Astarte

Home » Kraambed » De huilbaby

De huilbaby

De huilbaby is een term die voornamelijk in de volksmond wordt gebruikt. Want eigenlijk is deze term niet helemaal juist want zo lijkt het of de baby alleen nog maar huilt. Er is dan geen onderscheid meer tussen persoon en probleem. Wetenschappers spreken liever over prikkelbare baby's.

Wat is de definitie van een huilbaby
Het is een baby die meer dan drie uur per dag, meer dan drie dagen per week, gedurende minstens drie weken huilt. 
Een huilbaby is een baby die zo veel huilt, dat de ouders het als een probleem of een belasting ervaren. 

Het huilen is een symptoom en is slechts maar een van de kenmerken van deze baby's. Deze baby's huilen niet alleen veel maar ze zijn ook moeilijk te troosten als ze eenmaal overstuur zijn; ze zijn over het algemeen ook bijzonder actief en (over)beweeglijk, schrikachtig en snel afgeleid. Deze baby's kunnen moeilijk tegen veranderingen. Ze hebben veel last van stemmingswisselingen waardoor hun gedrag nogal onvoorspelbaar wordt. Prikkelbare baby's vragen daardoor extra veel tijd en energie van de ouders. 

Ouders van prikkelbare baby's worden vaak overstelpt met algemene, goedbedoelde raadgevingen die niet echt helpen omdat ze zo weinig zijn aangepast aan hun eigen specifieke situatie. Op de consultatiebureaus en door kinderartsen wordt wel ingegaan op klachten maar het blijft meestal beperkt tot een medisch onderzoek. Van de prikkelbare baby's blijkt zo'n 70% angstig en bang om in de steek gelaten te worden omdat de ouders de neiging hebben om zich in de loop van het jaar meer en meer van het kind afwenden (vaak door het advies: laat maar huilen).

Speciale (interventie) programma's die thuis specifiek kijken naar de opvoedingssituatie en het herkenningsgevoel van de moeder positief beïnvloeden zodat ze de signalen van haar prikkelbare baby tijdig herkent, blijken effectief te zijn. Dit betekent dat het tijdig begeleiden van ouders zinvol is! Het is van belang om op het huilen van een prikkelbare baby te reageren. 

Voor de wijze waarop er het best getroost kan worden zijn geen algemene richtlijnen te geven. Men dient per kind te ontdekken wat er specifiek voor dat kind nodig is. Het is dan belangrijk die manier van troosten vol te houden totdat de baby stopt met huilen. Snelle afwisseling in de aanpak is ongunstig. Het geven van positieve aandacht aan gewenst gedrag is belangrijk. Ouders met een prikkelbare baby hebben behoefte aan mensen bij wie ze hun hart kunnen uitstorten, aan mensen die niet direct oordelen en met adviezen komen waar ze niets mee kunnen. Helaas blijkt in de praktijk vaak dat je dit soort begrip met een vergrootglas moet zoeken. 

Schuldgevoelens die anderen hen aanpraten maken het isolement van ouders met een prikkelbare baby alleen nog maar groter. Het is belangrijk dat er continuïteit is in de omgang met de baby door de verschillende verzorgers. Vooral bij prikkelbare baby's die erg gevoelig zijn voor veranderingen. Ouders zijn dan ook meestal de beste bron van informatie over het gedrag dat bij hun kind past. Een goede omgang met een moeilijke baby vraagt heel veel geduld en een gezonde intuïtie. 

De mate waarin het gedrag van een prikkelbare baby als een probleem wordt ervaren hangt tevens af van beschermende factoren voor de ontwikkeling van het kind en voor de opvoedingssituatie. Tevens hangt dit af van de mate waarin het kind huilt. Sommigen huilen vooral overdag maar slapen 's nachts wel. Maar er zijn ook baby's, die zowel overdag als 's nachts erg veel huilen waardoor de verzorgers niet aan nachtrust toe komen. 

De term 'huilbaby' is in de volksmond dan wel een herkenbaar begrip maar het begrip dekt de lading voor het kind te negatief en het belicht het probleem te eenzijdig omdat het niet alleen om het huilen gaat maar om het hele gedrag van de baby. 

Gemiddeld komen er in Nederland tussen 20.000 en 30.000 huilbaby's per jaar voor, dat is zo'n 15 % van alle baby's. Of er nu meer huilbaby's zijn dan vroeger is niet duidelijk omdat het in voorgaande jaren niet werd geregistreerd omdat het extreme huilen niet werd gezien als iets dat behandeld moest worden. Gelukkig zijn tegenwoordig de pedagogische visies over kinderen veranderd en wordt het kind meer als kind gezien met een eigen specifieke ontwikkeling. Er is tegenwoordig ook meer aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

Daarnaast heeft natuurlijk de medische wetenschap zich enorm ontwikkeld en is men tegenwoordig veel beter in staat om premature en dysmature baby's vroeger in leven te houden! Bij deze groep kinderen komen slaapstoornissen en/of -problemen veel vaker voor dan bij de voldragen baby's met een gezond geboorte gewicht. 


Oorzaken

Er kan soms een enkele oorzaak zijn voor het vele huilen van een baby, maar er kan ook sprake zijn van een combinatie van factoren als oorzaak voor het vele huilen. Sommige oorzaken zijn goed te verhelpen (bijv. een liesbreuk) of een kind kan er op termijn overheen groeien (bijv. darmkrampjes) terwijl andere moeilijker op te lossen zijn, zoals bijv. aangeboren stoornissen en handicaps. Het kan ook wel eens voldoende zijn om ouders te attenderen op bepaalde mogelijkheden wanneer ze daar voor open staan.

De mate waarin en de termijn waarop het probleem opgelost kan worden hangt af van dat unieke kind in die unieke situatie. De ontwikkeling van een kind is een proces wat per kind heel verschillend kan verlopen en ook de termijn waarin bepaalde ontwikkelingen bereikt worden kunnen enorm verschillen. Daarnaast doorloopt elk kind ontwikkelingsfasen waarin er soms terugval kan zijn betreffende die ontwikkeling. Bijvoorbeeld toch ineens weer in bed plassen of vaker wakker worden rondom de spannende en drukke december maand. Ook tandjes krijgen kan een reden zijn om weer minder goed te slapen. Ook kinderen met slaapproblemen hebben te maken met die ontwikkelingsfasen. 

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen oorzaken van het huilen en de gevolgen van een huilbaby op het gezin. 
Bepaalde problemen kunnen ook weer het gevolg zijn van de impact die een huilbaby kan hebben op het gezin. Ouders met een opvoeding van rust, regelmaat en liefde kunnen uitgeput raken door een huilbaby. Het kan zoveel tijd en energie van hen vergen, dat zij te weinig tijd overhouden voor het huishouden, de andere kinderen en om voor zichzelf iets te doen. Dit kan weer tot gevolg hebben dat het gezin wordt ontregeld doordat de baby moeite heeft met het eigen slaap- en waakritme. 

Dit kan ertoe leiden dat rust en regelmaat gaan ontbreken en dat ze daardoor zelf minder kunnen hebben, sneller geïrriteerd raken en waardoor zelfs relatieproblemen kunnen ontstaan! 
Het is daarnaast ook weer mogelijk dat het ontbreken van rust en regelmaat weer kan leiden tot een huilbaby. Indien ouders een druk leven hebben waarin hun eigen leven vooral zo moet blijven zoals het was en de baby overal mee naar toe wordt genomen en van de ene oppas naar de andere wordt gesleept. Dan kan het gebeuren dat die baby niet al die indrukken kan verwerken en hierdoor gaat huilen. Dan kan troost bieden ook bestaan uit: een rustiger dagprogramma, regelmaat afgestemd op de voeding en de behoeften van het kindje. Thuis slapen heeft de voorkeur in het eigen wieg of bedje. 

Samengevat: het onderscheid tussen oorzaken en gevolgen is van wezenlijk belang! Een depressieve moeder kan de aanleiding zijn voor het vele huilen van een baby omdat zij niet in staat is om te voldoen aan de behoeften van de baby. Maar een huilbaby kan weer tot gevolg hebben dat de moeder depressief wordt. 

Kind 

Psychosociale oorzaken

Lichamelijke oorzaken:

Couveuse kinderen

Uit onderzoek over een periode van meer dan 20 jaar bij premature en dysmature kinderen en het verloop van hun ontwikkeling blijkt dat couveuse kinderen vaak meer tijd nodig hebben om bepaalde ontwikkelingsfasen te bereiken. Toch blijkt op termijn heel veel goed te kunnen komen. Die kinderen zijn soms in staat om door veerkracht een moeilijke start (gedeeltelijk) te compenseren. Daarnaast zijn er ook kinderen met geestelijke en/of lichamelijke stoornissen (handicaps) waarvan de gevolgen blijvend zijn. Daarnaast blijkt het noodzakelijk te zijn om bij couveuse kinderen de vinger aan de pols te houden omdat bepaalde problemen zich pas na verloop van tijd openbaren. Dat kunnen bijvoorbeeld leerstoornissen (primair probleem in aanleg aanwezig) of leerproblemen zijn.

Onderzoek wijst uit dat door complicaties tijdens de zwangerschap het zenuwstelsel van pre- en dysmature kinderen sneller overprikkeld is. Couveuse kinderen hebben zelf niet de kracht om in de foetus houding te gaan liggen. Op de rug liggen levert meer stress op waardoor ze zich gaan over strekken. Tekorten van bepaalde vetzuren (bijv. melatonine) tijdens de zwangerschap kunnen een verstoorde ontwikkeling van het slaappatroon veroorzaken. De langdurige scheiding van de ouders in het begin na de geboorte en de nog onrijpe organen (bijv. longentjes of de darmpjes) beïnvloeden het gedrag, dat kan resulteren in excessief huilen. 

Intense, langdurige, onvoorspelbare prikkels tijdens de couveuse periode die stress opleveren, kunnen ook schadelijk zijn voor het afweersysteem van het lichaam. Bij deze kinderen zijn er gedurende ruim twee jaar extra stress hormonen in het bloed aangetoond. Onderzoek wees uit dat jongentjes daar meer last van hebben. Hier in het LUMC is het NIDCAP programma ontwikkeld die het welzijn van couveuse kinderen verhoogt. (C. Maquire, 2002) Het is een methode van ontwikkelingsgerichte zorg voor pre- en dysmature kinderen die rekening houdt met de behoefte en ontwikkeling van het individuele kind. Hoe beter de moeder-kind relatie, hoe beter de zelfregulatie van het kind en de kwaliteit van de hechting. 

Pre- en dysmature kinderen zijn vaak echte vechters, doorzetters, anders hadden ze de zwangerschap ook niet overleefd, mogelijk houdt dit verband met hun temperament wat ook weer van invloed kan zijn op hun gedrag! 

Ouders

Omgeving

Zie voor meer informatie over het KISS-syndroom: www.kiss-kinderen.nl

Opvoeding 

Classificaties opvoeding:

Gezin

Hulpverlening

Hulpverleners, die klaar staan met vooroordelen en/of algemene adviezen, zonder signalen van ouders serieus te nemen of goed naar ze te luisteren, kunnen een bron van stress zijn voor ouders. Zeker indien dit ook nog eens leidt tot een onjuiste diagnose en/of behandelplan. Hun houding kan ouders onzeker maken en het gevoel geven te falen. Vaak zie je dat hier door de drempel om hulp te vragen wordt vergroot. Daarmee kunnen zij een bedreigende factor zijn voor de ontwikkeling van het kind. Zij kunnen daardoor mede aanleiding zijn voor het ontstaan van een negatieve ontwikkelingsspiraal in een gezin met een prikkelbare baby. 

Brede aanpak

Betreffende de hulpverlening is een breder perspectief aan te bevelen. Hulpverlening die zich niet alleen richt op het kind maar ook op de ouders, de opvoeding en de gezinssituatie, maar eveneens op bronnen van steun of stress uit de omgeving. Bronnen van steun kunnen belangrijke beschermende factoren zijn die ongunstige invloeden op de ontwikkeling van het kind kunnen compenseren. Steun kan de draaglast voor ouders verminderen en hun draagkracht versterken om de opvoedingssituatie weer aan te kunnen. Dit kan een negatieve ontwikkelingsspiraal voorkomen of helpen om weer uit die negatieve ontwikkelingsspiraal te komen. Steun kan zowel praktisch gericht zijn bij het uitvoeren van huishoudelijke taken, maar steun kan ook psychisch gericht zijn door het bieden van een luisterend oor en begrip en informatie. 

Het spreekt voor zich, dat de hulpverlening zich in ieder geval richt op het kind met prikkelbaar gedrag. Dit was namelijk de eerste aanleiding voor wat ouders als het probleem ervaren.

Voor meer informatie over dit onderwerp: www.huilbaby.info

Als het KISS-syndroom de oorzaak zou kunnen zijn, is misschien osteopathie, manueel therapie of chiropractie een oplossing: 

Wat is Osteopathie 
De hedendaagse osteopathie kijkt niet alleen naar de beenderen/botten, wervels, maar naar alle weefsels, spieren, organen, etc. Men staat soms versteld waar de oorzaak van pijn vandaan komt. Deze ligt in de meeste gevallen niet in het gebied waar u de pijn heeft. Bijv.: een kniepijn, geeft knieproblemen waarvan de oorzaak gelegen kan zijn in het kleine bekken en zijn de organen die de oorzaak zouden kunnen zijn, bijv.: de blaas, baarmoeder of prostaat. 

De osteopathie is erop gericht om alle weefsels, spieren en organen hun onderlinge normale verhoudingen terug te geven. Dit resulteert altijd in een verbetering en/of totale genezing van de patiënt. 

Osteopathie behandelt het gehele lijf: alle weefsels of het nu de organen, bloedvaten, zenuwen, schedel, botten of de spieren zijn, alle weefsels worden direct of indirect aan het onderzoek onderworpen en zonodig gecorrigeerd.

Een behandeling voor uw huilbaby
De osteopaat bekijkt de baby in al zijn weefselstructuren: zijn botten, de organen, het zenuwstelsel, de spieren etc. De osteopaat ontdekt vaak dat de oorzaak van het huilen gelegen is in het feit dat de schedelbasis te weinig ruimte heeft gehad in het geboorte kanaal. Daardoor kan een zenuw of een bloedvat in de verdrukking geraken. Denk maar eens aan de invloed van een tang of vacuüm verlossing op het hoofdje van je baby, de krachten die op deze manier op het hoofdje uitgeoefend worden zijn niet gering en kunnen de oorzaak zijn van een onbalans in het gehele lijfje van jouw kind. 

Hoe gaat een osteopathie behandeling in zijn werk?
De baby wordt tot op de luier uitgekleed en op de behandeltafel gelegd. Er wordt dan alleen gekeken hoe het kindje gaat liggen: lekker lui, lekker op z'n gemak, of ligt het over strekt, de beentjes opgetrokken of wat dan ook. Alleen door dit te doen krijgt de osteopaat al een heel goed beeld van het kind. 

Tijdens de behandeling legt de osteopaat de ene hand onder het bekken van de baby en de andere hand wordt op de buik gelegd. Op deze manier kan goed gevoeld worden waar de spanning zit: in welk weefsel en in welke richting de spanning zich het meest voordoet. Door middel van verschillende technieken wordt de spanning behandeld. De behandeling begint vaak in het bekken en dan via de buik richting de ribbenkast en het hoofdje. 

Het is echt niet zo dat je baby na een behandeling gelijk van alle klachten af is maar het resultaat na een eerste behandeling kan je versteld doen staan. (De behandeling wordt door de meeste verzekeringen vergoed).

Voor meer info: www.osteopathie.nl of www.huilbaby.nl

Manueel Therapie

De manueel therapeut zal met zijn specifieke behandeltechnieken de ongunstige situatie in de bovenste nekwerveltjes trachten te normaliseren en kan met enkele behandelingen trachten functieherstel in de bovenste nekgewrichtjes te bereiken, waardoor toename van de al aanwezige schedelasymmetrie wordt voorkomen en werkt als zodanig voorwaarde scheppend in de voor de zuigeling zo belangrijke functies van de hoge nek. Niet alleen vlak na de geboorte, maar maanden (soms jaren) daarna blijkt manuele therapie een effectieve therapie te zijn. De asymmetrie van de zuigeling is één van de duidelijke symptomen van het KISS-syndroom.

Voor meer info en het zoeken van therapeuten: www.nvtm.nl

Chiropractie

Chiropractie is een natuurgeneeswijze die er vanuit gaat dat de oorzaak van ziekten wordt veroorzaakt door functiestoornissen in de wervelkolom waardoor ook stoornissen ontstaan in de doorstroming van de zenuwimpulsen door het ruggemerg en de daaruit aftakkende zenuwen. Chiropractie is er op gericht deze functiestoornissen op te heffen. Het woord chiropractie is afgeleid van het Griekse woord 'cheiros': hand en 'pratto': beoefenen, het betekent dus 'met de hand beoefenen'.

Voor meer info en het zoeken van therapeuten: www.chiropractie.nl


KENMERKEN HUILBABY 

Aan de hand van de onderstaande lijst kunt u toetsen of uw baby in aanmerking komt voor behandeling met osteopathie, manueel therapie of chiropractie. Als 10 of meer van de onderstaande punten herkenbaar zijn voor uw baby zal een behandeling veel effect kunnen hebben. 

  1. Een huilbaby is een baby die meer dan drie uur per dag, drie dagen per week en al langer dan drie weken lang huilt. 
  2. Een huilbaby huilt niet 'echt' maar krijst oorverdovend en aanhoudend. Bijna niets helpt om de baby rustig te krijgen.
  3. Vaak stopt de baby met huilen als de ouder het kind op de arm tegen de borst aan mee gaat lopen. De baby valt al lopend in slaap. Op het moment dat de baby neergelegd wordt schrikt het wakker en begint weer opnieuw te huilen. 
  4. Een huil/overprikkelde baby wil niet alleen in de box/bed. De baby zit slecht in zijn velletje en voelt zich alleen in de nabijheid van de ouder/verzorger meer op zijn gemak. 
  5. De baby huilt niet 'communicatief ': huilt/krijst altijd op dezelfde toon. Daardoor is niet te horen of de baby honger heeft, slaperig of boos is. 
  6. Het is moeilijk te bepalen of de baby honger heeft. Wanneer je met de vinger over een wangetje aait, het hoofdje naar de vinger toe draait en de mond open doet om te willen gaan zuigen, dan kan dat een teken van honger zijn. 
  7. Als de baby huilt maakt deze wilde bewegingen met handen en voeten. De baby kan buikpijn hebben als deze de beide benen naar de neus buigt. Men kan zich afvragen of een baby die buikpijn heeft zich over strekt. 
  8. De meeste baby's zijn het rustigst als ze op de buik op de onderarm van de ouder ligt en zo rond gedragen wordt. 
  9. De baby is erg schrikachtig. Het minst of zelfs geen geluid veroorzaakt een heftige schrikreactie waardoor de baby luid schreeuwend weer wakker wordt. 
  10. Dit geldt ook voor de overspannen rug- en beenspieren waardoor de baby al stevig op de benen staat (natuurlijk ondersteund door een van de ouders). 
  11. Babymassage of de baby in het bad doen kan voor veel huilbaby's een ramp zijn. Dit zijn weer extra prikkels terwijl de baby al overprikkeld is. 
  12. Veel huilbaby's hebben hoofdpijn. De baby ligt dan ook graag met de schedel ergens tegen aan. Veel huilbaby's kruipen dan ook door het bedje heen totdat ze ergens contact hebben gemaakt met een weerstand. Een spijltje of de bovenkant van het ledikantje bijvoorbeeld. 
  13. De oogjes van de baby zijn naar boven gericht zonder iemand aan te kijken. 
  14. Het hoofdje ligt vaak extreem ver naar achteren. 
  15. De baby is in de meeste gevallen over strekt. 
  16. De romp ligt in een banaan of komma vorm. 
  17. De rug is moeilijk te buigen. 
  18. Hebben vaak een voorkeurshouding waar de baby moeilijk uit te krijgen is. Een poging om de baby recht te leggen leidt tot heftige protesten. 
  19. Ligt de baby op de rug met de beentjes naar je toe, dan kost het veel moeite om de benen te strekken en te buigen (fietsbeweging).
  20. Het lukt ook niet om de baby zo op te rollen, dat de knieën bij de schouders komen: "Foetus houding'. Daardoor kost een luier verwisselen ook veel moeite. 
  21. Het bekken kan niet onafhankelijk van de ribbenkast gedraaid worden: heupen, schouders en oren blijven constant in het frontale vlak. De baby draait als een paaltje. 
  22. De buik van de baby is erg hard.