Astarte

Home » Bevalling » Overige informatie

Overige informatie

Verklarende woordenlijst (opent in een popup venster)


Houdingen - Pers- en bevalhoudingen

Bij een bevalling is eigenlijk maar een ding zeker: de baby gaat er hoe dan ook uit. Maar in welke houding jij het prettigst perst en/of bevalt, is iets wat je zelf zult moeten bepalen. Eventueel in overleg met ons. Er is in ieder geval genoeg keuze.

De laatste 150 jaar bevielen veel vrouwen liggend in hun bed. Eigenlijk is dit geen natuurlijke houding. Als je ligt druk je het bekken wat in een waardoor dit krapper wordt en je hebt geen medewerking van de zwaartekracht. In vroegere tijden bevielen vrouwen vaak op een baarstoel. De vroedvrouw of een vroedmeester zat dan op een klein krukje voor de barende vrouw. Er doen 2 verhalen de ronde over hoe vrouwen in bed terecht kwamen om te bevallen. Het ene verhaal verteld dat in de eerste helft van de 19de eeuw de hofartsen van het franse hof het niet koninklijk vonden om op de baarstoel te bevallen en zij de koninklijke barende niet voldoende konden helpen. 

Het ander verhaal verteld dat nadat rond 1850 de toeter werd uitgevonden men de hartslag van de baby alleen maar liggend kon controleren. Tegenwoordig hebben we de doptone waarmee we in meerdere houdingen naar het hartje van de baby kunnen luisteren maar desondanks persen en bevallen nog veel vrouwen in bed.

Hurkend of hurkzit
De meest natuurlijk houding om te persen tijdens de bevalling. Je zakt tijdens de wee op platte voeten langzaam door je knieën, blijft rechtop met je billen bijna op de grond waarbij je jouw bekken iets naar voren kantelt. Houdt als steun bijvoorbeeld de rand van het bed vast. Is de wee over dan kun je gewoon weer gaan staan totdat de volgende wee komt.

De voordelen om zo te persen:

Ook uit verschillende onderzoeken blijkt dat bij persen in hurkende houding de bevalling vlotter verloopt.

De nadelen om zo te persen:

Deze houding valt van te voren al wel te oefenen door bijvoorbeeld regelmatig op je hurken met de rug tegen de muur een tijdje een tijdschrift te lezen.

In deze houding bevallen is iets minder handiger omdat we dan niet meer goed bij het perineum kunnen om in te grijpen of bijvoorbeeld te steunen. Wij adviseren dan ook vaak om als het hoofdje zo goed als staat terug te gaan naar bed. Je ligt dan ook al zo gauw de baby geboren wordt en krijgt hem meteen op je buik. Voor ons bevaltechnisch handig omdat we bij het perineum kunnen, goed kunnen inspecteren en voor het eventuele hechten. 

Zeker bij je eerste bevalling is dit onze favoriete manier van bevallen: op je hurken persen en daarna in bed je kind geboren laten worden. 
Wil je wel graag op je hurken bevallen dan ga je aan het eind van de bevalling als het hoofdje zich aankondigt aan de benen van je partner hangen die dan achter je zit op een stevige stoel.

Note: Indien je moeite hebt met het hurken kan het helpen om een paar schoenen aan te doen met een klein hakje. Door het hakje worden je kuitspieren minder opgerekt en heb je er minder last van.

Foto A: Verticaal op de baarkruk

De baarkruk
Lijkt op de hurkzit maar door het zitten duw je het bekken ineen wat dus weer wat krapper wordt en daardoor je een van de grootste voordelen van verticaal persen weer kwijt. Slechts een klein percentage vrouwen is tevreden over deze wijze van bevallen, die vooral als vermoeiend en oncomfortabel wordt ervaren. Dit laatste omdat de randen van de kruk op den duur pijn gaan drukken in je billen en bij sommige vrouwen wordt de pijnlijke druk op het stuitje erg groot.

De baarkruk kan wel handig zijn om te gebruiken tijdens de ontsluiting om de weeën op te vangen.
Omdat de baarkruk weinig gebruikt wordt hebben wij er maar een. Dus mocht je er wel op willen bevallen bespreek dit dan voor de bevalling met ons op het spreekuur. Hij is ook te huur bij de thuiszorgorganisatie. 
Enkele voorbeelden zie foto's:



De WC
Lijkt ook wel op de baarkruk maar de ruimte er omheen is vaak zodanig beperkt, dat om het kind daar geboren te laten worden niet zo handig is. Het is vaak wel een prima plek om de weeën op te vangen: je houding is heel natuurlijk en je geneert je minder omdat je gewent bent om daar te zitten.

Op handen en knieën
Een goede houding voor vrouwen die tijdens de ontsluitingsweeën pijn in de rug en in de bovenbenen hebben. Door tijdens de ontsluitingsfase al op je handen en knieën te gaan wordt de druk op je rugwervels en je stuitje minder heftig. Deze houding raden we ook nog wel eens aan als het hoofdje tijdens de bevalling nog niet is ingedaald. De geboorte zelf is door de moeder op deze manier zo goed als niet te zien.

In deze houding is ontspannen vaak weer moeilijker en bij een langdurige bevalling kunnen de polsen en knieën pijnlijk verkrampt raken. Bovendien zijn er wel eens problemen met het evenwicht.
Foto B: op handen en knieën 

Op je knieën
Ook een goede houding voor vrouwen die tijdens de ontsluitingsweeën pijn in de rug en in de bovenbenen hebben. De zwaartekracht werkt in deze houding ook weer mee. Belangrijk is wel dat je tijdens het persen je billen laag houdt. Door dan half overeind te komen op je knieën, zittend op je bovenbenen, kun je soms zelf je kind aanpakken. Om je partner er bij te betrekken gaat hij met zijn rug tegen het hoofdeind van het bed zitten met een kussen in zijn rug. Jij gaat dan op je knieën met je gezicht naar hem toe zitten. Zo hou je contact met hem en kan je tussendoor met je hoofd lekker tegen hem aanhangen.

Plat op de rug
De methode van bevallen van de laatste 200 jaar. Plat op je rug, kin op je borst, benen wijd gespreid en knieën naar je toe. De houding is niet echt slecht, als je namelijk in hurkzit zit en je dan achterover zou laten vallen heb je dezelfde houding. Echter de zwaartekracht werkt niet mee en de doorbloeding van de placenta is minder. Sommige vrouwen kunnen in deze houding minder krachtig persen.
Het is vooral een prettige houding als de ontsluitingsweeën erg lang hebben geduurd. Tussen de weeën door kan men dan zo ontspannen mogelijk liggen en wat uitrusten. 

Halfzittend in bed
Voor deze houding wordt ook nog wel eens gekozen. Je hierbij eventueel ook nog halfzittend steunen in de kussens of tegen je partner aanleunen. In deze houding kun je wel goed de gehele geboorte goed volgen. Het kan bovendien motiverend werken als je kunt zien dat het hoofdje steeds verder te voorschijn komt. Tussen de weeën door kun je steeds weer even achterover leunen en uitrusten. Lastig is alleen dat je billen diep in het matras duwen waardoor het matras als het ware ook een belemmerende factor is geworden die je dan ook nog moet overwinnen, waardoor de bevalling wat langer kan duren.

In zijligging
Als tijdens de bevalling blijkt dat de baby met het gezicht naar boven draait en in kruinligging dreigt te komen liggen, is het beter in zijligging te bevallen of in ieder geval te persen. Je ligt dan op die zijkant van jouw lichaam waar de rug van je baby ligt, hierdoor kan de baby eventueel nog de goede kant opdraaien. Deze houding is ook zeer geschikt voor vrouwen die tijdens de ontsluiting last hebben van rugweeën. Het is in deze houding niet zo goed mogelijk echt te bevallen maar wel een goede en soms prettige houding om te persen.

Foto C: in zijligging

Bevallen in bad
Dit is een nog vrij nieuwe manier van bevallen in de westerse wereld en nog niet zo in zwang. Het is lang niet voor iedereen te doen omdat je er een vrijstaand speciaal bad voor nodig hebt en veel ruimte. Ook de huur van zo'n bad is niet echt goedkoop, dit varieert per verhuurder.
Wel werkt het warme water tijdens de ontsluitingsweeën ontspannend en daardoor zal de bevalling wat gemakkelijker verlopen. Het probleem alleen is weer het water steeds maar op temperatuur te houden. Verder kan de partner niet zo veel steun bieden en leert ons de ervaring dat veel vrouwen het toch een angstig idee vinden dat de baby onder water wordt geboren of dat er zich allerlei bacteriën in het water kunnen bevinden waardoor zij zich minder goed kunnen ontspannen.

Mocht je een badbevalling overwegen bespreek het dan even van tevoren op het spreekuur met ons, we staan er niet onwelwillend tegenover. Info:

http://waterkinderen.nl

http://www.aqua-baby.nl


Het Roma rad
Het Roma rad is alleen in sommige ziekenhuizen aanwezig. Het is een soort buizenconstructie waarin je kunt zitten, schommelen of tegen je partner aan kunt hangen. Doordat je op deze manier verticaal bevalt helpt de zwaartekracht en is ook de doorgang van je bekken ruimer. Hoewel dit wel een prettige houding kan zijn zitten er ook nadelen aan daar de kans op in scheuren en wat ruimer bloedverlies wat groter is. Helaas is er in onze regio nog geen ziekenhuis met een Roma rad.

Resumé: 
In principe is elke houding goed zolang jij het gevoel hebt dat het zo goed en prettig voor jou gaat en wij voldoende zicht behouden om te zien of alles goed gaat. En wanneer jij een bepaalde houding hebt gevonden die je prettig lijkt wil dat niet zeggen dat op het moment suprème dit heilig zou moeten zijn. Wanneer jij denkt tijdens je bevalling een andere houding toch comfortabeler te vinden kun je natuurlijk altijd nog wisselen. 

Verder zijn er nog enkele manieren om de bevalling te verlichten:

GeboorteTENS
Wat is GeboorteTENS: GeboorteTENS is een apparaatje dat pijnprikkels zoals weeënpijn of chronische pijn zodanig beïnvloedt dat de intensiteit van de pijn minder wordt. TENS staat voor Transcutane Elektro Neuro Stimulatie. Als je bijvoorbeeld weeën hebt, stuurt je lichaam pijnsignalen naar je hersenen. Het apparaatje blokkeert deze prikkels via lichte elektrische pulsen.

De GeboorteTENS is een op batterijen werkend doosje ter grootte van een walkman. Aan weerskanten van je ruggenwervel plak je vier speciale pleisters waardoor het apparaatje de pijnprikkels uit het bekken en de baarmoederstreek opvangt. De tinteling in de zone rondom de pleisters stel je in op een voor jou prettig niveau. Voor het opvangen van de weeën is een speciale handschakelaar bijgeleverd. De stimulatie van de zenuwen vindt plaats via op de huid aangebrachte elektroden. Het is dan ook eenvoudig door jezelf of met behulp van je partner gemakkelijk zelf uit te voeren. Dit apparaat geeft je zwakstroomstootjes die de pijnprikkels beïnvloeden, zodat de pijn soms wel met 50% verminderd. Ze halen zo gezegd de toppen van de wee. (Info: http://www:GeboorteTENS.nl )




Acupunctuur
Ook deze vorm van bevallingsverlichting is nog niet zo bekend. Door het aan brengen van naaldjes in je huid (bepaalde banen) kan dit je bevalling verlichten of bespoedigen. Heb je belangstelling kijk op de volgende sites:

www.acupunctuur.nl

www.shou.nl/verlos.html

Hypnose
Er zijn cursussen waarin je kunt leren jezelf onder hypnose te brengen. Je leert dan in een aantal lessen goed te ontspannen en jezelf in een roes van rust te brengen. Het is uiteraard niet zo dat de bevalling dan totaal langs je heen gaat maar je ervaart alles als in een droom. Je werkt op deze manier actief mee aan de bevalling maar ervaart de pijn niet als zodanig. Helaas hebben we hier (nog) geen ervaring mee en kunnen je er niet meer over vertellen, voor meer info:

www.hypnotherapie.nl

www.hypnobirthing.com


Hyperventilatie 

Sommige vrouwen krijgen tijdens hun bevalling en soms ook in de zwangerschap last van hyperventileren. Dit betekent dat de balans tussen de zuurstof en de koolzuur in je lichaam verstoord is geraakt waardoor ze het gevoel hebben dat ze niet genoeg lucht meer krijgen. Dit ontstaat door een verkeerde manier van ademen.

Als je hyperventileert lijkt het alsof je bijna geen adem meer krijgt, je krijgt last van duizeligheid, soms misselijkheid en vaak tintelingen of een verdoofd gevoel in je vingers en tenen. Daarnaast voel je op den duur je licht worden in je hoofd en ga je wazig en minder scherp zien. 

Je kunt deze verschijnselen bestrijden door een zakje (van papier of plastic, dat maakt niets uit) voor je mond te houden en hier een tijdje in- en uit te ademen. Je kunt, als je geen zakje bij de hand hebt, dit ook doen door een kommetje van je handen maken en die dan voor je mond te houden, terwijl je in- en uitademt. Zolang je er maar voor zorgt dat je de lucht die je uitademt ook weer inademt. Na een aantal keren zo in en uit geademd te hebben zul je snel merken dat jij je een stuk beter voelt.

Hyperventilatie ontstaat wanneer het evenwicht tussen de hoeveelheid zuurstof en koolzuur in je longen en je bloed wordt verstoord. Dit kan gebeuren wanneer je verkeerd of te snel en te diep inademt, bijvoorbeeld tijdens het opvangen van je weeën of wanneer je heftige emoties ervaart. Het inademen van de uitgeademde lucht zorgt ervoor dat dit evenwicht weer wordt herstelt.


Inknippen of scheuren

Soms kan het een enkele keer nodig zijn om meer ruimte te creëren om het hoofdje te kunnen laten passeren of de bevalling te beëindigen door middel van een knip. Dit is een chirurgische ingreep die tot doel heeft om het geboortekanaal groter te maken. Een knip wordt door ons ook wel een epi of episiotomie genoemd. 

Redenen om in te knippen kunnen zijn

Knippen of scheuren 
Je kunt de knip beschouwen als een gecontroleerde scheur. Als de beslissing om een knip te zetten op het goede moment genomen wordt kan dit eventueel voorkomen dat je te ver uitscheurt. Een scheur kan wat grilliger zijn soms met gerafelde randen die wat lastig te hechten kunnen zijn. Daarentegen geneest een scheur juist vaak mooier en beter dan een knip, juist omdat de randen niet zo recht zijn. Hierdoor vallen de randen weer makkelijker tegen elkaar en groeien ze sneller vast.
Als er te laat of niet wordt besloten om in te knippen kan het in soms gebeuren dat je uitscheurt tot en met de spier van je anus. Dit noemen we een totaalruptuur. Een totaalruptuur kan pijnlijk zijn en is lastig om te hechten. Dit laten we dan ook altijd in het ziekenhuis doen. Gelukkig komt een totaalruptuur niet zo vaak voor. 

Methode
De knip wordt in principe altijd gemaakt vanuit de onderste rand van je vagina. Er zijn twee manieren:

We knippen in principe bijna altijd tijdens een wee, dus terwijl je aan het persen bent. Omdat je op dat moment waarschijnlijk volledig geconcentreerd bent op je wee en niet op dat wat wij aan het doen zijn (al vertellen we je natuurlijk wel wat we gaan doen), merk je bijna niets van het inknippen. Toch zijn er vrouwen die de knip als uiterst pijnlijk ervaren. Daarom zullen we, indien er tijd is, proberen je bekkenbodem voor het knippen te verdoven.

Hechten
Wanneer je baby en de placenta zijn geboren moet het scheurtje of de knip worden gehecht. Dat is een ingewikkelde aangelegenheid die soms nogal wat tijd in beslag kan nemen. Bij een grotere scheur of een knip wordt er namelijk in verschillende lagen gehecht. Eerst hechten we de binnenste lagen van je weefsels opnieuw aan elkaar en daarna werken we langzaam naar buiten. Zo kan het zijn dat er best een aantal hechtingen in gezet moet worden.

Voor de binnenste hechtingen in je lichaam wordt altijd gebruikgemaakt van oplosbaar hechtmateriaal. Dat geldt niet altijd voor de buitenste hechtingen. Tegenwoordig gebruiken we hechtmateriaal dat wel oplost, maar de tijd die daar voor staat is een goede 42 à 43 dagen. Meestal zullen we dus toch voorstellen deze te verwijderen op de laatste dag dat wij in je kraambed komen. 
Voordat we gaan hechten wordt je in de meeste gevallen altijd plaatselijk verdooft. Als we je voordat de knip werd gemaakt al verdoofd hebben is dat niet meer nodig. De verdovende vloeistof wordt met een injectienaald bij je schaamlippen ingespoten. Dit verdoven kan soms ook pijnlijk zijn.

Meestal wordt niet alleen de verdoving als vervelend ervaren maar ook het hechten wordt als onaangenaam en soms pijnlijk ervaren.
De verdoving neemt namelijk niet alle pijn weg en bovendien moet je vaak een wat langere tijd in een nare positie liggen, op een half bed met je benen wijd in beensteunen of thuis op de rand van je bed soms met een verhoging onder je billen. Men heeft dan zo iets van: ben je net bevallen en dan dit nog; het is vaak net iets teveel van het goede. Het kan dan helpen om je baby bij je te nemen zodat je afgeleid wordt.

Genezen
Wanneer de verdoving is uitgewerkt, enkele uren na het hechten, kun je wel wat last van de wond krijgen. Deze voelt dan soms wat branderig aan en kan een stekende pijn uitstralen. 
Het nadeel van een wond op die plaats is namelijk dat zich daar vocht kan gaan ophopen. Als dat gebeurt zwelt je huid wat op, wat tot gevolg kan hebben dat de hechtingen steeds strakker gaan zitten. Ze trekken dan aan het gevoelige weefsel rond de wond, wat erg pijnlijk kan zijn. Je hebt dan vooral last bij het zitten en plassen. Wanneer je zit oefen je namelijk nog meer druk uit op de wond en als je plast gaat er zure urine over heen.

Wat te doen de pijn te verminderen en het genezingsproces te bevorderen:

Bemerk je dat de wond toch gaat ontsteken neem dan contact op met ons.

Je zult merken dat de pijn snel minder wordt wanneer we de buitenste hechtingen hebben verwijdert. Toch kun je daarna best nog wel een tijdje last hebben van de wond. De pijn kan bijvoorbeeld terugkomen wanneer je na de bevalling weer voor het eerst weer met je partner vrijt. Zo kan door de wondgenezing de ingang van je vagina wat vernauwd zijn waardoor het vrijen wat pijnlijker kan zijn. Gebruik daarom als je hechtingen hebt gehad de eerste paar keer wat glijmiddel. Waarschijnlijk heb je er na een paar keer vrijen steeds minder last van en verdwijnt de pijn uiteindelijk gewoon weer.

Discussie
Er is nogal wat discussie over het wel of niet inknippen. Deze kritiek is met name gericht op de redenen waarom er in bepaalde gevallen wordt besloten tot het maken van een episiotomie. Eén van de redenen om te knippen is immers het voorkomen van scheuren. Aangezien een scheur gemakkelijker geneest en minder last geeft, is het dus de vraag of een scheur nu zoveel slechter is dan een knip. 

Of er een dreigende kans op een totaalruptuur bestaat wordt vastgesteld door degene die de bevalling leidt. Dit blijft dus altijd een subjectieve beslissing. De ene verloskundige ziet dan ook veel eerder de noodzaak om in te knippen dan de andere. Er zijn er die bijna altijd knippen en anderen die dat vrijwel nooit doen. 

Opvallend is dat er bij verloskundigen die weinig knippen niet veel meer totaalrupturen voorkomen dan bij verloskundigen die dat vaker doen. Hieruit kun je de conclusie trekken dat een knip die alleen 'voor de zekerheid' wordt gezet in de meeste gevallen overbodig was. Zonder de knip zou het merendeel van deze vrouwen ook geen totaalruptuur hebben gekregen. Daarbij komt nog dat zelfs met een knip een totaalruptuur niet altijd voorkomen kan worden.

Protocol in onze praktijk is om zo weinig mogelijk te knippen.


De rol van de aanstaande vader

Het is uiteraard je vrouw die tijdens de bevalling het meeste werk verricht. Zij is tenslotte diegene die de weeën moet doorstaan en uiteindelijk jullie baby op de wereld zal zetten. Maar dat betekent geenszins dat je als aanstaande vader tijdens de bevalling alleen maar lijdzaam moet afwachten tot jullie baby is geboren. 

Ook voor jou is er genoeg te doen. Als aanstaande vader kun je een actieve rol vervullen tijdens de bevalling. In het ideale geval vorm je samen met ons en de kraamverzorgster een hecht team dat ervoor zorgdraagt dat de bevalling tot een goed einde wordt gebracht. Zeker als je vrouw thuis bevalt zijn er genoeg dingen die je kunt doen om haar te ondersteunen. Maar ook in het ziekenhuis kun je een aantal belangrijke taken vervullen. 

Als eenmaal de weeën begonnen zijn kun je met een horloge of eventueel een stopwatch de frequentie van de weeën opmeten. Je begint te meten aan het begin van een wee en stopt aan het eind. Je begint dan direct weer te meten totdat de volgende wee weer begint. Je weet dan hoe lang de wee duurt en hoe lang de rustpauze tussen de weeën is. Schrijf deze resultaten op zodat je een goed overzicht krijgt van het verloop van de bevalling. Wij vragen namelijk altijd met welke tussenpozen de weeën komen en hoe lang ze duren, dan kun je mooi terugvallen op je aantekeningen. Vooral als ze sneller gaan komen dan iedere vijf minuten is het belangrijk om ze op te meten.

Als je samen met je vrouw bepaalde ademhalingstechnieken hebt geleerd tijdens een zwangerschapscursus, kun jij je vrouw tijdens de weeën goed helpen en ondersteunen bij het toepassen van die technieken. Dat is meer dan alleen maar wat mee puffen of mee hijgen, iets waar mannen soms wat lacherig over doen. Jouw aanwijzingen kunnen haar helpen om haar ademhaling onder controle te houden en zo voorkomen dat ze in paniek raakt en misschien gaat hyperventileren.

In de eerste fase van de bevalling komen de weeën nog niet zo snel achter elkaar. Het is wachten op de eerste centimeters ontsluiting en op het moment waarop de weeën krachtiger gaan worden. In die tijd kun jij je nuttig maken door je vrouw een beetje af te leiden van de bevalling. Doe samen een spelletje, kijk een leuke film of zet een rustig muziekje; help haar in bad of onder een lekker warme douche. Hierdoor zal een rustige ontspannen sfeer ontstaan en lijkt het allemaal wat minder lang te duren.

Die sfeer is sowieso belangrijk tijdens de bevalling. Je vrouw heeft die rust nodig om zich volledig op haar weeën te kunnen concentreren; jij kunt daar voor zorgen door alle eventueel storende elementen om haar heen te verwijderen. Zorg ervoor dat het stil is in huis of in de slaapkamer, een rustig muziek kan meestal wel. Demp de verlichting een beetje en trek de stekker van de telefoon eruit en zet de gsm uit (behalve indien wij hebben afgesproken jullie terug te bellen). Zet bovendien de verwarming iets hoger. Je vrouw zal dit zeker weten te waarderen.

Daarnaast kun je uiteraard proberen om zoveel mogelijk aan de behoeften van je vrouw te voldoen. Zorg dat er altijd een glaasje water in de buurt is en zet een potje thee wanneer ze daar trek in heeft. Help haar bij het aantrekken van warme sokken mocht ze koude voeten hebben. Geef haar een nat washandje wanneer ze behoefte heeft aan iets koels op haar huid. Of laat het bad vast vol lopen met goed warm water. Nu de bevalling nadert mag je haar best een beetje extra verwennen. 

Let wel op dat je niet gaat overdrijven. Aardig zijn en iets liefs doen voor haar is natuurlijk niet verkeerd, zolang je maar begrijpt dat je niet honderd keer achter elkaar aan je vrouw moet vragen of het nog wel gaat en of dat ze nog iets nodig heeft. Dat zorgt op den duur alleen maar voor irritatie en onrust. Luister gewoon naar haar behoeften maar laat haar met rust als ze aangeeft dat ze even alleen wil zijn. Kortom, zorg ervoor dat je er bent voor haar als ze je nodig heeft, maar dring je niet aan haar op.

Het is belangrijk om tijdens de hele bevalling op een subtiele manier contact te houden met je vrouw. Praten kost haar misschien wel te veel energie maar met je ogen en je handen kun je ook heel goed laten merken dat je er bent. Ga in ieder geval nooit weg zonder dat zij weet waar je bent, dit is een gouden regel die altijd opgaat. Ze moet erop kunnen vertrouwen dat je er bent als ze je nodig heeft.
Lichamelijk contact kan de vertrouwelijke en intieme sfeer van de bevalling versterken. Je kunt je vrouw tijdens de weeën letterlijk ondersteunen als ze aangeeft dat ze dat een bepaalde houding prettig vindt. Als ze last heeft van de weeën laag in haar rug of bovenbenen kun je haar daar licht drukkend masseren. 

Probeer direct in te springen bij kleine lichamelijke ongemakken zoals kramp of een aanval van hyperventilatie. Strek haar been en beweeg de tenen naar haar gezicht en masseer de verkrampte kuitspier zodat ze weer wat losser worden. Hyperventilatie bestrijd je door je vrouw in een klein plastic zakje of in haar handen te laten in- en uitademen.

Aan de pijn van de weeën kun jij uiteraard weinig doen. Je kunt je vrouw wel door die pijn heen helpen door haar emotioneel te steunen. Moedig haar aan en geef haar complimentjes. Laat merken dat je vertrouwen in haar hebt en vertel haar dat ze het goed doet, dan geef je haar weer extra moed en kracht om door te gaan.

Tijdens de bevalling kun je naar de buitenwereld toe functioneren als de spreekbuis van je vrouw. Vooral bij een ziekenhuisbevalling is het aan jou om bij te houden wat er allemaal gebeurt. Misschien dat je met je vrouw bepaalde afspraken hebt gemaakt over wat jullie wel en niet willen in bepaalde gevallen. Zie er dan ook op toe dat die afspraken nagekomen worden voor zover dat door medische omstandigheden mogelijk is.

Probeer te voorkomen dat de verpleging je vrouw lastigvalt met allerlei vragen die jij ook kunt beantwoorden. Vraag ze bijvoorbeeld ook om uit te leggen waarom bepaalde maatregelen nodig zijn of wat de functie van bepaalde apparaten is. Dan kun je dat later, als ze erom vraagt, op jouw beurt weer aan je vrouw uitleggen. Zo voorkom je dat jullie later niet meer precies weten wat er allemaal gedurende de bevalling is gebeurd.

Bij een thuisbevalling ben jij een belangrijke assistent van ons. Maak ons wegwijs in jullie huis zodat we alles weten te vinden wat we nodig hebben voor de bevalling. Je kunt er voor zorgen dat de babykleertjes klaar liggen en de kruiken met heet water zijn gevuld. Als we tussentijds weer weggaan vertellen we jou wat je moet of kunt doen en waar je op moet letten tijdens onze afwezigheid en wanneer je ons weer moet bellen. 

Als jullie baby uiteindelijk daadwerkelijk is geboren wacht er nog een heel specifieke taak op je. Als je wilt, mag je namelijk de navelstreng van jullie baby doorknippen en zo na negen maanden wachten, moeder en kind symbolisch van elkaar scheiden en zo de geboorte van jullie baby definitief bekrachtigen. In dit geval zullen wij jou assisteren in plaats van andersom. Hierna kunnen jullie voor het eerst echt gaan kennismaken met jullie nieuwe kindje.

Vergeet in deze hectische tijd niet om ook een beetje voor jezelf te zorgen. Zorg ervoor dat ook jij genoeg rust krijgt en ga bijvoorbeeld even slapen als je vrouw aangeeft dat ze het wel even alleen afkan. Als zij jou straks echt nodig heeft aan het eind van de bevalling, heeft ze niets aan een partner die omvalt van de slaap. Vergeet ook niet om af en toe zelf wat te eten en te drinken. 
Zie je er tegen op?

Je bent niet de enige aanstaande vader die opziet tegen de bevalling. De meeste mannen vragen zich op een gegeven moment af of ze het wel aankunnen om hun vrouw te zien lijden onder de barensweeën. Pijn is niet leuk maar soms is je hulploos voelen net zo erg. Sommige a.s. vaders zijn bang dat ze flauw zullen vallen, misselijk zullen worden of in paniek zullen raken. De mannen die de verloskamer zonder enige vorm van angst betreden zijn dan ook op één hand te tellen.

Maar in de praktijk valt het vaak reuze mee. Er zijn maar weinig a.s. vaders die hun angstige voorgevoelens daadwerkelijk uit zien komen. De meeste mannen slaan zich er prima door heen, veel beter dan ze van tevoren hadden gedacht. En ook de mannen die zich nauwelijks op de bevalling hadden voorbereid zien we maar zelden naar de gang verdwijnen. Vertrouw er dus maar op dat je instinctief weet wat je moet doen zonder te veranderen in een angstig bibberend hoopje mens.

Mocht je tijdens de bevalling het toch even te kwaad krijgen, wees dan niet bang dat iemand je daar op aan zal kijken. Wij, de kraamverzorgster of eventueel de gynaecoloog en verpleegkundigen hebben het vaak druk genoeg met je vrouw en zullen niet altijd oog hebben voor jouw emoties. We zullen je dan ook echt niet met andere mannen gaan vergelijken. Een eventuele machohouding mag je in de verloskamer dan ook best afleggen, emotionele gevoelens tonen mag uiteraard wel. Maar het is ook weer niet de bedoeling om je overdreven over te geven aan je eigen emoties. Daar leid jij je vrouw alleen maar weer mee af. Hierdoor kan het zelfs gebeuren dat de weeën minder snel achter elkaar komen en de bevalling langer duurt. Probeer dan ook te voorkomen dat je vrouw zich zorgen gaat maken om jou. Om de bevalling goed te laten verlopen moet ze zich tijdens de weeën volledig kunnen concentreren en kunnen vertrouwen op jou.
Het kan bovendien voor je vrouw erg demotiverend zijn wanneer jij voortdurend laat zien dat je bang en onzeker bent. Daarmee geef je als het ware aan dat je niet genoeg vertrouwen in haar hebt en eraan twijfelt of ze de bevalling tot een goed einde zal brengen. Ze heeft er veel meer aan als jij je eigen angsten even opzij zet en in plaats daarvan vertrouwen en begrip probeert uit te stralen. Jouw vertrouwen geeft haar weer de moed om door te gaan.

Een bevalling is vaak een uitputtingsslag, een lichamelijke topprestatie die allerlei oerinstincten wakker maakt in je vrouw en hierdoor vallen de 'normale' beleefdheidsnormen die de maatschappij ons oplegt, nog wel eens weg. Die ongekende oerkrachten dwingen haar om zich volledig te concentreren op zichzelf en niet langer rekening te houden met anderen om haar heen. Wees dus niet verbaasd als je anders zo redelijke en begripvolle vrouw soms lijkt te veranderen in een onredelijke en egoïstische furie.

Als jullie baby eenmaal is geboren komen jullie vanzelf weer in een wat rustiger vaarwater terecht. Die rust kun je gebruiken om de bevalling nog eens helemaal door te praten met je vrouw. Het is voor beiden vaak erg fijn om alle momenten nog eens opnieuw te beleven. Bovendien helpt het bij het verwerken van alle emoties die de meestal nogal indrukwekkende gebeurtenis in jullie heeft losgemaakt. 
Als de één de herinneringen van de ander aanvult met de eigen ervaringen ontstaat er een totaalplaatje van de gebeurtenis, die je op kunt slaan in je geheugen en daar voor altijd kunt blijven koesteren.


Meconiumhoudend vruchtwater. 

We vragen je altijd om wanneer je vliezen breken te kijken naar de kleur van het vruchtwater. Normaal gesproken is vruchtwater helder, soms met wat witte vlokjes erin, soms een beetje roze van kleur. 

Het vruchtwater kan ook groen of bruingroen van kleur zijn. Je baby heeft dan in het vruchtwater gepoept, we noemen dit meconiumhoudend vruchtwater. Dit hoort echter niet, een baby poept normaal gesproken pas voor het eerst na de geboorte. Als het vruchtwater wel gekleurd is maar het is nog net als water dan heeft de baby al een tijdje terug al in het vruchtwater gepoept. Echter is het vruchtwater gekleurd is en het is een dikke drab dan heeft de baby vrij recent in zijn vruchtwater gepoept, dit is dan vaak een teken dat hij het nog kortgeleden niet zo naar zijn zin had. 

Je baby is dan meestal ergens van geschrokken en heeft als natuurlijke reactie in het vruchtwater gepoept maar een enkele keer is het een teken dat hij het op een bepaalt moment echt niet naar zijn zin heeft gehad. In principe is meconiumhoudend vruchtwater altijd een reden om naar het ziekenhuis te gaan. In 97% van de gevallen is er niets aan de hand maar die overgebleven 3% willen we er toch wel graag uit vissen. Tenslotte wil iedereen graag een gezonde baby.

Als er dus tijd genoeg is moet je altijd uit voorzorg naar het ziekenhuis om daar te bevallen onder CTG bewaking (zie ctg). De conditie van je baby wordt constant in de gaten gehouden en mochten er tekenen zijn dat hij het echt moeilijk krijgt dan kan de gynaecoloog meteen ingrijpen. Maar zoals we al zeiden in de meeste gevallen is er gelukkig niet zoveel aan de hand en beval je normaal en van een gezonde baby en kun je weer vlot naar huis. 

Wel zal men er zorg voor dragen dat je baby goed wordt uitgezogen en het mondje goed wordt schoongemaakt om te voorkomen dat er wat van het meconiumhoudende vruchtwater in zijn longetjes komt. Want dat zou de juist opstartende ademhaling verstoren en zou de baby daar wel last van hebben.

Mocht het daarentegen toch gebeuren dat er wat van het meconiumhoudend vruchtwater in zijn longentjes komt dan spreken we van een meconiumaspiratie. In dit geval wordt de kinderarts ingeschakeld en krijgt de baby extra zuurstof. Je baby zal dan enkele dagen in de couveuse wordt verzorgt en geobserveerd om zijn ademhaling in de gaten te houden. Het duurt dan dus even wat langer voor je met zijn beide naar huis mag.

Indien er bij jou meconiumhoudend vruchtwater wordt geconstateerd en de bevalling schiet al snel op en er is dan geen tijd meer om naar het ziekenhuis te gaan terwijl de harttonen van de baby goed zijn, dan zullen we besluiten om de bevalling toch thuis af te maken. Dit gebeurt over het algemeen als het je tweede of volgend kind is. We zullen extra vaak naar het hartje luisteren en de baby goed uitzuigen zodra het hoofdje geboren is. Na de geboorte zullen zowel wij als de kraamverzorgster de baby extra goed in de gaten houden.


Niet vorderende ontsluiting

Indien je bevalling begonnen is en gaandeweg de weeën toenemen maar je ontsluiting niet, spreken we van een niet vorderende ontsluiting. Ook als te ontsluiting te traag vordert, met uitputting als gevaar, spreken we hiervan. 

Wat kunnen redenen zijn van het niet vorderen van de ontsluiting: 

Soms kan het voldoende zijn om thuis meer rust te creëren, trek je terug, verduister je slaapkamer, zoek je rust, een warm bad kan wonderen verrichten, soms is er een slaaptabletje nodig. (Je adrenaline zal dalen waardoor de werking van de oxytocine verbetert)
Indien er wat sterkere middelen nodig zijn zoals sedatie, een spuitje om echt even goed te slapen, dan moet je wel naar het ziekenhuis en maken wij eventueel samen met jullie de bevalling daar verder af.

Mocht het zo zijn dat je weeën versterkende middelen nodig hebt of een ruggenprik dan moeten we uiteraard de gynaecoloog inschakelen die het dan van ons over neemt.

Eventuele liggingsafwijkingen zouden kunnen leiden tot kunstverlossingen of in het geval van een echte wanverhouding van het bekken ten opzichte van hoofdje zelfs tot een keizersnede. (zie Bevallingsingrepen)


Verdoving tijdens de bevalling

Bij een zware bevalling of bevallingsingreep kun je in het ziekenhuis vragen om een verdovende ruggenprik. Deze injectie via je ruggenmerg bevat pijnstillers die je vagina en je bekkenbodem verdoven. In het buitenland krijgen vrouwen vaker standaard een dergelijke verdoving aangeboden. De medische wereld in Nederland is echter nogal terughoudend op dit gebied. 

Vaak wordt tijdens de bevalling pas beslist of je een verdoving nodig hebt. De beslissing wordt dan gebaseerd op de toestand van jou en je baby. Je kunt in de zwangerschap al wel via een consult bij de gynaecoloog deze verdoving aanvragen maar het is ook dan vaak niet mogelijk om voor de volle 100% toegezegd te krijgen dat je verdoofd zult worden. 

In het buitenland mogen vrouwen vaak zelf kiezen welk soort verdoving ze toegediend krijgen. Ook dit is in Nederland vaak niet zo. Hier bepaalt de situatie, anesthesist of gynaecoloog welke verdoving voor jou op dat moment het meest geschikt is. Vrouwen in het buitenland kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om zichzelf een verdovend gas toe te dienen tijdens de weeën. Dit is een methode die in Nederland ook niet vaak wordt toegepast.

Het is namelijk zo dat deze verdovingen ook nadelen hebben. Deze verdovende stoffen kunnen immers via jouw bloed terechtkomen in dat van je baby. Hierdoor kan hij tijdens en na de geboorte versuft raken. Bij een hoge dosis kan dit problemen geven met zijn ademhaling en zijn vermogen om te zuigen. Bij een ruggenprik is dat overigens niet het geval, dus gaan er in ons land steeds meer stemmen op om flexibeler om te gaan met het toedienen van deze vorm van verdoving. 

Zie je erg tegen de bevalling op vanwege de te verwachten pijn, dan is het verstandig daar van tevoren al met ons over van gedachten te wisselen. Het is verstandig om van tevoren al af te spreken dat je een vorm van pijnstilling kunt krijgen als tijdens de bevalling blijkt dat je het niet aan kunt zonder. Alleen al deze afspraak kan jou een hoop rust geven waardoor je de bevalling meer ontspannen tegemoet gaat en die daardoor waarschijnlijk ook beter zal verlopen. Een ander vorm van pijnstilling is de GeboorteTENS. (zie GeboorteTENS


Onverwacht snelle bevalling

Mocht de bevalling ineens onverwacht snel gaan en wij zijn nog niet gearriveerd, hou je dan aan de volgende punten:

Als je al een paar kinderen hebt gebaard kan het soms zo snel gaan dat wij nog niet bij jullie zijn, zeker als de vliezen breken. Bedenk altijd dat een snelle bevalling altijd goed gaat, anders gaat het immers niet zo snel. Je hoeft dus niet in paniek te raken, een kind baren is een heel natuurlijk proces waar je eigenlijk niets aan hoeft te doen: het kind past zichzelf aan en glijdt gewoon soepeltjes naar buiten.

We zijn uiteraard meestal al onderweg, vind je het prettig bel ons op de praktijk gsm en we kunnen en zullen je coachen indien nodig. Het belangrijkste is rustig blijven en niet de baby willen aanpakken als alleen het hoofdje nog maar is geboren. Kijk dan wel even of er eventueel een navelstreng om zijn nekje zit. Zo ja, probeer deze aan te haken met je vinger en over het hoofdje heen te halen. Lukt dat niet, ook geen probleem, de baby zal dan door de lus van de navelstreng heen glibberen.

Jaag je vrouw niet op, laat haar zelf het tempo bepalen, dit wordt haar vanzelf ingegeven door de weeën. Deze zullen de baby vanzelf naar buiten duwen waarbij de baby zich aanpast aan het baringskanaal en de goede draaiingen maakt. Daarom raden we aan van de baby af te blijven tot de heupjes geboren zijn. Deskundigen weten met de draaiingen mee te gaan, een leek echter niet, terwijl de baby automatisch de goede weg zal kiezen indien hij niet belemmert wordt door ondeskundige handen.

Zo gauw de heupjes geboren zijn pak je de baby onder de armpjes beet en steun het hoofdje. Een pasgeborene is erg glibberig, dus houd hem goed vast. Beweeg de baby voorzichtig richting je vrouw en leg de baby op haar buik, met het hoofdje iets naar beneden en maak het mondje schoon. De ademhaling van het kind begint vaak met hijgen en huilen, wrijf eventueel een paar keer in lengterichting over het ruggetje om de ademhaling te stimuleren. Wikkel je baby in warme doeken of handdoeken en hou vooral het hoofdje bedekt (doe je baby evt. een mutsje op). Mochten we er nog steeds niet zijn wacht dan rustig op de nageboorte. Met de navelstreng hoef je niets te doen, af navelen is niet perse noodzakelijk. Ook niet als de nageboorte al geboren is. Zodra wij er zijn nemen we het van je over.

In eerste instantie zal je schrikken als jezelf je kind mee ter wereld moet brengen. Een normale reactie maar achteraf zal het jullie een voldaan en trots gevoel geven dat jullie dat toch maar eventjes samen gedaan hebben.


De stuitligging

Bijna alle baby's liggen vlak voor de bevalling in de juiste houding, met het hoofdje naar beneden. Maar een aantal ligt in een omgekeerde houding: ook wel de stuitligging genoemd. Een stuitligging vraagt om wat extra aandacht maar is geen reden tot paniek. 

Hoofdje naar beneden
In de laatste weken van de zwangerschap neemt de bewegingsruimte van je baby af, zijn hoofd wordt groter en zwaarder en waarschijnlijk door de zwaartekracht gaat de baby op zoek naar de meest comfortabele houding: met het hoofdje naar beneden. Bijna alle baby's liggen dus vlak voor de bevalling in deze houding. 

Andere ligging
Minder dan een half procent van de baby's ligt dwars en zo'n vier procent in omgekeerde houding. Dwarsliggers kunnen meestal niet via de normale weg geboren worden dus wordt er meestal voor gekozen om die via een keizersnede ter wereld te laten komen. Voor stuitliggers is dat niet altijd noodzakelijk. 

Oorzaken stuitligging
Hoewel er bij meer dan 85% van de stuitliggingen geen aanwijsbare oorzaak te vinden is kan een stuitligging o.a. worden veroorzaakt door:

Soorten stuitliggingen
Onvolkomen stuitligging: de benen liggen helemaal omhoog naast het lichaam zodat het kind als het ware op zijn tenen kan sabbelen. 
Half onvolkomen stuitligging: één been ligt gestrekt naar boven zoals bij een onvolkomen stuitligging, het andere been ligt naar beneden zoals bij een volkomen stuitligging.
Volkomen stuitligging: de bovenbenen zijn langs het lichaam gestrekt, maar de knieën zijn gebogen als in kleermakerszit.
Voetligging: het kind ligt met één of beide benen gestrekt naar beneden, zodat een of twee voetjes onder de billen liggen.

Bijtijds ontdekken
Wanneer een stuitligging bijtijds wordt ontdekt wordt voorgesteld om de baby te laten draaien. Dit laten we tegenwoordig in het ziekenhuis doen. Er wordt dan eerst een echo gemaakt om te bepalen of draaien mogelijk is. Dat is onder andere afhankelijk van de ligging van je baby en de hoeveelheid vruchtwater en of er niets in de weg zit. Het meest geschikte tijdstip om de baby te draaien is zo tussen de 35 en 37 weken. Lukt het draaien niet dan kun je vaak nog steeds via de natuurlijke weg bevallen. Dat is ter beoordeling van de gynaecoloog. Een stuitbevalling vindt wel altijd plaats in een ziekenhuis. Bijna één op de drie stuitliggingen eindigt alsnog in een keizersnede dus sommige gynaecologen zullen voorstellen om maar primair een keizersnede te verrichten.

Wanneer is een vaginale bevalling verantwoord?

Hoe verloopt een stuitbevalling?
De ontsluitingsfase bij een stuitligging verloopt niet anders dan bij een normale bevalling van een kind in hoofdligging. De harttonen van je baby worden gecontroleerd door middel van een CTG. Dit gebeurt soms via je buikwand en soms na het breken van de vliezen met een electrode op het billetje van je kind. Ook de sterkte van de weeën worden vaak gemeten. 

Wanneer je persdrang krijgt is het echt heel belangrijk dat je de weeën net zolang blijft opvangen tot dat je echt volledige ontsluiting hebt. Bij een stuitbevalling wordt bijna altijd gebruik gemaakt van een dwarsbed: het onderste gedeelte van het verlosbed wordt weggehaald en je plaatst je benen in beensteunen. De gynaecoloog kan er dan beter bij om te helpen met de geboorte. 

Zijn de billetjes of beentjes eenmaal geboren dan moet je net zolang door persen totdat de schouders zo goed als zichtbaar zijn. Hierna zal de gynaecoloog door middel van bepaalde handgrepen het hoofdje van je baby geboren laten worden. Soms zal een tweede persoon (assistent, verloskundige of verpleegkundige) net boven je symfyse (= schaambeen) drukken om ervoor te zorgen dat het hoofdje goed het bekken passeert. Bij een stuitbevalling wordt wel vaker ingeknipt dan bij een gewone vaginale bevalling.


De schoudertjes blijven vastzitten

Normaal gesproken is de geboorte van het hoofdje het moeilijkste en zwaarste gedeelte van een bevalling. Als het hoofdje eenmaal is geboren volgen de schouders en het lichaampje meestal vlot. Maar een enkele keer kan het gebeuren dat de schoudertjes van je baby niet meteen willen volgen. We zien dit meestal gebeuren bij de wat forsere kinderen of extreem zware kinderen, bijvoorbeeld negen pond. Het komt dan ook vaker voor bij vrouwen die al vaker bevallen zijn, want je ziet vaak dat de oplopende kinderen ook zwaarder worden. De voorste schouder blijft dan steken achter de symfyse (= schaambotje), we spreken dan van een schouderdystocie.

Indien het schoudertje achter de symfyse blijft hangen zullen we door middel van enkele handgrepen alsnog zorg dragen voor de geboorte van je baby. We zullen dan door verschillende manipulaties alsnog proberen het schoudertje los te krijgen. Dit kan variëren van het verder spreiden en dichter naar je neus brengen van je benen, soms krijg je een po onder je billen tot het via je zij door draaien naar je buik. Hierdoor ontstaat meer ruimte om de baby naar beneden te bewegen waardoor het schoudertje alsnog onder de symfyse door kan. Hierna zal de rest van het lichaampje vlot geboren worden.

Door de schouderdystocie bestaat er alleen een grotere kans dat een van de sleutelbeentjes 'breekt'. Waarom 'breekt', de botjes bij je baby zijn nog voornamelijk gevormd door kraakbeen dat heel vervormbaar is. Het breekt niet echt maar er komt een soort scheurtje in, we noemen dit een greenstickfractuur. Vergelijk het met het proberen breken van een jonge twijg, die staat na een paar uur ook weer overeind. 

Zo'n fractuurtje bij je baby geneest bijna net zo snel: na een weekje zit het weer goed vast. We zullen bij het nakijken van de baby hier dan ook altijd naar voelen. En je kunt het zien doordat de schrikreflex verstoord is: hij zal de arm van de aangedane kant niet symmetrisch met de andere arm bewegen. De baby geeft vaak pijn aan als hij op de gebroken kant wordt gelegd. Leg de baby de eerste dagen niet op die zijde waar het sleutelbeentje is gebroken. Het armpje zullen we vervolgens fixeren door met een speld het mouwtje aan het truitje op de borst vast te prikken. Met een week heeft je baby er geen last meer van.

Belangrijk voor een volgende bevalling is te weten hoe groot de komende baby ongeveer zal zijn. Dit is meestal goed in te schatten, eventueel met behulp van een echoscopie. Ook kan het soms goed zijn om een inwendig bekkenonderzoek te verrichten om te controleren of het bekken voldoende groot is. Is alles goed, dan wordt rustig afgewacht. Is de baby erg groot, of het bekken redelijk krap, dan kan een inleiding worden overwogen. Daarmee bereiken we dat de baby iets eerder, dus minder groot geboren zou kunnen worden.


De placenta wil niet komen

Normaal gesproken wordt de nageboorte vrij snel geboren. In ieder geval willen we wel graag dat hij binnen het uur geboren wordt daar naarmate het langer duurt dan dat uur de kans dat de placenta alsnog spontaan komt erg klein wordt. 

Wat kunnen we proberen te doen:

Een enkele keer lukt het echter niet om de placenta spontaan geboren te laten worden, ook niet met behulp van zojuist genoemde trucjes. Vaak is de placenta dan net iets te diep in de wand van je baarmoeder gegroeid of soms groeit de placenta net een stukje de eileider in. 

De nageboorte zal dan manueel door de gynaecoloog in het ziekenhuis moeten worden verwijdert. Meestal gaan we in dit geval per ambulance naar het ziekenhuis (de baby mag met je mee) omdat er altijd een kans bestaat dat je opeens ruim bloed gaat verliezen. In het ziekenhuis zal de placenta dan alsnog onder narcose, een licht roesje, worden verwijderd. Doordat het onder een hele lichte narcose gebeurt merk je er weinig van maar heb je ook erna meestal weinig last en kun je vlot weer naar huis indien het bloedverlies niet te overmatig is, al blijft het natuurlijk altijd jammer dat je na een normale bevalling alsnog naar het ziekenhuis moest.


De hartslag van de baby

Tijdens je bevalling zullen we de conditie van je baby nauwkeurig in de gaten houden, zeker tijdens het persen. Het bevallen is net als voor jou, ook voor je baby een hele klus. Dit doen we door regelmatig naar het hartje van de baby te luisteren met een doptone (zie foto). Normaal ligt de hartslag van je baby tussen de 120 en 160 slagen per minuut. Tijdens de bevalling kan dit wat meer variëren. Vaak zie je in het begin, tijdens het persen dat de hartslag van de baby heftig kan reageren. Dit is een natuurlijke reactie. 

We noemen dit vagusprikkeling: door het persen druk jij het hoofdje het bekken in wat zich dan moet aanpassen, hierdoor wordt de 10de hersenzenuw (de nervus vagus) geprikkeld wat zijn weerslag heeft op de hartslag van je baby. Schrik hier niet van, het is een heel normaal verschijnsel dat de baby er even aan moet wennen aan dat persen en na een aantal persweeën herstelt de hartslag weer vanzelf. Hier zal ook vaak na iedere wee de hartslag tijdelijk wat langzamer worden en daarna weer herstellen, dit is een normale reactie van de baby door de druk op zijn hoofdje wat hij minder prettig vindt. 

Wat nu als de hartslag van de baby te laag is? Zoals verteld luisteren we tijdens het persen regelmatig naar het hartje van je baby. Bij de meeste bevallingen daalt de hartslag van de baby dus even aan het begin van het persen omdat je baby even moet wennen aan het persen en de druk die op hem wordt uitgeoefend. Meestal herstelt de baby zich weer snel na een aantal weeën en hoor je weer een normaal ritme. Maar een enkele keer blijkt dat de baby de bevalling niet zo goed aan kan. Dit merken we aan frequentie van de hartslag. Als de hartslag van je baby te laag is en hij herstelt niet meer binnen een paar weeën, dan is dit vaak een teken dat de baby het allemaal niet zo leuk meer vindt.

Soms herstelt de hartslag weer als je een paar weeën niet mee perst en op je zij gaat liggen. Als dit zo is dan is de oorzaak de druk op de grote bloedvaten waardoor de baby dan minder zuurstof krijgt. De oplossing is dan verticaal, op je hurken dus, gaan persen. Je krijgt dan een betere doorbloeding van de placenta en zal de hartslag van je baby tijdens de weeënpauzes iedere keer weer normaal herstellen.

Als de hartslag niet herstelt en je bent al bijna aan het eind van de uitdrijving dan is het vaak voldoende de bevalling te bespoedigen door middel van inknippen soms geholpen door mee te drukken op je buik.

Als de hartslag niet hersteld en je bent zover met de uitdrijving dat een spoedige geboorte niet valt te verwachten dan stoppen we met persen. Je zult zien het hartje hersteld dan weer snel. We gaan dan echter wel naar het ziekenhuis om daar onder bewaking van het CTG verder te gaan. Mocht de baby het dan weer niet leuk vinden dan kan men besluiten te bevalling te beëindigen door middel van een vacuüm- of tangverlossing. (zie bevallingsingrepen)

Soms als de baby bijvoorbeeld nog heel hoog in het baringskanaal zit, kan het zijn dat een vacuüm of tang niet mogelijk is en er besloten wordt om je kind door middel van een sectio ceasarea (= keizersnede) op de wereld te brengen. (zie bevallingsingrepen


Bloedverlies direct na de bevalling

Na de geboorte van de baby moet de placenta ook nog geboren worden. Je baarmoeder gaat op een gegeven moment weer flink samenknijpen (de nageboorteweeën) om de placenta los te woelen. Nadat de placenta heeft losgelaten zal daar waar de placenta aan de baarmoederwand vast zat een soort van groot wondgebied ontstaan. Daar lopen natuurlijk heel veel bloedvaten van jou omdat die via de placenta je baby moesten voorzien van zuurstof en energie, Indien je baarmoeder direct na de geboorte van de placenta niet voldoende gaat samentrekken dan wordt die wond niet goed dichtgeknepen en blijven wat van die bloedvaten openstaan. Hierdoor kan er overmatig bloedverlies optreden. 

Daarnaast kun je soms ook ruim bloed verliezen door bijv. een scheurtje ergens in de vaginawand of baarmoedermond. Ook als je placenta er niet volledig uit wil komen, te lang op zich laat wachten of er helemaal niet uit wil komen kun je ruim tot overmatig veel bloed verliezen.

Als je ruim bloed verliest zullen we eerst proberen de oorzaak van het bloedverlies vast te stellen zodat we die kunnen behandelen. Meestal komt het bloedverlies uit je baarmoeder en wordt het veroorzaakt doordat de baarmoeder niet goed samentrekt. We zullen dan proberen om je baarmoeder te activeren tot beter samentrekken, bijv. door: 

Mocht voorgaande allemaal geen effect sorteren en dreigt het bloedverlies overmatig te worden dan zullen we een ambulance laten komen, jou een infuus geven en dan naar het ziekenhuis gaan. Daar zullen ze dan het bloedverlies stoppen en een eventueel tekort van je bloedvolume aanvullen. Meestal kun je al weer met enkele dagen naar huis.


Wat gebeurt er direct na de bevalling

Terwijl jij blij bent dat de bevalling voorbij is en je eindelijk je baby in je armen hebt zijn er een aantal handelingen die wij dan uitvoeren. De baby wordt eventueel uitgezogen, we kijken naar de Apgar-score en zorgen voor het afnavelen binnen enkele minuten na de bevalling. En heel belangrijk: Je baby gaat voor de eerste keer ademen! geeft hem een druppeltje vitamine K.

De longetjes van je baby zijn helemaal klaar op het moment dat hij geboren wordt. Hij heeft zijn longetjes al geoefend door in je buik al kleine slokjes van het vruchtwater te nemen. Dat klinkt misschien gek want vocht komt normaal gesproken immers niet in de longen. Maar dat is nu juist die enorme verandering die je baby meemaakt op het moment dat hij geboren wordt. Voor de eerste keer ademt hij lucht in en met die ene hap lucht verandert zijn gehele bloedomloop. 

Uitzuigen
Het is heel normaal dat er wat vruchtwater en slijm in het mondje en neusje van je baby zit op het moment dat hij geboren wordt. Meestal kunnen we dat wel weg vegen met een steriel gaasje. Maar als dat slijm de eerste ademhaling wat moeilijker maakt kan het zijn dat we je baby met een speciaal zuigapparaatje het slijm weg zuigen. Dit doet geen pijn bij je baby en er zijn ook geen risico's aan verbonden.

De Apgartest
Binnen een minuut na de bevalling zullen we kijken naar de conditie van jouw baby. We observeren je baby en doen dan de zogenaamde Apgar-score test, vernoemd naar Dr. Virginia Apgar. Deze test geeft ons snel inzicht over de conditie van je baby door hem op vijf onderdelen te beoordelen. Ieder onderdeel wordt apart bekeken en per onderdeel kan je baby 0, 1, of 2 punten krijgen. Vijf minuten na de geboorte herhaald dit nog een keer. Je baby heeft dan intussen de kans gekregen om even bij te komen. De score is dan meestal optimaal. Soms is het nodig het nog een keer te herhalen na 10 minuten.

Waar wordt naar gekeken

  1. De Hartslag: We voelen of kijken naar de hartslag van de baby (indien nodig luisteren we met de stethoscoop) Als je baby 100 of meer hartslagen per minuut heeft krijgt hij twee punten. Als je baby minder dan honderd hartslagen per minuut heeft krijgt hij één punt. Als de baby's hartslag niet te horen is krijgt hij nul punten.
  2. De ademhaling: We letten op het huilen van de baby om de ademhaling te bepalen. Als je baby direct goed krachtig huilt, betekent dat het ademhalingsapparaat goed werkt. Hij krijgt dan twee punten. Als je baby wel huilt, maar zwak of onregelmatig, krijgt hij één punt. Als je baby hulp nodig heeft bij het ademen en dit niet zelfstandig kan, krijgt hij geen punten.
  3. De bewegingen: We kunnen aan de manier van bewegen van je baby zien hoe het gesteld is met zijn spierspanning. Zijn de bewegingen krachtig dan krijgt hij twee punten. Beweegt je baby slecht een beetje, of zijn de ledematen heel slapjes, dan krijgt hij één punt. Als je baby niet beweegt krijgt hij nul punten.
  4. De huidskleur: De kleur van je baby's huidje zegt veel over zijn gezondheid. Als de longetjes goed werken kunnen ze het bloed van voldoende zuurstof voorzien. Je baby zal dan een mooie roze huid hebben en hij krijgt twee punten. Als je baby's handjes en voetjes een beetje blauwig zijn krijgt hij één punt. Is je baby helemaal blauwgrijs of bleek, dan krijgt hij nul punten. 
  5. De reflexen: We kijken ook hoe je baby reageert op prikkels zoals licht, geluid en aanraken. Een baby die reageert door te huilen, te hoesten of te niezen krijgt 2 punten. Wanneer je baby reageert met een grimas, kleine jammergeluidjes en zwakke bewegingen dan krijgt hij 1 punt. Reageert je baby helemaal niet dan krijgt hij nul punten.

Als alles perfect is krijgt de baby een 10, maar meestal is de baby na een minuut nog niet mooi roze bij gekleurd en krijgt hij dus maar een 9. Dit is normaliter na een minuut het hoogst haalbare maar geen zorgen alle scores tussen de 7 en 10 wijzen op een goede conditie na de geboorte.

Schematisch weergegeven:

                                                        Na Virginia Apgar :|: Klik op de afbeelding voor meer informatie de geboorte krijgt een baby gelijk al "rapport cijfers":    de Apgar-score. Bij deze score wordt gekeken naar vijf onderdelen die elk nul, één of twee punten opleveren.        De score wordt dus een getal tussen nul en tien. De eerste score wordt bepaald na één minuut, de tweede na vijf minuten. Een score van 7-10 is normaal, 4-7 geeft aanleiding tot ingrijpen en een score van 3 of lager verlangt dringend ingrijpen.

 

Teken

0 punten

1 punt

2 punten

A

Activity
(spierspanning)

Afwezig

Armen en benen gebogen

Actieve beweging

P

Pulse
(hartslag)

Afwezig

Onder de 100bpm

Boven de 100bpm

G

Grimace
(reflexen)

Geen respons

Grimas

Niezen, Hoesten, Trekken

A

Appearance
(uiterlijk)

Blauw-grijs, geheel bleek

Normaal, behalve extremen

Normaal over gehele lichaam

R

Respiration
(ademhaling)

Afwezig

Langzaam, onregelmatig

Goed, Huilen

Afnavelen
Als je baby net geboren is en op je buik ligt is hij nog steeds lichamelijk met jou verbonden door middel van de navelstreng. Deze is als een soort koord verbonden met de placenta, die nog steeds in jouw baarmoeder zit. Gedurende de eerste minuten zal er nog steeds zuurstofrijk bloed vanuit de placenta door de navelstreng naar je baby gaan. Als je de navelstreng zelf aanraakt voel je dat het nog 'klopt'.

We wachten meestal met het afnavelen totdat de navelstreng is uitgeklopt. Dit duurt nog maar enkele minuten. Vervolgens zet we twee klemmetjes op de navelstreng waarvan de eerste vlak bij het buikje. De klemmetjes zorgen ervoor dat er geen bloed meer door de navelstreng kan komen. Daar in het gedeelte van de navelstreng dat tussen de klemmetjes in zit kan de navelstreng veilig worden doorgeknipt. Dit laten we symbolisch over aan de vader. 

Het doorknippen van de navelstreng kun je vergelijken met het doorknippen van een fietsband: taai en toch flexibel. Die taaie, rubberachtige substantie heet de gelei van Wharton en zorgt ervoor dat de bloedvaten in de navelstreng niet worden dichtgedrukt. Omdat er geen zenuwen in de navelstreng zitten voelt je baby hier niets van.


Wat gebeurt er het eerste uur

Het eerste uur van het leven van je baby maakt waarschijnlijk een grote indruk op jou, maar ook op hem! Hij maakt ineens zoveel mee. Licht, de koudere buitenlucht, andere geluiden, hij voelt jouw lichaam en merkt dat opeens alles anders is. Buiten zijn waarnemingen gebeurt er ook nog een heleboel in het eerste uur nadat hij je baarmoeder heeft verlaten die ook allemaal zo vreemd zijn voor hem.

Als alle consternatie eindelijk voorbij is zullen we na een half uurtje kijken of met je baby alles in orde is. We laten je zien hoe we de baby bekijken en leggen uit wat we doen. Best leuk, want het geeft jou een beetje meer inzicht in je baby.

Waar kijken we o.a. naar:

Vitamine-K
Dit wordt gegeven via zijn mondje. Vitamine-K zorgt speelt een belangrijke rol in de bloedstolling. Uit onderzoek weten we dat de hoeveelheid vitamine-K in de borstvoeding aan de krappe kant is. Je baby maakt het ook niet zelf aan. Dat kan hij pas in de loop van de tijd. Daarom raden we aan om je baby gedurende de eerste 3 maanden extra vitamine-K te geven als je borstvoeding geeft. Aan de flesvoeding is het door de fabrikant al toegevoegd. 

De eerste keer aanleggen
Borstvoeding is zoals je al een paar keer hebt kunnen lezen de beste voeding voor je baby. Om het voeden zo goed mogelijk te laten verlopen is het belangrijk om jouw baby zo snel mogelijk na de bevalling aan te leggen, in ieder geval binnen een uur. 
Je baby heeft dan namelijk een hele sterke zuigreflex. Bovendien komt de voeding ook beter op gang als je de baby direct na de geboorte aanlegt. 
Uiteraard helpen wij of de kraamverzorgster jou bij het 'de eerste keer aanleggen'.

Warmte bij jou
Baby's koelen snel af. Dit komt omdat ze nat worden geboren en uit een warme omgeving van 37 graden komen, en terecht komen in een relatief koude omgeving van zo'n 20 graden. Verder is zijn hoofd relatief groot ten opzichte van zijn lijfje. Ter vergelijking: bij je baby is het hoofd een kwart van het lichaamsoppervlak, bij ons is dat een achtste. Door je baby bij je te houden op je blote huid deel je jouw lichaamswarmte met hem.


De eerste ademhaling

De longetjes van je baby zijn helemaal klaar op het moment dat hij geboren wordt. Hij heeft zijn longetjes al geoefend door in de buik al kleine slokjes van het vruchtwater te nemen. Dat klinkt gek. Vocht komt normaal gesproken immers niet in de longen. Dat is nu juist die enorme verandering die je baby meemaakt op het moment dat hij geboren wordt. Voor de eerste keer ademt hij lucht in. 

Tot nu toe kreeg je baby zuurstof via jouw placenta (= de moederkoek). Zijn longentjes hadden wel al de longblaasjes gevormd maar deze zaten nog 'dichtgeklapt'. Op het moment dat je baby voor de eerste keer ademt komt er plots lucht in die longblaasjes en openen ze zich in een zeer snel tempo. Dit kun je een beetje vergelijken met een airbag: deze zit dicht en opent zich binnen een mum van tijd op het moment dat er een botsing is. Je baby botst natuurlijk niet maar er is wel een vergelijking te maken. Op het moment dat de baby door het baringskanaal naar buiten komt staat hij namelijk bloot aan forse temperatuur- en drukverschillen. Meestal zodra je baby helemaal geboren is, krijgt hij voor de eerste keer zuurstof via zijn mondje binnen. Die eerste hap lucht zorgt ervoor dat je baby zijn longblaasjes tot in de verste uithoeken vult en zorgt ervoor dat zijn borstkas uit zet. 

Bloedsomloop buiten jouw buik
Om te begrijpen wat er zo drastisch verandert met je baby's bloedsomloop na de geboorte moet je eerst weten hoe een normale bloedsomloop werkt bij al wel geboren mensen. Met bloedsomloop wordt bedoeld de manier waarop je bloed door je lichaam heen gaat. Daarbij spelen het hart en de longen een grote rol. Bij iedere hap lucht die we nemen komt er zuurstof ons lichaam binnen. Die zuurstof gaat dan naar de longen waar zich zuurstofarm bloed bevindt. Zuurstofarm, omdat het bloed dat reeds door je lichaam heeft gestroomd, de zuurstof op de nodige plekken heeft afgegeven en nu dus weinig meer bevat. De longen geven het bloed weer zuurstof. Dit zuurstofrijke bloed stroomt vervolgens door naar de linkerhartkamer. Je hart pompt het bloed weer door je hele lichaam, waar het zuurstofrijke bloed de zuurstof weer afstaat. Het zuurstofarme bloed gaat vervolgens naar de rechterhartkamer. Deze zorgt ervoor dat het bloed naar de longen gaat waar het bloed weer verse zuurstof krijgt. 

Bloedsomloop in jouw buik
In jouw buik krijgt je baby nog geen zuurstof binnen via de longen. Hij krijgt zijn zuurstof via de navelstreng van de placenta. De zuurstof komt direct in de aorta (= grote lichaamsslagader) terecht. Je baby heeft in de buik nog geen twee gescheiden hartkamers. Er bestaat wel een linker- en rechterhartkamer maar deze staan nog met elkaar in verbinding. Er zit een klep tussen beide kamers die naar één kant open kan. Deze klep noemen we het foramen ovale. Het bloed kan wel van de rechter- naar de linkerkamer maar niet andersom. In deze babybloedsomloop spelen de longen dus nog geen rol. 

Aanpassen aan het leven buiten jouw buik
De eerste zelfstandige ademhaling van je baby betekent dus veel voor zijn bloedsomloop. De eerste hap lucht die je baby binnenkrijgt is een mijlpaal in zijn leven: hij kan zichzelf voorzien van levenslucht. Op het moment dat je baby zijn eerste lucht inademt verwijdt de borstkas zich doordat alle longblaasjes volstromen met bloed. Met grote kracht wordt het bloed uit het hart naar de longen gezogen. De verbinding tussen aorta en longen (de ductus arteriosus Botalli) wordt niet meer gebruikt en is meestal binnen 24 uur gesloten. Er komt vanaf het moment dat de longen het bloed uit het hart hebben gezogen en de longen van zuurstof voorzien zijn, een grote druk te staan op de linkerhartkamer. Door deze druk sluit de verbinding tussen de linker- en rechterhartkamer zich. Beide hartkamers zijn voorgoed gescheiden en je baby's hartje zal zijn hele leven het bloed rondpompen en zijn longetjes voorzien nu zijn hele lichaampje van zuurstof!


De reflexen

Je baby heeft een aantal reflexen op het moment dat hij geboren wordt. Reflexen zijn bewegingen die je baby maakt omdat hij onbewust reageert op bepaalde prikkels. Het zijn trucjes van Moeder Natuur die hem beter in staat stellen om te overleven. Deze reflexen verdwijnen wanneer hij een aantal maanden oud is.


De zoek- en zuigreflex zijn van levensbelang voor je baby. Deze reflexen stellen hem in staat om voedsel binnen te krijgen. Je baby heeft dus eigenlijk een soort voorgeprogrammeerde computer in zijn lijfje die hem vertelt wáár hij eten moet zoeken en hóe hij dat binnen moet krijgen. De zoekreflex zorgt ervoor dat je baby 'weet' waar de voeding vandaan komt. 
Eén van de prikkels waar hij hierbij op reageert is warmte. Je tepel is warmer dan de rest van je lichaam. Jij zult dat waarschijnlijk niet voelen maar je baby wél! Automatisch zoekt hij die warmte op. Dan is het de beurt aan de zuigreflex. Deze zorgt ervoor dat je baby automatisch de tepel in zijn mondje neemt en er aan gaat zuigen. Je baby doet dat met kracht. Zachtjes zuigen is er niet bij! Gelukkig doet dat geen pijn. Je baby is in staat om zó aan de tepel te zuigen dat hij deze bijna vacuüm trekt waardoor de tepel diep in zijn mondje komt te zitten. Wij kunnen niet meer op die manier zuigen. Jouw pasgeboren baby kan dus al twee dingen die jij niet kunt: minimale warmteverschillen opsporen en op een speciale manier zuigen. Een wereldwonder is geboren.

Zo ontdek je de zoek- en zuigreflex
Uit onderzoek is gebleken dat een pasgeboren baby (van een paar minuten oud) in staat is om over de buik te' kruipen' en de tepel te vinden. De baby werd bij de moeder op de buik gelegd met het hoofdje vlak onder de ribbenboog. Binnen enkele minuten had de baby de borst gevonden, de tepel in zijn mond genomen en nam hij het eerste slokje. Natuurlijk kun jij dit beter niet doen. Je baby heeft het al moeilijk genoeg gehad en heeft nu gewoon verdient dat 'de borst' hem wordt aangereikt. Je kunt de zoekreflex ook op een veel vriendelijkere manier vinden. Aai voorzichtig over het wangetje van je baby en hij zal automatisch zijn hoofdje draaien in de richting van jouw warme hand. 

Slik- en kokhalsreflex
De slik-en kokhalsreflex zijn zogenaamde 'opvolgreflexen' van de zoek- en zuigreflex. Je baby moet immers ook iets doen met de melk die hij uit de borst zuigt. Zonder dat jij dat hem hebt geleerd weet hij dat hij de melk door moet slikken, daar zorgt namelijk de zuigreflex voor. Krijgt hij nu te veel melk binnenkrijgt omdat een slok te groot was, hij zal deze slok automatisch uitspugen dankzij de kokhalsreflex. De kokhalsreflex zorgt er ook voor dat je baby het eventuele slijm dat in zijn keeltje zit omhoog kan krijgen.

Zo ontdek je de slik- en kokhalsreflex
Om deze reflex te ontdekken hoef je geen detective te wezen. Je ziet dat je baby de melk doorslikt. Je ziet hierbij niet alleen zijn keeltje bewegen, maar zijn hele lijfje! Hij geniet met volle teugen van de melk, letterlijk.

Loopreflex
De loopreflex is verreweg de grappigste reflex. Deze reflex is direct na de bevalling aanwezig maar verdwijnt weer snel. De wetenschappers zijn het samen nog niet eens over de bestaansreden van deze reflex. Moedertje Natuur geeft de baby namelijk niet voor niets bepaalde reflexen, maar waarom deze? Sommige wetenschappers geloven dat dit een instinctief preventiemiddel is om zich niet te stoten en niet per ongeluk op de beentjes te gaan staan. Dit zou schadelijk kunnen zijn voor het ruggetje.

Zo ontdek je de loopreflex
Als je jouw baby rechtop houdt en met twee handen onder zijn okseltjes ondersteunt, zal je merken dat je baby gaat 'lopen'. Zorg wel dat zijn voetjes een harde ondergrond kunnen aanraken. Hij tilt eerst één voetje omhoog en op het moment dat het eerste voetje weer naar beneden komt en de ondergrond aanraakt komt automatisch zijn tweede beentje omhoog. Zijn eerste 'stapje' is gezet!

Grijpreflex
Je baby zal zich automatisch vastgrijpen als je een vinger in zijn handje legt. Dit is helaas niet een teken van liefde voor jou maar een reflex. Je kunt deze reflex vergelijken met een vleesetende plant. Zodra er een vliegje in de plant komt sluit deze met één ferme beweging. Jouw baby reageert net zo snel en net zo krachtig. Als je een vinger in iedere hand van je baby legt en je baby deze vastgrijpt, kan je hem hieraan zelfs optillen. Je zou dus eigenlijk een waslijn kunnen spannen met daar een aantal baby's aan hangend, grappig maar goed, niet verstandig. Dus probeer het maar niet uit, je omgeving zou nogal al vreemd staan te kijken! Je baby grijpt niet allen met zijn handjes maar ook met zijn voetjes. In de volksmond wordt dit ook wel het aapjeseffect genoemd. Mensapen grijpen immers met handen en voeten. Bij de Homo Sapiens (de mens) zijn de voeten alleen veel minder ontwikkeld. Dus alleen pasgeboren baby's vertonen nog apenkunsten!

Zo ontdek je de grijpreflex
Leg je vinger of een ander smal object in jouw baby's handje of wrijf ermee onder zijn voetjes. Hij zal zijn handje of teentjes er omheen klemmen. 

Tonische nekreflex
Wanneer baby's op hun rug gelegd worden gaan ze meestal allemaal op dezelfde manier liggen. Het hoofdje keert zich naar één kant. Het armpje en het beentje aan die kant worden uitgestrekt terwijl de ledematen aan de andere kant van zijn lijfje gebogen zijn. Leg je jouw baby op zijn buik, dan zal hij zijn hoofd waarschijnlijk opnieuw naar één kant draaien. Vervolgens trekt hij zijn beentjes op totdat zijn knieën tegen zijn onderbuik liggen. Ondertussen houdt hij zijn armpjes stevig tegen zijn lichaam gedrukt terwijl hij zijn handjes tot vuisten balt. 

Moro-reflex 
De Moro-reflex heeft je baby direct na de geboorte maar deze verdwijnt snel. Deze reflex wordt ook wel de schrikreflex genoemd omdat het gebeurt als je baby schrikt. Dit kan zijn van een hard geluid, een plotseling fel licht of een dreigende val. Eigenlijk dus prikkels waar wij ook van zouden schrikken. Jouw baby's reactie is nu alleen anders dan wanneer hij ouder is. Wanneer hij nu schrikt zal hij automatisch beide armpjes en beentjes wijd strekken en in de lucht houden. Vaak gaat er een siddering door zijn lijfje heen. Hij vergeet die schrik niet direct. Heel langzaam gaan zijn armpjes en beentjes weer naar beneden. Vaak zie je dat hij zijn handje in een stijve vuist en zijn teentjes in een krampachtige houding houdt. Na een eventjes is hij weer helemaal ontspannen. Afhankelijk van de mate waarin je baby schrikt zal hij gaan huilen. Dat heeft niets met de Moro-reflex te maken. Het huilen is puur een gevolg van het schrikken.

Zo ontdek je de Moro-reflex
Zoals gezegd is de Moro-reflex de schrikreflex van je baby. Het is dus geen aangename ervaring voor hem. Ga het daarom niet expres als een soort spelletje testen. Je zult zien dat hij de reflex in je kraamdagen vanzelf een keertje aan je toont. Iedere baby schrikt namelijk wel eens.

Zo testen wij de Moro-reflex
Wij testen deze reflex door je baby een soort van 'een beetje te laten vallen'. Natuurlijk doen we dit met ondersteuning dus je baby valt niet echt. We kijken dan of je baby inderdaad zijn beentjes en armpjes uitstrekt.


Hoe ziet de baby eruit

Jouw baby is uiteraard de mooiste baby van de wereld. En het is maar goed dat iedere moeder dat over haar baby denkt. De baby is immers erg afhankelijk van jou. Wist je eigenlijk dat Moedertje Natuur je baby van enkele tovermiddeltjes heeft voorzien die er voor zorgen dat jij met één oogopslag verliefd op hem wordt? 

Natuurlijk ben je ook reëel genoeg om te zien welke kleine dingetjes er afwijken van 'de perfectie'. Want je baby heeft misschien wat gezwollen oogjes, wat pukkeltjes op zijn lijfje of een vlek op zijn lichaampje. Allemaal hele normale dingen die vanzelf weer over gaan. Jouw baby is en blijft de mooiste baby.

Je kijkt naar hem en je weet het zeker: hij of zij is het. Het lijkt alsof jullie elkaar al tijden kennen. En eigenlijk is dat ook zo. Moedertje Natuur heeft jouw baby zo 'ontworpen' dat iedereen als een blok voor hem valt. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat baby's een natuurlijk aantrekkingskracht hebben. Baby's zien er in verhouding dan ook anders uit dan wij. Bij volwassenen is het hoofd één achtste deel van het lichaam. Bij baby's is dat maar liefst één kwart! Een nogal groot verschil dus. En je baby's lijfje, armpjes en beentjes zijn dan in verhouding weer veel kleiner. Op de een of andere manier wekt dat dus de empathie bij ons op.

Je baby's hoofdje
Je zult verbaast staan als je voor de eerste keer naar jouw baby's gezichtje kijkt. Al zo compleet. Hij kijkt je aan en er is een 'klik' tussen jullie. Alsof je recht in zijn zieltje kijkt. Je baby heeft een aantal echte babykenmerken in zijn gezichtje zitten. Hij heeft prachtige grote blauwe ogen en misschien wat pukkeltjes of witte vlekjes in zijn gezichtje. Allemaal heel normaal. 

Je baby's buikje
Je baby's buikje is heerlijk rond en roze. De kroon op zijn mooie buikje is het stompje van de navelstreng. Zijn huidje is zacht en heerlijk aaibaar. Ook zijn buikje heeft een aantal karakteristieken van een pasgeboren baby. Misschien vallen je bepaalde vlekjes op, of zie je een gek bultje.

Zijn handjes en voetjes 
Je gelooft het misschien niet maar aan die 2 klein handjes en voetjes zitten 10 vingertjes en teentjes, rimpelig en met nageltjes. Die kleine handjes lijken zich al verlangend uit te strekken naar jou. Klopt daar hoort hij voorlopig ook.

Het totaalplaatje 
Je kijkt waarschijnlijk het liefste de hele dag naar je baby. Je hebt nog nooit zoiets prachtigs gezien. Je merkt dat een babylijfje heel anders is dan ons lijf. Niet alleen wat betreft de grootte en de verhoudingen, maar met veel meer dingen. De kleur van de huid kan anders zijn, je baby kan vlekken hebben die wij niet hebben, hij heeft heel ander soort lichaamsbeharing. Kortom: het is een echte baby, met het uiterlijk dat daar bij hoort.