrouwen gedurende 1 jaar.
Er worden 2 cijfers weergegeven: het in theorie haalbare cijfer bij gebruik zonder fouten en het cijfer in de praktijk, die dus in het echt zwanger worden.
Bij de methoden waarbij je zelf geen invloed hebt op de betrouwbaarheid (bijv. het spiraal) zijn beide cijfers meestal gelijk.

Pearl Index: in theorie in de praktijk
Klassiek methoden:
- Abstinentie 0 >10
- Coïtus interruptus 1 12-38
- Lactatie amenorroe (0-4 mnd.) 0 0,3
- Lactatie amenorroe (5-6 mnd.) 1-3 3-16
Natuurlijke methoden:
- Temperatuurmethoden 1 1,5-7
- Methode Billings (cercixslijm) 1,2-2,9 15,5-34,9
- Natural Family Planning (cyclusverandering) 0,7 7-16
- Periodieke onthouding 3,3 5,9-47
- Persona(r) 6 4,2-8,3
- Standaard dagen methoden 4,7 11,9
Barrièremiddelen:
- Condoom 2 12
- Vrouwencondoom 2,6 10
- Pessarium 1 3,5
- Femcap 1 3,5
- Spermiciden 4 4-37
Hormonale methoden:
- Combinatiepil 0,5 0,2-10
- Anticonceptiering (NuvaRing(r)) 0,4 0,65
- Anticonceptiepleister (EVRA(r)) 0,59 0,71
- Prikpil <0,1 0,6
- Minipil * Cerazette(r) 
* Microlut(r) 
* Microval(r)
0,14
1,17
1,17
?
?
?
- Implanon(r) 0 0,3
- Intrauterien hormoonafg.syst. Mirena(r) 0,1-0,2
Intra-uteriene methoden:
- Inerte IUD's 1,9
- Koperopp. <200 mm2 2,1
- Koperopp. >200 mm2 0,7
- Koperimplantaat (Gynefix(r)) 0,2
Definitieve methoden*:
- Vasectomie <0,1 0,5
- Sterilisatie vrouw:
o Chirurgische ligatie 0,2-0,3
o Bipolaire coagulatie <0,3
o Filshie clip <0,7
o Falope Ring <0,4
o Siliconenplug (Ovabloc(r)) 0,4-2,6

* Betrouwbaarheid mede afhankelijk van de ervaring van degene die de ingreep uitvoert.

Bron: NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie)

De (combinatie)pil 

Waarschijnlijk het meest bekende anticonceptiemiddel. Sinds de utrechtse hoogleraar verloskunde Prof. Haspels begin jaren '60 van de vorige eeuw de pil uitvond is het dan ook een veelgebruikte anticonceptiemethode geworden. Als men het heeft over de pil dan wordt de zogenoemde combinatiepil bedoeld. Deze bevat namelijk 2 hormonen: een oestragene en een progestagene component en is verkrijgbaar in verschillende merken. 

De verschillen zitten in de combinatie, de dosering en hormonen. De combinatiepillen zitten in een strip en je slikt er elke dag 1 gedurende 3 weken. Na deze 3 weken volgt er een stopweek waarin je geen pil slikt. In deze week krijg je een onttrekkingsbloeding (= soort ongesteldheid). Tijdens deze stopweek ben je uiteraard ook beschermd tegen een evt. zwangerschap. 

Na de stopweek begin je weer met een nieuwe strip pillen. Met de combinatiepil kun je tevens je menstruatie uitstellen door na je vorige strip meteen met een nieuwe strip te beginnen. 

De combinatiepillen zijn er als één-fasepil waarbij je iedere dag precies dezelfde hoeveelheid hormonen krijgt en als twee- en drie-fasenpil, waarbij dan de hoeveelheid oestrogeen en progestageen in de tabletten in de loop van die 3 weken verandert.

Voordelen:

Nadelen:

Wat te doen indien je een pil bent vergeten in te nemen? Informatie hier over op: http://www.pilvergeten.nl.

De minipil

Deze bevat alleen de prostagene component. Doordat er geen oestrogeen in zit is deze eigenlijk beter indien je borstvoeding geeft en voor vrouwen die geen oestrogeen mogen of willen gebruiken. Een ander verschil met de combinatiepil is dat je met de minipil geen controle over je menstruatie hebt. Je slikt de minipil namelijk iedere dag van de maand en je hebt dus geen stopweek meer. Doordat de oestrogene component ontbreekt wordt de menstruatiecyclus minder voorspelbaar. Je menstruatie wordt meestal onregelmatiger of kan helemaal wegblijven. Dat je niet meer ongesteld wordt, wil overigens niet zeggen dat je minder goed beschermd zou zijn tegen zwangerschap.

Voordelen:

Nadelen:

De anticonceptiepleister

Dit is een van de nieuwere anticonceptiemethoden. Deze pleister heeft net als de combinatiepil een oestrogene en progestagene component.Deze hormonen worden door de pleister iedere dag afgegeven via je huid in een constante dosering. Je kunt de pleister plakken op bijv. de buitenkant van je bovenarm, de bovenkant van je romp, je onderbuik of je billen. Je mag hem echter niet op je borsten en je bovenbenen plakken. 

Je draagt deze pleister 1 week en hierna moet je hem weer vervangen door een nieuwe, die je dan weer op een andere plek moet plakken dan de eerste. Na achtereenvolgens 3 pleisters geplakt te hebben sla je een week over. In die week zonder pleister zul je ongesteld worden. Na de pleistervrije week begin je weer met een nieuwe cyclus.

Voordelen:

Nadelen:

De anticonceptiering

Dit is een flexibele kunststof ring die je zelf inbrengt en net als een tampon in je vagina draagt. Hij is gemakkelijk in te brengen en te verwijderen en heeft net als de combinatiepil een oestragene en een progestagene component. In tegenstelling tot de pil hoef je er echter niet iedere dag aan te denken; de anticonceptiering beschermt je een maand lang tegen zwangerschap. 

Je draagt hem 3 weken onafgebroken en in deze tijd geeft de ring via je vagina elke dag een constante lage dosering hormonen aan je lichaam af. Na deze 3 weken gooi je de anticonceptiering weg en heb je een stopweek waarin je menstruatie begint en waarin je dan ook nog steeds beschermd bent tegen een eventuele zwangerschap. Daarna doe je weer een nieuwe anticonceptiering in en begint de cyclus weer van voren af aan. De hoeveelheid hormonen die de anticonceptiering aan je lichaam afgeeft is bijzonder laag. 

Hierdoor is het één van de lichtste vormen van anticonceptie. De exacte positie in je vagina van de anticonceptiering is niet belangrijk voor de werking. Als je de ring goed geplaatst hebt zul je deze niet eens voelen. Tijdens het vrijen wordt de ring over het algemeen ook niet gevoeld. Met de anticonceptiering kun je, net als bij de pil, ook je menstruatie eventueel uitstellen of verschuiven.

Voordelen:

Nadelen:

De prikpil

De prikpil wordt, zoals de naam al doet vermoeden, gegeven per injectie en bevat de progestagene component. Je krijgt dan een dosering die je 12 weken tegen een eventuele zwangerschap beschermt. Door de eenmalige toediening per kwartaal kun je dus niet je menstruatie regelen. Je menstruatie wordt in het begin onregelmatig en na verloop van tijd zelfs helemaal wegblijven. 

Als je niet meer menstrueert betekent overigens niet dat je minder goed beschermd zou zijn. Als de prikpil is uitgewerkt kan het lang duren voordat je normale cyclus weer terug is soms wel een half jaar tot een jaar. Als er klachten mochten optreden door het gebruik van de prikpil zul je dus ook geduld moeten hebben tot het hormoon is uitgewerkt want je kunt het niet ineens uit je lichaam halen.

Voordelen:

Nadelen:

Onderhuids 

Het anticonceptiestaafje is een dun kunststof staafje ter grootte van een lucifer dat vlak onder de huid van je bovenarm wordt ingebracht door je huisarts of gynaecoloog. Je zult hem alleen voelen als je er met je vinger overheen gaat. Het kan daar tot 3 jaar blijven zitten en beschermt je dmv. de progestagene component. 

Het anticonceptiestaafje geeft elke dag een constante lage hoeveelheid van dit hormoon af aan je lichaam. Met dit staafje hoef je 3 jaar lang dus niet aan je anticonceptie te denken. Hierna moet je het staafje weer door een arts laten verwijderen. Dit kan als jij dat wil uiteraard ook eerder. Je menstruatie kun je er niet mee regelen en deze kan onregelmatig worden of zelfs helemaal wegblijven. 

Dat je menstruatie wegblijft betekent overigens niet dat je minder goed beschermd zou zijn tegen zwangerschap. 

Voordelen:

Nadelen:

In de baarmoeder 

Het koperspiraaltje
Het koperspiraaltje wordt door de 5 jaar durende werking vooral gekozen door vrouwen die weten dat ze voor een langere tijd geen kinderen willen en/of geen hormonen willen of mogen gebruiken. Het spiraaltje moet door een arts in je baarmoeder worden geplaatst. Het baarmoederslijmvlies wordt door het spiraaltje zodanig verandert dat een eventueel bevruchte eicel zich niet kan innestelen. 

Bovendien zorgt het koper in dit spiraaltje ervoor dat zaadcellen niet meer in staat zijn een eicel te bevruchten. Met het koperspiraaltje kun je de menstruatie niet regelen en deze kan zelfs langer worden en pijnlijker zijn dan je gewend bent. 

Voordelen:

Nadelen:

Het hormoonspiraaltje

Het hormoonspiraaltje wordt door de 5 jaar durende werking vooral gekozen door vrouwen die weten dat ze voor een langere tijd geen kinderen willen krijgen. Het spiraaltje moet door een arts in je baarmoeder worden geplaatst en geeft daar constant een zeer lage dosis progestageen af aan je lichaam. 

Deze hoeveelheid is dermate laag dat de maandelijkse eisprong nog wel kan blijven optreden maar je bent met het hormoonspiraaltje toch goed beschermd tegen een eventuele zwangerschap omdat door en het hormoon en het spiraaltje het baarmoederslijmvlies ongeschikt wordt gemaakt voor innesteling. 

Met het hormoonspiraaltje kun je de menstruatie niet regelen en deze kan in het begin onregelmatig zijn en zelfs na verloop van tijd ook wegblijven. Dat je menstruatie wegblijft betekent overigens niet dat je minder goed beschermd zou zijn tegen zwangerschap.

Voordelen:

Nadelen:

De sterilisatie

De sterilisatie is een definitieve en in principe onomkeerbare methode van anticonceptie die kan worden uitgevoerd bij zowel de man als de vrouw. (Bij de man iets eenvoudiger uit te voeren) 

Bij de man worden meestal onder plaatselijke verdoving, de zaadleiders doorgeknipt en afgebonden (vasectomie). Er mag pas onbeschermd gevreeën worden indien na controles van het sperma blijkt dat er geen nog levende zaadcellen in zitten.

Bij sterilisatie van de vrouw worden beide eileiders via de buikwand dmv. Laparoscopie (=kijkoperatie) afgesloten door coaguleren (=dichtbranden), afbinden,ringen of clips. Deze ingreep vindt plaats onder algehele narcose in dagbehandeling. Een nieuwere vorm van sterilisatie bij de vrouw is de Ovabloc-methode waarbij via de vagina en baarmoeder een vloeibare siliconenmassa in beide eileiders wordt ingebracht die binnen 5 minuten stolt tot zacht siliconenrubber en vervolgens een soort plugjes vormt. Dit kan onder plaatselijke verdoving plaatsvinden.

Als je kiest voor sterilisatie moet je wel bedenken dat het een definitieve methode is en zeker weet dat je geen kinderen meer wil. Heel soms komt men toch terug op deze beslissing en kan een hersteloperatie uitgevoerd worden. Of dit lukt is dan in sterke mate afhankelijke van de manier van steriliseren, hoe lang het geleden is en de leeftijd (naarmate men ouder wordt neemt de vruchtbaarheid sowieso af).

Voordelen:

Nadelen:

Barrièremiddelen

Barrièremiddelen zijn middelen die letterlijk een barrière vormen tussen de eicel en de zaadcellen. Zowel de man als vrouw kan deze methode van anticonceptie gebruiken.

Het bekendste en waarschijnlijk meest gebruikte barrièremiddel is het mannencondoom dat, om de betrouwbaarheid te verhogen vaak wordt gebruikt in combinatie met zaaddodende middelen (spermiciden). Het condoom moet tijdig om de penis worden gedaan ivm. het voorvocht voor het vrijen en mag ook niet te vroeg worden verwijdert. 

Er bestaat sinds enkele jaren ook een vrouwencondoom, dat uit een zakje met twee ringen bestaat: één ring komt boven (hoog) in de vagina te zitten en de andere ring ligt aan de buitenkant tegen de schaamstreek. 
Verder kan de vrouw nog kiezen uit het pessarium occlusivum (dichte ring van rubber die de vrouw zelf kort voor de gemeenschap diagonaal in de vagina inbrengt) en de femcap (een kapje dat de baarmoedermond afsluit).

De barrièremiddelen blijken in de praktijk minder betrouwbaar dan je op basis van theorie zou verwachten omdat de werking in grote mate afhankelijk is van een juiste gebruik. Bij wisselende contacten worden condooms wel geadviseerd naast andere anticonceptiemethoden omdat deze als enige beschermen tegen SOA's (= Seksueel Overdraagbare Aandoeningen > geslachtsziekten)

Voordelen:

Nadelen:

Periodieke onthouding 

Onder periodieke onthouding wordt verstaan het afzien van geslachtsgemeenschap rondom de ovulatie (eisprong). Er zijn een aantal 'natuurlijke' methoden die de ovulatie trachten te voorspellen of bepalen. De periodieke onthouding dient 7 dagen voor de ovulatie, zo lang kunnen zaadcellen namelijk in de baarmoederhals overleven, te starten en duurt tot 2 dagen na de ovulatie. 

Natuurlijke methoden zijn:

Voordelen:

Nadelen:

Overige methoden

De overige methoden waarbij geen anticonceptiemiddel toegepast wordt, zijn:

Voordelen:

Nadelen:

Note: door het instellen van de hormonen mag je er niet vanuit gaan dat de eerste strip veilig is na de bevalling en is het dus verstandig om er aanvullende anticonceptie bij te gebruiken (bijvoorbeeld condooms).


Wat doet de bekkenbodem?

De bekkenbodem is een groep van spieren die de onderkant van het bekken afsluit met daarin de openingen voor de urine- en ontlastingswegen en het baringskanaal. De spieren ondersteunen de organen in het bekken en de buik: de blaas, de endeldarm en de baarmoeder. Als de spieren zijn aangespannen worden de plasbuis en de anus en bij vrouwen de vagina afgesloten. Hiermee wordt ongewild urine- of ontlastingverlies voorkomen. 

Daarnaast zorgen de spieren voor een goede werking van de vagina, de penis en de zaadballen.

Onderbuik van de man

Onderbuik van de vrouw

Bekkenbodemproblemen 
Door verschillende oorzaken kan de bekkenbodem minder goed gaan werken. De organen kunnen minder steun krijgen en naar beneden gaan zakken. Het openen en sluiten van de verschillende openingen kan moeilijker gaan of de organen in de onderbuik gaan slechter functioneren, wat weer invloed heeft op de bekkenbodem. Vrouwen die eerder zijn bevallen hebben vaak aan den lijve ondervonden dat een zwangerschap of bevalling van invloed hierop kunnen zijn.
De klachten of problemen waar veel mensen mee te maken hebben zijn van milde, voorbijgaande aard tot zeer ernstig en belemmerend in het dagelijkse leven.

Welke klachten of problemen kunnen met de bekkenbodem te maken hebben? 

1. Plasklachten

2. Ontlastingproblemen

3. Seksuele stoornissen

4. Pijnklachten

Meer dan alleen een lichamelijke klacht
Uit onderzoek blijkt dat bekkenbodemproblemen kunnen leiden tot grote sociale en psychische problemen. Veel vrouwen met deze klachten voelen zich ongemakkelijk in gezelschap en verbergen hun klachten door dan maar thuis te blijven. Eigenlijk is dat niet nodig omdat vaak een goede behandeling mogelijk is. 

De invloed van de zwangerschap op je bekkenbodem 
Tijdens de zwangerschap verslapt je bekkenbodem door een verhoogde aanwezigheid van het hormoon relaxine. Daarnaast neemt door de groei van het kindje en de baarmoeder de belasting op de bekkenbodem in korte tijd erg toe. De draaglast wordt nog groter wanneer er zwaar lichamelijk werk gedaan wordt. 

Door de groei van je baarmoeder kan je blaas gehinderd worden zich te vullen doordat er geen voldoende ruimte meer is om uit te zetten. Hierdoor kan de blaas minder urine bevatten en zal je dus vaker, kleinere hoeveelheden plassen.

De blaas wordt geprikkeld om te plassen door drukreceptoren. Wanneer je blaas zich vult worden deze langzaamaan indrukt totdat ze het signaal legen geven. Door die groter wordende baarmoeder is de ruimte dus beperkter en worden die drukreceptoren sneller ingedrukt met als gevolg dat je vaak het signaal legen krijgt. Dit verklaart waarom je in de eerste en de laatste maanden vaak kleine beetjes plast. In het begin is het de groeiende baarmoeder, later het steeds dieper komende hoofdje van de baby. 

De blaas kan tijdens de zwangerschap letterlijk in de verdrukking komen. Door die hoge druk kan stressincontinentie ontstaan. Dit ontstaat wanneer de druk op de blaas, dus in de buik groter is dan de tegendruk die de bekkenbodemspieren kunnen ontwikkelen. In rust hebben de meeste zwangere geen last van urineverlies maar wanneer men gaat bewegen en de druk toeneemt ontstaan de problemen.

Bij hoesten, hard niezen, lachen etc en zware lichamelijke arbeid bijv. tillen en dragen ontstaat een hogere druk in de buik waardoor ook stressincontinentie kan ontstaan. Het kan dan helpen om tijdens deze activiteiten preventief, dus van tevoren, je bekkenbodem aan te spannen en gewoon door te ademen.

Het is ook belangrijk goed uit te plassen. Achtergebleven restje urine kunnen leiden tot tot blaasontstekingen. Neem altijd de tijd om te plassen, ga ook als je moet, zorg dat je goed rechtop zit en plas zo mogelijk in één keer uit. Hard persen tijdens het plassen heeft geen zin. Wanneer er geen urine meer komt zou je door je bekken nog een aantal keren te kantelen kunnen proberen de laatste restjes urine nog richting urinebuis te verplaatsen zodat deze alsnog uitgeplast kunnen worden. 

Ook de stoelgang is een probleem voor veel vrouwen tijdens de zwangerschap. De meest voorkomende klacht is obstipatie. Onder invloed van het hormoon progesteron gaan je darmen trager werken, zodat je lichaam meer vocht kan onttrekken benodigd voor de zwangerschap. Dit kan nog eens verergeren door het gebruik van ijzerpreparaten. 

Een vezelrijk dieet, voldoende vochtinname en voldoende beweging zijn uiteraard de eerste belangrijke adviezen maar daarnaast is de toiletgang erg belangrijk. Neem zeker nu voldoende tijd om naar het toilet te gaan. Wanneer je aandrang krijgt, ga dan ook meteen naar het toilet. Ga zitten met een licht gebolde rug, adem goed in en pers dan op de uitademing. 

De invloed van de bevalling op je bekkenbodem 
Tijdens de bevalling passeert je baby de bekkenbodem en hierbij worden de bekkenbodemspieren fors opgerekt. Soms zo fors dat er sprake is van een overrekking van die spieren en er ook scheurtjes ontstaan in de spieren van de bekkenbodem en in de zenuwen die dit gebied verzorgen. 

Tijdens de bevalling moet het kindje de bekkenbodem passeren. Deze spierlaag wordt daarbij fors opgerekt, zo fors dat in de meeste gevallen er duidelijk sprake is van overrekking en spierscheurtjes in de bekkenbodem en in de zenuwen die de bekkenbodem verzorgen. Door het fors uit gerekt worden van de vaginawand kan de urinebuis wat naar beneden gedrukt worden wat later problemen kan geven. Ook langdurige druk op de bekkenbodem en kunstverlossingen kunnen leiden tot schade aan de bekkenbodemspieren en de zenuwen.

Voorkomen is beter dan genezen 
Zowel jij als je bekken en bekkenbodem hebben de eerste dagen na de bevalling rust nodig om te herstellen. Probeer veel te rusten en wissel dit af met korte stukjes lopen bv. naar de bad- of babykamer en even zitten om koffie te drinken. Zorg ook dat je niet een te lange tijd achter elkaar staat, ga bijv. na het badderen van je baby weer een tijdje liggen.

Let ook nu, na de bevalling weer goed op het leegplassen van je blaas. Ook bij de defaecatie wordt hard persen op je nog niet herstelde bekkenbodem sterk afgeraden. Wacht gewoon op goede aandrang en pers altijd op de uitademing. Eventueel gebruik van laxeermiddel ie toegestaan, overleg wel even met ons.

Ook de eerste weken na je bevalling is het nog niet verstandig zware huishoudelijke of lichamelijk activiteiten te verrichten. We bedoelen daarmee dat je beter nog geen dingen moet doen waarbij je veel kracht moet zetten. Jouw bekkenbodem is meestal nog niet voldoende hersteld om deze stijging van de buikdruk bij dat soort activiteiten op te vangen. Als het niet anders kan, denk er dan in ieder geval aan van tevoren goed je bekkenbodemspieren aan te spannen en zorg dat je goed doorademt. Probeer dit altijd te doen bij activiteiten die kracht kosten. Je zal hier best bij moeten nadenken in het begin maar oefening baart kunst. Oefen in het kraambed alvast het leren voelen van je bekkenbodemspieren. 

Oefeningen voor de bekkenbodem 
Met deze oefeningen kun je de eerste dagen na de bevalling al rustig beginnen. Probeer de oefeningen 2 maal per dag 30 maal te doen en probeer rustig 2 ademhalingen te maken tussen de oefeningen.

1. Uitgangshouding: ruglig met gebogen benen of in zijlig

2. Uitgangshouding: ruglig

3. Uitgangshouding: ruglig met gebogen benen

Welke vormen van incontinentie zijn er:

Als er 6 maanden na de bevalling nog klachten zijn van bovenstaande aard, ga dan naar je huisarts en vraag een doorverwijzing naar een goed opgeleide bekkenfysiotherapeut.

Zelf je bekkenbodem trainen 
Bekkenbodemtherapie is een methode waarbij je leert de spieren van de bekkenbodem te voelen en bewust te gebruiken. Omdat jij de spieren van de bekkenbodem zelf niet kunt zien, is het soms moeilijk om ze te trainen en goed te gebruiken. Door deze spieren te trainen kunt je eventueel urineverlies tot een minimum terugbrengen of helemaal voorkomen. 

Je kunt de bekkenbodemspieren bewust aanspannen waardoor het gemakkelijk wordt om ze sterker te maken. Deze oefeningen hebben geen bijwerkingen. Je kunt ze dus altijd eerst proberen voordat je een andere behandelmethode kiest. Na een oefenperiode van 2-3 maanden zou je een verbetering moeten merken. Als dit niet het geval is vraag je de huisarts alsnog om doorverwijzing naar een goed opgeleide bekkenfysiotherapeut.

Het vinden van de juiste spieren is belangrijk 
Het is niet gemakkelijk om zelf de plaats van de bekkenbodemspieren te bepalen. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 30% van de vrouwen die hun bekkenbodemspieren proberen te oefenen, dit niet op de juiste manier doet. Het is van belang dat je weet wat de meest voorkomende fouten zijn. 

Dit zijn: 

De volgende test helpt je bij het vinden van de bekkenbodemspieren 
Probeer de urinestroom tijdens het plassen te onderbreken. Probeer te voelen met welke spieren je dit doet. Je gebruikt deze spieren ook als je probeert een windje tegen te houden. Dit zijn de spieren die je moet oefenen. Dit is alleen een test om de juiste spieren te vinden en je hoeft deze test dus niet regelmatig te herhalen.

Juiste aanspanning van de spieren
Bij een juiste aanspanning van de bekkenbodemspieren voelt het alsof je het bekken een beetje omhoog tilt, naar boven in het lichaam. Andere lichaamsdelen, zoals billen, buik en binnendijen, moeten hierbij niet meebewegen. Als je nu weet hoe je de spieren op de juiste manier aanspant, oefen je u zoveel mogelijk zonder andere spiergroepen te gebruiken. Verhoog het aantal herhalingen geleidelijk aan tot 10 keer. Probeer elke aanspanning van de spieren 6-8 seconden te laten duren.

Intensieve training van bekkenbodemspieren 
Als je de spieren 8 seconden lang aangespannen kunt houden, kun je proberen of je de spieren verder naar binnen kunt trekken met 3-4 snelle samentrekkingen aan het einde van elke 'spanningsperiode': aantrekken, vasthouden, vasthouden, snel omhoog trekken, omhoog, omhoog. Herhaal deze oefening voor de bekkenbodemspieren 3 keer op een dag met 10 herhalingen per keer. Houd elke keer de spieren gedurende 6-8 seconden vast. 

Voor een optimaal resultaat voor uw bekkenbodemspieren moet je de hierboven beschreven intensieve oefeningen ongeveer 6 maanden volhouden. Als het gewenste effect is bereikt, kunt je de frequentie verlagen zonder dat de spierkracht verloren gaat.

Houding voor correcte oefeningen van de bekkenbodemspieren 
Om de bekkenbodemspieren afzonderlijk te kunnen trainen, moet je een houding kiezen waarbij je bijna geen andere spieren gebruikt en waarbij je zo hard mogelijk kunt oefenen. Kies een van de hieronder vermelde houdingen en zoek de houding die het beste bij jou past.

  1. Ga met je benen een stukje uit elkaar staan. Plaats je handen op je bilspieren en zorg dat je deze spieren niet gebruikt wanneer je de bekkenbodemspieren naar boven en naar binnen aantrekt.
  2. Ga op je buik liggen met één knie gebogen. Trek de bekkenbodemspieren aan.
  3. Kniel met je voeten bij elkaar en je knieën een beetje uit elkaar. Laat je hoofd op je handen steunen. Trek de bekkenbodemspieren omhoog en naar binnen.
  4. Ga op je rug liggen met gebogen knieën en je voeten een stukje uit elkaar. Plaats één hand op je billen en één hand op je buik en zorg dat je deze spieren niet belast. Trek je benen omhoog tegelijk met de bekkenbodemspieren.
  5. Ga zitten met gekruiste benen en een rechte rug. Trek de bekkenbodemspieren vanaf de vloer omhoog en naar binnen.
  6. Ga staan met je knieën en heupen gebogen en leun met je armen op je dijen. Houdt hierbij je rug hierbij recht. Druk de bekkenbodemspieren omhoog en naar binnen.

Geef niet op
Na 2-3 maanden regelmatig oefenen moet je het verschil kunnen merken. En bedenk dat het 60% van de vrouwen lukt om na één jaar van intensief trainen het urineverlies te minimaliseren of helemaal te laten stoppen. 

Het is nooit te laat om de bekkenbodemspieren te gaan oefenen. Zelfs vrouwen van boven de 70 hebben verbetering gemerkt nadat zij met de oefeningen waren begonnen. Door de oefeningen in de dagelijkse routine op te nemen worden deze net zo logisch als tandenpoetsen. 

Meer dan 1 miljoen mensen in Nederland hebben last van één of meerdere bekkenbodemklachten. 
U bent dus beslist niet de enige!

 


Consultatiebureau

Na je kraamperiode neemt het consultatiebureau de zorg voor jouw baby van ons over en zullen je met raad en daad terzijde staan bij ongemakken en opvoedkundige vragen. De cb-arts en wijkverpleegkundige zullen nauwkeurig de motoriek, de zintuigen, het gewicht, de groei en de ontwikkeling van je baby in de gaten houden. Daarnaast geven ze je adviezen over de verzorging en opvoeding en kun je er met allerlei vragen op dat gebied terecht. 

Aanmelden
Woon je in Leiden dan wordt na aangifte bij de Burgerlijke Stand de geboorte van je baby automatisch doorgegeven aan het consultatiebureau bij jullie in de wijk. In de overige gemeentes rond Leiden bel je de achtste dag van het kraambed 071 - 409 3333 om je aan te melden en een afspraak te maken voor het intake gesprek.

Wat doet het consultatiebureau?

Intake gesprek
In de tweede week na de geboorte komt de wijkverpleegkundige volgens afspraak langs om kennis te maken en alle belangrijke dingen omtrent de bevalling en kraambed verder uit te vragen. Zij zal je uitgebreid uitleggen wat het consultatiebureau allemaal doet en beantwoord, indien nodig, vragen die je mocht hebben over de voeding of de verzorging van je baby. Tijdens dit 'intake gesprek' krijg je het groeiboekje uit gereikt. Dit is het boekje waarin je de groei en ontwikkeling van jouw kindje in de eerste vier jaar op de voet kunt volgen. Het is de bedoeling dat je het boekje bij ieder bezoek aan het consultatiebureau meeneemt. 

Als de wijkverpleegkundige bij jullie langskomt, zal zij meteen vertellen wanneer het zogenaamde inloopspreekuur is. Op die tijden kun je zonder afspraak naar binnen lopen met je kindje om bijv. even te wegen. Als er tussentijdse problemen zijn kun je altijd contact opnemen met het consultatiebureau.

Het eerste bezoekje
Het eerste bezoek aan het consultatiebureau zal plaatsvinden als het kindje ongeveer vier weken oud is. Je krijgt dan het eerste gesprek met de consultatiebureau-arts (cb-arts). De cb-arts kijkt naar de groei en ontwikkeling van je baby. Er wordt onder andere gekeken naar de grove en fijne motoriek, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de spraak- en taalontwikkeling. Verder doet de arts een algeheel lichamelijk onderzoek. Hij bekijkt bijvoorbeeld naar de ogen van je kindje. De arts bestudeert de volgbewegingen, pupilreflexen en onderzoekt de ogen met doorvallend licht. Verder vraagt de arts je toestemming om je kind te vaccineren. Alle bevindingen van de cb-arts worden in het groeiboekje genoteerd.

Tweede bezoekje
Het vervolgbezoek is meestal zo'n twee weken na je eerste bezoek. De baby wordt dan weer gewogen en gemeten en er wordt gekeken naar de gezondheid. Natuurlijk kun je ook je vragen kwijt over de voeding of de verzorging bij de wijkverpleegkundige. Daarna krijgt je baby de eerste inentingen. Je hebt in de eerste weken na de bevalling een setje met vaccinatiekaarten opgestuurd gekregen van de endadministratie te Zoetermeer. Deze moet je goed bewaren en altijd meenemen naar het consultatiebureau.

De oortjes
Als ouders merk je meestal wel of je kindje op de huiselijke geluiden reageert maar toch blijft het moeilijk vast te stellen of je kindje ook echt goed hoort. Daarom wordt er bij je kindje als het ongeveer negen maanden oud is en geen neonatale gehoortest heeft gehad vlak na het kraambed, op het consultatiebureau een gehoortest afgenomen. Goede oren zijn belangrijk voor de spraak- en taalontwikkeling van het kind. Vooral voor de taalontwikkeling is het belangrijk dat kinderen ook de zachte geluiden op alle toonhoogten goed kunnen horen. Tijdens de test zit je baby bij jou op schoot. De geluiden van de test zijn voor kleine kinderen zeer aantrekkelijk. Aan elk oor worden verschillende geluiden in verschillende toonhoogten aangeboden. Er wordt op die manier gekeken of je kindje zachte geluiden op alle toonhoogten kan horen. Direct na de test krijg je de uitslag en als alles in orde is, hoef je voor de oortjes niet meer terug te komen op het consultatiebureau.

Is het verplicht?
Bezoek aan het consultatiebureau is zeker niet verplicht, maar wel aan te raden. Zo kunnen eventuele problemen vroegtijdig worden opgespoord en worden behandeld. Ook kunnen allerlei vragen over voeding, verzorging en slaapgedrag worden beantwoord. De bezoeken aan het consultatiebureau zijn overigens gratis.

Hoe vaak
Tot je kind een half jaar oud is bezoek je het consultatiebureau ongeveer een keer per maand. Daarna, tot je kind ongeveer veertien maanden is, eens per twee à drie maanden. Je kunt tussentijds altijd contact opnemen met het bureau als je bijvoorbeeld vragen hebt of het gevoel hebt dat er iets niet helemaal in orde is met je kind. 

Wat neem je mee bij ieder bezoek:

Geschiedenis en organisatie

Begin 1900 werd het eerste consultatiebureau geopend in Den Haag. Alleen in Amsterdam is het altijd de gemeente geweest die de ouder- en kindzorg regelde. De consultatiebureaus zijn ontstaan vanuit de kruisverenigingen die zich het lot van zuigelingen en hun moeders aantrokken.Dit verklaart ook nu nog dat in de meeste gemeentes de consultatiebureaus door de thuiszorgorganisaties (de opvolger van de kruisverenigingen) worden georganiseerd terwijl in Amsterdam het de GG&GD (Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst) is die de consultatiebureaus beheert. De aangeboden zorg is echter in principe op alle consultatiebureaus hetzelfde omdat er wordt gewerkt met landelijk vastgestelde protocollen (werkvoorschriften). Op de bureaus werken gespecialiseerde verpleegkundigen samen met consultatiebureau-artsen, dit zijn soms huisartsen maar meestal speciaal opgeleide artsen.

De vaccinaties

Vanaf de leeftijd van 2 maanden wordt je baby, indien jullie dat willen, gevaccineerd volgens het rijksvaccinatieprogramma:

Leeftijd Vaccinatie 1 Vaccinatie 2
2 maanden DKTP-Hib Hepatitis B*
3 maanden DKTP-Hib  
4 maanden DKTP-Hib Hepatitis B*
11 maanden DKTP-Hib Hepatitis B*
14 maanden BMR MenC
4 jaar DTP acellulaire kinkhoest
9 jaar DTP BMR

Dit vaccinatieschema staat ook achter in je groeiboek.

DKTP = difterie, kinkhoest,tetanus, polio.
Hib = haemophilus influenzae type B (een vorm van meningitis)
BMR = bof, mazelen, rode hond
MenC = meningokokken C (vorm van meningitis)

* : hepatitis B wordt alleen aangeboden aan kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B virus of als 1 van de ouders is geboren in een land met een hoog risico op hepatitis B.

Vakantievaccinaties

Naast de vaccinaties volgens dit schema kan je op het consultatiebureau eventueel ook terecht voor informatie over de vakantievaccinatie. Het bureau weet meestal wel welke vaccinaties nodig zijn voor welk land of ze zijn b.v. op de hoogte waar in Europa mazelen heerst. Op sommige consultatiebureau's kunnen eventueel ook een aantal van de benodigde vaccinaties worden gegeven. Voor deze vaccinaties wordt je uiteraard niet opgeroepen en het is dus belangrijk dat je ruim voor je op reis gaat met je baby contact opneemt met het consultatiebureau zodat je op tijd bent als er vaccinaties nodig zijn of als zij het niet weten of hebben met de Travel Clinic van de KLM.

Voor verdere vragen en informatie over vaccinaties kan je terecht bij:
Travel Clinic van de KLM 0900-1091096 € 0,80 p/min Open: 24 uur per dag, 7 dagen per week 


Het hielprikje

Op de 5e of 6e dag in je kraamtijd krijgt je baby het zgn. hielprikje. Hierbij nemen we wat bloed af via het hieltje en druppelen dat op een speciaal daar voor bestemde kaart die je partner mee heeft gekregen bij het aangeven van de geboorte je dient zelf zorg te dragen voor het verzenden.

Via dit hielprikje wordt onderzoek gedaan naar 3 ziektebeelden die mits vroeg ontdekt goed te behandelen zijn: 

Deze ziekten zijn respectievelijk met een dieet, tabletten en hormoon goed te behandelen. Het is daarom belangrijk om deze afwijkingen al vroeg op te sporen en te behandelen om enige schade bij je kind te voorkomen. Door àlle baby's hierop te controleren worden de ziekten al vroegtijdig ontdekt en kunnen dan ook snel behandeld worden. 

Indien je binnen 6 tot 8 weken niets hoort dan betekend dat er dus er niets aan de hand is met jouw baby. Dus als de uitslag goed is hoor je niets. Indien er aanwijzingen zijn dat het niet goed is krijg je meestal binnen een week of 4 - 5 weken bericht en wordt het onderzoek opnieuw gedaan maar dan in het laboratorium. Maar schrik dan niet te hard, in de eerste plaats gaat het nog al eens mis in het laboratorium waardoor het opnieuw geprikt moet worden. En in de tweede plaats blijkt regelmatig dat het alsnog goed is.

PKU (PhenylKetonUrie) 

Synoniem 
Fenylketonurie 

Korte beschrijving 
Fenylketonurie eigenlijk beter hyperfenylalaninemie (verhoogde concentratie van fenylalanine) genoemd is een aangeboren erfelijke aminozuurstofwisselingsziekte. Het is de meest voorkomende en waarschijnlijk bekendste stoornis in de stofwisseling van aminozuren. Bij deze aandoening is er sprake van een verandering in het erfelijk materiaal. 

Er zijn twee vormen:

Diagnose 
In Nederland worden tegenwoordig binnen 8 dagen na de geboorte alle pasgeborenen gescreend door middel van 'het hielprikje', op onder andere PKU. De diagnose PKU kan gesteld worden met behulp van deze bloedtest. Omdat de behandeling van de klassieke en de maligne vorm essentieel van elkaar verschillen moet direct na een positieve screening verder onderzoek hiernaar plaatsvinden. Genetisch onderzoek (DNA-diagnostiek) is mogelijk evenals prenatale diagnostiek. 

Behandeling 
Deze aangeboren aandoeningen zijn niet te genezen. De behandeling van de klassieke PKU richt zich op het voorkomen van de opeenhoping van het aminozuur fenylalanine. Dit aminozuur is een bestanddeel van alle eiwitrijke voeding en daarom zal een streng eiwitarm dieet moeten worden samengesteld. Aan dit dieet moet een speciaal eiwitvervangend aminozuurmengsel, vitaminen en mineralen worden toegevoegd. Deze zijn namelijk noodzakelijk voor de groei en de ontwikkeling van de hersenen. Specialistische begeleiding, medisch en door een diëtist is noodzakelijk waarbij regelmatig bloedonderzoek zal moeten worden verricht. Afhankelijk van de bloedspiegel wordt het dieet steeds weer vastgesteld. 

De dieetbehandeling moet in principe levenslang worden volgehouden. Dit betekent een grote sociale en psychische belasting voor de patiënt en het hele gezin. Tijdens de zwangerschap van een vrouw die zelf PKU heeft moet een extra streng dieet voor en tijdens de zwangerschap worden gevolgd. Hoge fenylalaninespiegels bij de moeder kunnen namelijk bij het kind hartafwijkingen en beschadiging van de hersenen veroorzaken. Er bestaan echter ook lichtere varianten waarbij nog wel sprake is van enige enzymactiviteit. Hierbij behoeft een minder streng dieet of zelfs geen dieet te worden gevolgd. De behandeling van maligne PKU bestaat niet uit een dieet maar uit toediening van bepaalde stoffen. 

Voorkomen (frequentie) 
Deze aandoening komt in Nederland en de ons omringende landen voor bij 1 op de 12.000 mensen. Maar in Turkije komt deze aandoening bijv. veel vaker voor, bij 1 op de 3500 mensen volgens de Universiteit van Istanbul. 

Overerving 
De overerving van zowel de klassieke als de maligne vorm verloopt autosomaal recessief. 

Meer informatie: 


Congenitale Hypothyreoïdie (CHT) 

Synoniem 
CHT 

Korte Beschrijving 
Congenitale hypothyreoïdie is een aangeboren afwijking van de schildklier waardoor een tekort ontstaat aan het schildklierhormoon. 
Bij blijvende vormen van CHT is de schildklier vaak helemaal afwezig. 
Soms is de schildklier van pasgeborenen wel geheel of gedeeltelijk aangelegd maar werkt tijdelijk te traag. Congenitale hypothyreoïdie kan verschillende oorzaken hebben. Soms is sprake van een verandering in het erfelijk materiaal maar het kan ook ontstaan door een fout in de ontwikkeling van de foetus tijdens de zwangerschap. 

Door het tekort aan schildklierhormoon werkt de stofwisseling onvoldoende. Als dit tekort lang duurt kunnen de hersenen van de pasgeborene zich niet goed ontwikkelen. Dit kan dan leiden tot verstandelijke en motorische achterstand. 
Verschijnselen van CHT kunnen zijn: het kind kan een slome indruk maken, slecht drinken, veel spugen, weinig huilen en ze hebben vaak een trage, moeizame defaecatie. Het kan een bolle buik, een opgezet gezicht en een vergrote tong hebben en het kan geel zien. Alleen bij baby's met een ernstige vermindering van de schildklierfunctie treden verschijnselen op. Meestal zijn deze veranderingen, ook voor medici, moeilijk te herkenen. Bij kinderen die op tijd behandeld worden is de ontwikkeling in het algemeen goed. 

Diagnose 
In Nederland worden tegenwoordig binnen 8 dagen na de geboorte alle pasgeborenen gescreend door middel van 'het hielprikje', op onder andere CHT. De diagnose CHT kan gesteld worden met behulp van deze bloedtest. Daarin wordt het gehalte schildklierhormoon vastgesteld om CHT uit te sluiten. 

Behandeling 
Congenitale hypothyreoïdie wordt behandeld met tabletten waarin schildklierhormoon zit. Regelmatige controles zijn nodig omdat deze kinderen snel groeien. Daardoor verandert geregeld het gehalte schildklierhormoon. De dosering kan dan worden aangepast. Bij de blijvende vormen van CHT moet de behandeling gedurende het hele leven worden voortgezet.

Voorkomen (frequentie) 
Per jaar worden in Nederland via de hielprik ongeveer 70 kinderen (1 per 3000) met blijvende CHT opgespoord.

Overerving 
Meestal is congenitale hypothyreoïdie niet erfelijk bepaald en is de kans op herhaling binnen de familie erg klein. 

Meer informatie: 

Adrenogenitaal syndroom (AGS) 

Synoniem 
Congenitale bijnierhyperplasie (CAH) 

Korte beschrijving 
Het AGS is een aangeboren aandoening waarbij door een overproductie van "mannelijke" bijnierhormonen (androgenen) er vermannelijking (virilisatie) ontstaat van de uitwendige geslachtskenmerken. Bij meisjes is dat al snel waarneembaar maar bij jongentjes is dat vaak minder goed te zien. Door een verstoring in de hormoonhuishouding treedt er ook vaak vochtgebrek op in de week van de geboorte. Ook kunnen er al hartritme -stoornissen optreden door het gebrek aan essentiële mineralen. 

Diagnose 
Naast de bovengenoemde lichamelijke kenmerken kan de diagnose ook worden gesteld door genetisch onderzoek en echografie van de inwendige geslachtsorganen. Gericht laboratoriumonderzoek kan de diagnose verder bevestigen. Sinds kort wordt standaard op AGS getest door middel van het "hielprikje" in de eerste week na de geboorte. 

Behandeling 
Door het geven van hormonen wordt de hormoonspiegel op peil gehouden. Dit moet het hele leven lang worden gedaan. Daarnaast kunnen de uitwendige geslachtsorganen bij meisjes in de eerste levensmaand worden gecorrigeerd.

Voorkomen (frequentie) 
AGS komt ongeveer bij 1 op de 10.000 kinderen voor. Dit is waarschijnlijk een onderschatting omdat hiermee alleen de ernstige vormen van AGS worden bedoeld. Als ook de milde vormen worden meegeteld komt men uit op een gemiddelde van 1 op de 1000 pasgeborenen. 

Overerving 
Autosomaal recessief. 

Meer informatie 

Naast het onderzoek op bovenstaande afwijkingen bij jullie baby wordt het bloed ook gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Indien je dit niet wil kun je dat kenbaar maken op de kaart door desbetreffende vakje zwart te maken.


Je lichaam na de bevalling

Een zwangerschap is meestal een flinke aanslag op je lichaam. Je lijf heeft negen maanden lang heel hard moeten werken om jouw kindje gezond ter wereld te brengen en heeft ook na de bevalling zelfs nog het nodige te verduren. Het duurt dus wel even voor je weer je 'eigen lijf' terug hebt. 

De periode na de bevalling wordt de postpartum-periode genoemd. Deze periode kan erg vermoeiend zijn. Alle zwangerschapshormonen verdwijnen uit je lichaam en dat kan aanvoelen alsof alle energie uit je lijf wordt gezogen. Zorg voor voldoende rust en ontspanning, eet gezond en drink per dag tenminste een halve liter melk en nog eens anderhalve liter andere vocht, zoals water, thee, vruchtensappen etc.

Lochia

Je baarmoeder trekt na de bevalling weer samen en neemt langzaam haar gewone grootte weer aan. Je hebt dan een vaginale afscheiding die lochia of kraamvloed wordt genoemd. Dit is een normale afscheiding die hoort bij een genezende baarmoeder. Lochia moet ruiken naar vers bloed, als het vies gaat ruiken kan dit wijzen op een infectie en zal je kraamverzorgster dit onmiddellijk aan ons doorgegeven.

Naweeën

Zoals gezegd neemt de baarmoeder haar normale afmetingen weer aan. Dit gaat gepaard met samentrekkingen. Deze samentrekkingen kunnen heel sterk zijn en daardoor soms best pijnlijk. Vaak als je snel bevallen bent maar zeker wanneer jij jouw baby de borst geeft kun je deze krampen hebben. Het hormoon oxytocine, dat ervoor zorgt dat de melk toeschiet, maakt dat je baarmoeder samentrekt. Deze naweeën zijn meestal na een 3 à 4 dagen over. Zijn ze hevig dan mag je paracetamol gebruiken.

Vagina en baarmoedermond

Tijdens de bevalling worden vagina en baarmoedermond flink uitgerekt, waardoor ze een poosje zacht en slap blijven. Na ongeveer een week komt je baarmoeder weer aardig terug in haar oude vorm. Door de bekkenbodemspieren te oefenen kun je het herstel van je vagina bevorderen. (zie bekkenbodem)

Je borsten

Je borsten zijn groter en zwaarder geworden. Een goed passende katoenen voedings- of zwangerschapsbeha zal het prettigst zitten. (je hebt ook hele goede stevige sportbeha's met voorsluiting) Ongeveer 3 à 4 dagen na de geboorte groeien je borsten meestal fors door de stuwing. 

Menstruatie

Gemiddeld komt de menstruatie tussen de 6de en de 10de week weer op gang als je geen borstvoeding geeft. De menstruatie en de eisprong blijven vaak wel langer uit wanneer je borstvoeding geeft. Houd er rekening mee dat door het uitblijven van de menstruatie het niet wil zeggen dat je niet vruchtbaar bent, je weet tenslotte niet wanneer je eisprong weer terug komt. Je zult dus minimaal condooms moeten gebruiken wanneer je besluit je seksleven weer op te pakken. 

Oefen je lijf na de bevalling 

Al een paar dagen na de bevalling kun je wat lichte oefeningen doen. Deze kun je doen terwijl je in bed ligt of op een stoel zit. Versterk bijvoorbeeld je buikspieren door ze in te trekken terwijl je uitademt en hou ze dan een paar seconden ingetrokken. Ontspan de spieren daarna en herhaal de oefening zoveel je kunt. Als je ingeknipt of ingescheurd bent mag je pas wat rekoefeningen gaan doen wanneer de wond helemaal genezen is, dit is normaliter na een 8 dagen. Na een keizersnee moet je vier tot zes weken wachten met oefeningen. 

Eten

Zorg goed voor jezelf na de bevalling, je hebt een hele prestatie geleverd! Wanneer je borstvoeding geeft onttrekt je baby kalk, eiwitten en andere bouwstoffen aan je lichaam. Hij heeft het nodig om gezond en sterk te worden. Jij hebt daarom dus ook wat extra's nodig. Als je borstvoeding geeft zul je merken dat je behalve meer dorst ook meer trek krijgt. Zorg dus voor minstens 2 liter vocht per dag, waarvan graag 2 à 3 glazen melk. Verspreid je maaltijden wat meer over de dag en neem voor meer energie een extra boterham als tussendoortje.


Geel zien

Na een dag of 3 - 4 in je kraambed worden sommige baby's geel. Tot een bepaalde hoogte is dit geel worden heel normaal. Deze geelheid zal door ons en je kraamverzorgster in de gaten worden gehouden om te beoordelen of de kleur van je baby nog onder het normale valt.

Waarom worden veel baby's geel
Bilirubine is de stof die de gele verkleuring van de huid en slijmvliezen bij je baby veroorzaakt. Bilirubine is een stof die vrijkomt door de afbraak van de rode bloedcellen. We spreken dat ook van hyperbilirubinaemie als je baby geel ziet > er is te veel bilirubine in het bloed. 

Vanuit de baarmoeder heeft een baby veel meer rode bloedcellen dan een volwassene en bovendien leven deze rode bloedcellen veel korter dan bij ons. Hierdoor ontstaat er een hoge afbraak van de rode bloedcellen en hierbij komt dus de bilirubine vrij. Bilirubine is niet oplosbaar in water en kan dus niet via de urine worden uitgescheiden. 

Eerst moet door de lever de bilirubine zo worden om gevormd dat het wel in water oplosbaar wordt, hierna wordt het via de gal afgegeven aan de darmen waar het grotendeels via de ontlasting het lichaam verlaat. Daar echter het levertje van een pasgeborene nog niet helemaal rijp genoeg is kan hij het verhoogde aanbod van die bilirubine nog niet helemaal goed verwerken en blijft het tijdelijk circuleren in de bloedbaan waardoor de baby geel ziet. Dan is er sprake van een fysiologisch, dus normale geelzucht.

Fysiologische (normale) geelzucht
Ongeveer een kwart van de pasgeborenen wordt in de eerste week, in meer of mindere mate wat geel. Deze geelzucht die begint tussen de tweede en vijfde dag noemen we de fysiologische, of normale, geelzucht. 

Dit geel zien is van tijdelijke aard, neemt na enkele dagen langzaam maar zeker af en verdwijnt dan meestal binnen enkele dagen weer. Indien je borstvoeding geeft kan het wat langer duren tot soms wel enkele weken, het ziet er dan een beetje oranjeachtig uit. Dit noemen we dan oud geel zien. Fysiologische geelzucht bij pasgeborenen is ongevaarlijk zolang de bilirubineconcentraties niet te hoog oplopen en geven restverschijnselen. 

Wij en je kraamverzorgster zullen de kleur van de baby goed in de gaten houden want alhoewel we dit de fysiologische geelzucht noemen is het wel van belang dat de baby ook weer niet al te geel wordt. Dit omdat een te hoge concentratie van bilirubine in het bloed in de hersenen van de baby kan worden opgeslagen en daar dan schade kan veroorzaken. Daarnaast is ook de conditie en de alertheid van de baby van belang.

Hoe wordt in de gaten gehouden of mijn baby niet te geel is

Belangrijke punten waar op wordt gelet indien een baby geel ziet zijn:

Aan de hand van deze punten kunnen we beoordelen of het geel zien nog steeds valt onder de normale fysiologisch norm of te hoog is. Als we twijfelen of denken dat het toch wel hoog is, dan laten we het bloed van je baby onderzoeken. Er wordt dan gemeten hoe hoog de concentratie van het bilirubine in het bloed is.

Afhankelijk van het tijdstip van de dag, de week en de mate van geel zien, komt een laborante thuis je baby prikken of iemand zal met de baby naar het ziekenhuis moeten gaan om de baby in het laboratorium te laten prikken en te laten onderzoeken hoe hoog de concentratie van het bilirubine in het bloed is. 

En wat dan: 

Kun je zelf iets doen om te voorkomen dat je baby te geel wordt?

Om te voorkomen dat je baby te geel wordt kun je een aantal maatregelen nemen: 

Indien je baby binnen 48 uur na de geboorte al geel wordt is er meestal sprake van pathologische geelzucht. Dit kan worden veroorzaakt door:

Note: Na een vacuümverlossing zie ook vaak dat de baby wat sneller geel ziet. Dit wordt veroorzaakt door de evt. bloeduitstorting op het hoofdje daar waar de zuignap heeft gezeten. Door die bloeduitstorting is er sprake van een hogere afbraak van de rode bloedcellen waardoor een wat vroegere stijging van de bilirubine ontstaat. We zien dit dan ook als een normale fysiologische geelzucht.


Koorts in het kraambed 

Definitie: Koorts is een (rectale) temperatuur van 38 gr. celsius of hoger.

Na de bevalling is een temperatuur van 38 gr. celsius of wat hoger niet iets om je zorgen over te maken. Je lichaam heeft zojuist een topprestatie geleverd en daardoor wordt een deel van de geleverde energie omgezet in lichaamswarmte.

Krijg je later in het kraambed koorts dan zal er naar een oorzaak moeten worden gezocht.

Mogelijke oorzaken:

Afhankelijk of er ook nog andere klachten zijn zal een oorzaak aangetoond of uitgesloten moeten worden.


Het naveltje

Je baby's buikje is roze en heerlijk rond met als kroontje het stompje van de navelstreng. Direct na de geboorte is de navelstomp geleiachtig zacht en gelig van kleur. Doordat er geen bloed meer door heen gaat dit stompje afsterven en droogt uit. Hij wordt daardoor langzaam harder er zwart. Gemiddeld zijn aan het eind van het kraambed de meeste navelstompjes wel afgevallen. 

Het navelstompje
Direct na de geboorte wordt de navelstreng afgebonden en doorgeknipt. Je baby is vanaf dat moment lichamelijk totaal van jou gescheiden. De klem aan de kant van jouw baby's buikje blijft aan het laatste restje navelstreng vast zitten. Deze maken we dus niet los.

Aan je baby's buikje zie je nog een aantal centimeter (meestal 1 of 2) van de navelstreng zitten met dus op het eind de klem. Je baby heeft hier geen last van, wel kun je het bovenste randje van de luier omslaan zodat deze er niet over heen schuurt. De navelstreng zal gedurende de eerste levensdagen van je baby steeds meer gaan indrogen. Maak het regelmatig schoon met alcohol en doe er evt. een steriel gaasje op. 

Het kan zijn dat er soms een beetje bloed uit het naveltje komt. Dep dit goed droog met een steriel gaasje en doe er evt. een navelbandje om. Als het naveltje weer rustig is hoef je geen navelbandje meer te gebruiken. Ook kan het zijn dat er een beetje pus uit de navel komt. Je kunt flesjes met alcohol halen bij de drogist of apotheek. Gebruik altijd alcohol 70%, de variant van 96% mag je namelijk niet gebruiken op de huid, die is alleen geschikt voor het ontsmetten van apparatuur. Gebruik ook geen sterke drank met een hoog percentage alcohol. 
Baby's huilen wel eens als de navel met alcohol wordt schoongemaakt, dit komt omdat de alcohol koud aanvoelt. Het schoonmaken van het stompje doet echt geen pijn.

Een enkele keer kan het navelstompje wat gaan ontsteken en echt gaan stinken (het naveltje ruikt altijd wel iets, het rot er tenslotte af), vaak zie je dan ook wat pus en het navelhofje is rood en wat opgezet. Dan goed schoonhouden en ontsmetten met alcohol. Mocht het wat lang duren laat dan het consultatiebureau het naveltje aan stippen met zilvernitraat.

Ook als het navelstompje is afgevallen kan de navelhof iets bloeden of kan er wat pus opzitten, maak dan schoon bij iedere verschoning met alcohol. Als de navel mooi droog is hoef je er verder geen extra aandacht meer aan te besteden

Navelbreuk
De kraamverzorgster zal door het verzorgen regelmatig naar het naveltje kijken en indien nodig bij vreemde dingen ons waarschuwen, bijv. een navelbreuk. Dat klinkt ernstiger dan dat het is. Je ziet dan een klein bobbeltje, een soort van zwelling naast de navel zitten. 

Een navelbreuk ontstaat wanneer de opening in de spierwand van je baby's buikje niet goed dicht gaat. Door deze opening kwam de navelstreng binnen toen je baby in de buik zat. De bobbel ontstaat doordat de inhoud van de buikholte een beetje naar buiten komt door deze opening. De bobbel is het beste zichtbaar als je baby zijn buikspieren gebruikt, bijv. als hij heel hard huilt. 

Deze opening groeit meestal vanzelf dicht binnen het eerste jaar na de geboorte. Als het niet over gaat of als de zwelling groter wordt ga je naar je huisarts.


De mongolenvlek

De naam 'mongolenvlek' is eigenlijk een verkeerd gekozen naam voor deze normale vlek. 

Het heeft namelijk niets te maken met mongooltjes, of wel het Syndroom van Down. Deze mongolenvlekken zouden we eigenlijk beter 'donkere huidvlekken' moeten noemen. Deze vlekken komen alleen voor bij kinderen met een Aziatische achtergrond. 

De vlek ziet er extra donker, soms zelfs blauw zwart uit en kan over het hele lichaampje voorkomen maar meestal vlak boven de billetjes (de grootste). 

De vlekken zijn meer dan normaal: bijna alle baby's met een donkere tint hebben ze. De vlekken verdwijnen vanzelf en zijn helemaal weg als het kind 4 tot 5 jaar oud is.


Je baby's spijsvertering

Die kleine lipjes een lieve glimlach... Hij kan al zoveel met zijn mondje. Drinken, gapen, geluidjes maken. Sommige baby's glimlachen al in de eerste paar dagen naar hun vader en moeder. Bewust omdat ze je lief vinden? Nee hoor, ze doen dit onbewust, het is een soort reflex. Dat verandert als je baby zo'n drie maanden oud is. Als hij dan naar je glimlacht bedoelt hij echt: ik hou van jou!

Spugen
Het is heel normaal dat je baby spuugt. Dat zal hij voorlopig ook blijven doen. Dit komt door de kokhalsreflex. Zodra hij te gretig is en een te grote slok binnenkrijgt spuugt hij het automatisch uit. Het kan ook zijn dat je baby opeens spuugt terwijl hij niet aan het drinken is. In de eerste dagen na zijn geboorte is dit vaak een laatste restje vruchtwater, slijm of bloed van de bevalling. Heel normaal dus. Ook af en toe een mondje terug geven is heel normaal, hij zit gewoon vol.

Het verschil tussen 'een mondje teruggeven' en overmatig spugen 
Het is dus heel gewoon als met een boertje ook een mondje voeding mee terug komt of hij na het voeden wat voeding terug geeft. Als echter blijkt dat je baby niet meer goed groeit dan is er sprake van overmatig spugen en zal er iets aan gedaan moeten worden. 

Het is niet altijd eenvoudig een oorzaak voor spugen te vinden. Bespreek het met ons, of na het kraambed op het consultatiebureau of met je huisarts. Daar kan je worden aangeraden johannesbroodpitmeel aan de voeding toe te voegen of, als je flesvoeding geeft, op een andere voeding over te stappen. 

Wat kun je zelf doen om spugen tegen te gaan 

Zelf kun je ook al het een en ander doen om het spugen te verminderen: 

Johannesbrood pitmeel 
Een belangrijke oorzaak van spugen of voeding teruggeven is vaak te gulzig drinken. Wat dan goed kan helpen is om de voeding dan wat dikker te maken met johannesbrood pitmeel (te verkrijgen als Nutriton Instant 548). Je baby zal harder moeten werken om de voeding uit de fles te krijgen en daardoor rustiger gaan drinken en tevens kan de dikkere voeding moeilijker omhoog komen uit het maagje. Je kunt de johannesbrood pitmeel zonder problemen toevoegen aan alle soorten of merken babyvoeding. 

Ook bij borstvoeding kan het wel eens een oplossing zijn als jouw baby een te gulzige drinker of spugertje is. Een papje van Nutriton kan dan een oplossing zijn. Geef je baby er, voor en na elke voeding, enkele theelepels van. Het johannesbrood pitmeel zorgt ervoor dat de borstvoeding nadikt in de maag van je kindje en dus minder makkelijk weer omhoog komt.

Projectiel spugen 
Er zijn soms situaties waarin een baby meters ver spuugt. Dit komt niet vaak voor en is een zeldzame aandoening. Baby's kunnen dan opeens, zonder dat je het aan ziet komen letterlijk met een enorme kracht twee meter ver spugen. Dit noemen we projectiel spugen. Hier ligt altijd een lichamelijk oorzaak aan ten grondslag, waarschuw dan ook altijd je huisarts.

Spruw
Als jouw baby moeite met drinken heeft en witte plekjes in zijn mondje heeft (niet te verwarren met moedermelk!) is de kans groot dat jullie spruw hebben. Jullie, omdat spruw een schimmelinfectie is die over en weer gaat. Jij steekt de baby aan, de baby jou. Het is de schimmel Candida Albicans, een gist die hier verantwoordelijk voor is. Deze is in rust aanwezig in je maagdarmkanaal. 

Je kan je baby hiermee besmet hebben bijv. toen hij werd geboren en in contact kwam met jouw vagina. Zoals gezegd zie je de schimmel vooral in het mondje van je baby. Maar een van de karakteristieken van een schimmel is dat deze nooit plaatselijk is, maar door het hele lichaam heen zit. Hij uit zich alleen op bepaalde plaatsen. 

De candida albicans zit dus ook in het maagdarmkanaal van jouw baby en in het anale gebied. Dit kan je soms ook zien, al verwar je het gemakkelijk met luieruitslag. Bij jou kan het op je tepels zitten.

Wat te doen tegen spruw
Ga bij je huisarts langs, na de diagnose spruw zal hij het behandelen met een schimmeldodend middel. De behandeling zal mede afhangen of je fles geeft of borstvoeding. Bij borstvoeding zal je een crème voorgeschreven krijgen die de schimmelinfectie op jouw tepels stopt. Je doet er goed aan om je tepels na het voeden met afgekoeld gekookt water te wassen en daarna op je tepel een paar druppels moedermelk te smeren. 

Als je flesvoeding geeft moet je extra rekening houden met de hygiëne van de fles en speen. Evt. kun je de huisarts ook naar de billetjes laten kijken. Indien nodig heeft hij daar ook wel zalfje voor. Spruw is wel vervelend maar gaat ook wel weer over. (zie hdst. Borstvoeding, Lifestyle, heb ik een schimmelinfectie)

Krampjes
Als je baby bijna ontroostbaar huilt, erg onrustig is en trekt met de beentjes dan heeft hij waarschijnlijk last van krampjes.
De darmpjes zijn de eerste maanden nog vrij onrijp en moeten wennen aan voeding en kunnen onwillekeurig samentrekken wat darmkrampjes kan geven. Soms kan het zijn om iets wat jij hebt gegeten als je borstvoeding geeft (zie hdst. Borstvoeding) maar dit hoeft niet. Men is dan ook wel eens geneigd als hij steeds huilt weer te voeden. De baby zal waarschijnlijk even stil zijn maar na een tijdje verergert het weer. Goed naar je kind kijken is dan dus heel belangrijk en als je denkt aan krampjes niet meteen te voeden. 

Heeft je baby spuitluiers, hij krijgt dan w.s. ruimschoots voeding aangeboden, dan moeten de darmpjes van je baby wennen aan een hoger aanbod van voeding en kunnen dit even niet verwerken. Je baby poept met kracht waterdunne ontlasting wat er dan uitspuit. Hij krijgt dan 'teveel' voeding en daardoor is er een grotere kans krampjes. 

Bij flesvoeding kunnen baby's krampjes krijgen als ze juist slecht van de ontlasting af kunnen komen. De ontlasting is dan ook vaak hard en ze poepen keutels of je baby heeft al langere tijd geen ontlasting meer gehad. Verdun je voeding wat meer en gebruik voor de bereiding water uit flessen. Ook kun je proberen het op te lossen door enkele lepels vers geperst gezeefd sinasappelsap of tomatensap door de voeding te doen. Ook een paar druppels olijfolie wil nog wel eens helpen.

Hoe te troosten bij krampjes:

De urine en ontlasting 
Bij een pasgeboren baby worden dingen die wij heel normaal vinden opeens bijzonder. Normaal gesproken houden we niet bij hoe vaak we naar het toilet gaan of analyseren we de kleur van onze ontlasting. Bij je baby ga je dat namelijk wel doen om te zien of alles goed functioneert.

Het is dan ook belangrijk om in de gaten te houden hoeveel natte luiers je baby op een dag (24 uur) heeft. Als je baby voldoende plasluiers produceert betekent dit dat hij voldoende borstvoeding krijgt en dat zijn niertjes goed werken. Als de voeding lekker loopt moet je baby minimaal vier natte luiers per dag produceren. Een maximum is er niet. Het kan zijn dat je in het begin wel tien keer per dag een luier moet verschonen. 

Uraten
Wellicht bevat de urine je baby de eerste week een beetje oranje neerslag. In de volksmond wordt dat ook wel eens 'oranje onder' genoemd. Wij noemen dit echter uraten. Deze oranje neerslag wordt veroorzaakt door gekristalliseerde urinezouten in urine van je zitten door het nog niet optimaal werken van zijn niertjes. Je ziet dit vooral als ze de eerste dagen van het kraambed nog weinig willen drinken (zie kraambed, borstvoeding) en dus ook nog niet regelmatig plassen. Dit zal gedurende de eerste dagen vanzelf verminderen, soms is het nodig een beetje water bij te geven.

Eerste ontlasting
De eerste poepluier die je baby produceert zien er vreemd uit. Het is taaie zwart-groen geleiachtige substantie. Dit is de meconium. Die rare kleur en substantie komt omdat dit nog geen ontlasting is van de (moeder)melk die hij als voeding krijgt maar nog stamt uit de tijd hij in de buik zat. Het zijn afvalstoffen en huidcellen die hij tijdens zijn verblijf in de baarmoeder binnen heeft gekregen. 

Deze meconium verlaat binnen 24 uur het lichaam van je baby en dit betekent dat zijn maagdarmkanaal goed werkt. Deze ontlasting heeft een hele zoete babyachtige geur. Ook al zul je er niet bewust bij stilstaan, toch vergeet je deze geur nooit meer. Niet omdat het zo opvallend is want de geur is subtiel. Toch heeft onderzoek aangetoond dat deze geur veel betekent voor jonge ouders. Waarom? Dat antwoord blijft voorlopig nog open......

Note: smeer de billetjes de eerste dagen bij iedere verschoning dik in met vaseline; dit zorgt ervoor dat de meconium niet zo vast plakt.

Ontlasting na een paar dagen
Als de meconium is verdwenen zal de ontlasting bij borstvoeding de eerste dagen een beetje groen-bruin zijn en na enkele dagen mosterdgeel van kleur zijn en korrelig van structuur. Borstgevoede baby's poepen soms rustig dagen niet. Als ze voldoende plassen is dat heel normaal. Borstvoeding is immers puur natuur. Jouw lichaam heeft het eten al verteerd en de afvalstoffen er al uit gehaald. Er komen dus geen afvalstoffen in zijn darmpjes terecht alleen overtollige borstvoeding.

Baby's die flesvoeding krijgen hebben vaak al snel na de geboorte ontlasting die geelbruin van kleur is en een hardere substantie heeft dan de borstvoedingsontlasting. Bij flesgevoede kinderen zie je ook snel een bepaalde regelmaat ontstaan. Een baby die de fles krijgt behoort dagelijks minimaal één a twee poepluier te hebben. 

Obstipatie (verstopping) 
Dit komt bij borstvoeding niet voor. Een baby die flesvoeding krijgt behoort iedere dag te poepen maar zolang hij er geen last van heeft en de ontlasting smeuïg is mag hij wel een dagje overslaan. Als je baby zichtbaar moeite heeft met zijn ontlasting en harde keutels poept dan heeft hij last van obstipatie. Voor adviezen zie krampjes.

Note: Probeer eens flesvoeding met prebiotische vezels (drogist), deze zorgen voor een natuurlijk zachte ontlasting.

Diarree 
Dit komt bij borstvoeding niet voor. Geef je flesvoeding en de ontlasting is waterig, groenachtig geel of bruin en komt wel vaker dan 10 keer per dag. Dan heeft je baby serieuze diarree en je baby kan dan heel snel uitdrogen. Wees hier dus alert op en waarschuw je huisarts als de diarree langer dan 2 dagen duurt. Let bij flesvoeding dan ook altijd goed op de hygiëne want bacteriën zijn de grootste veroorzakers van diarree. Let verder ook goed op de juiste verhouding van voeding/water. Ook hier wil overstappen op bronwater wel eens helpen.

Spuitluiers 
Als je baby 'teveel' borstvoeding krijgt kan hij spuitluiers krijgen. De ontlasting spuit dan werkelijk met kracht naar buiten en is dan erg dun. Vaak heeft de baby ook last van krampjes.

Luier uitslag
Door ontlasting en urine is het luiergebied een warm en vochtig gebied. Bacteriën kunnen zich in deze omgeving dan goed ontwikkelen. Zowel de bacteriën en schimmels in de luier als bepaalde stoffen in de ontlasting kunnen je baby's huidje irriteren en daardoor ontstekingen of infecties veroorzaken. Bovendien worden de billetjes week door het vocht en het schuren in de luier. De weerstand van de huid tegen infecties wordt hierdoor nog verminderd waardoor luieruitslag ontstaat. Luieruitslag begint met roodheid, irritaties en vlekjes en kan verergeren tot een zeer pijnlijke en rode uitslag. 

Het ontstaan van luieruitslag kun je nooit altijd voorkomen maar wel de kans er op verkleinen. Het belangrijkste is weer hygiëne: verschoon je baby regelmatig waarbij je de billetjes zorgvuldig schoonmaakt. Wanneer je dat bij iedere luierverschoning doet krijgen de bacteriën de minste kans om luieruitslag te veroorzaken. Daarnaast is een goede verzorging van de billetjes met babyzalf belangrijk om het ontstaan van luieruitslag tegen te gaan. Mocht er ondanks een goede verzorging toch luieruitslag ontstaan gebruik dan zinkzalf om de billetjes mee in te smeren.


Scheelzien

In het eerste jaar na de geboorte groeien de ogen snel en ontwikkelt zich het gezichtsvermogen. Vlak na de geboorte ziet een baby alleen op korte afstand scherp. Na een jaar is dit scherp zien volledig ontwikkeld.

Om goed scherp en met diepte te kunnen zien is het belangrijk dat de ogen goed recht staan. Alleen dan kan zich na de geboorte een optimale samenwerking tussen beide ogen ontwikkelen die noodzakelijk is om goed te kunnen zien.

Tot de leeftijd van 6 maanden mogen baby's zo nu en dan scheel kijken. De wisselende oogstand in de eerste maanden is een uiting van de groei van het oog en de ontwikkeling van de oogbewegingcontrole. Je baby kan beide ogen nog onafhankelijk van elkaar bewegen.

Echter kijkt je baby continu scheel dan is het verstandig hier al naar te laten kijken door en te laten onderzoeken door een oogarts of orthoptist*

* Een orthoptist 
Een orthoptist bekijkt o.a. de oogstand, de samenwerking tussen de ogen en de ontwikkeling van het zien. "Orthoptie" betekent letterlijk "recht