Astarte

Home » Bevalling » De ontsluiting

De ontsluiting

Over Weeën en De Ontsluiting

De start van de bevalling
Aangezien iedere vrouw anders is, iedereen haar zwangerschap anders beleeft, zo is ook iedere bevalling dus anders. Bij een eerstbarende is er dan ook geen pijl op te trekken hoe het gaat verlopen. Is het je tweede kind of volgende dan weten we al iets vanuit je vorige bevalling, er kunnen dan wel enige overeenkomsten zijn.

Vaak begint het allemaal te rommelen in je buik, het valt je op dat je buik steeds vaker hard begint te worden en je moet ineens vaker naar het toilet. Normaal kun je misschien wel een paar dagen niet, nu ineens wel een paar keer per uur. Het hard worden van je baarmoeder is meestal erg onregelmatig in het begin maar na een tijdje bemerk je dat er enige regelmaat in begint te komen die ook gaat oplopen in frequentie : om de 10 - 9 - 8 - 7 - 6 - 5 minuten en die nog vrij kort duren, vaak zo tussen de 20 en 40 seconden en over het algemeen nog niet echt heel veel pijn doen. Je bemerkt ze wel maar het is allemaal nog goed te verdragen.

Dit noemen we nog het voor- of overgangsstadium. Deze weeën geven over het algemeen amper tot geen ontsluiting. Ze zorgen echter al wel voor het verweken en verstrijken van je baarmoedermond (zie: ontsluiten) Is het niet je eerste bevalling dan willen de (voor)weeën ook wel eens een enkele keer direct om de 4 - 5 minuten beginnen maar als ze dan ook kort duren en niet zo sterk zijn dan begin je dus nog niet, vaak zakken ze dan na een paar uur weer af. (om misschien na enkele uren wel een volle hevigheid terug te komen). Ook deze weeën geven meestal nog geen ontsluiting.

Of dit kan soms een of meerdere dagen duren : je hebt af en toe wel kleine, korte of onregelmatige weeën maar het zet niet door en ze zijn over het algemeen ook niet sterk genoeg om ontsluiting te geven (zie vroege start). Of je bevalling zet wel door en start je met de beginfase van je bevalling.

Niet alleen merk je dat langzaam maar zeker de frequentie van de weeën toeneemt en ook de intensiteit gaat toenemen: ze worden sterker en jij begint er steeds meer last van te krijgen maar er begint ook steeds meer regelmaat in te komen. Kwamen ze nog een tijdje om de 7 - 6 minuten op een geven moment komen de weeën om de 5 - 4 minuten en zijn het de goede weeën die voor het centreren, verweken,verstrijken en ontsluiting gaan zorgen. Ze duren in deze periode dan ook vaak al een volle minuut. Het wordt bijna tijd om voor de eerste keer ons te gaan bellen.

Zo'n 10 % van de bevallingen begint met het breken van de vliezen in plaats van een start met weeën. Soms een flinke plas water, soms wordt gewoon je onderbroek goed nat. Kenmerkend voor vruchtwater is dat het lijkt op een lekkende kraan: het blijft continue nat (dit in tegenstelling tot het af en toe verliezen van waterdunne vaginale afscheiding op het laatst van de zwangerschap). Kijk altijd naar de kleur van het vruchtwater en probeer altijd wat op te vangen, het liefst in een glas. Helder, vlokjes of een rozerood, dat mag allemaal. Lichtgroen, groen, erwtensoep of bruin vinden we minder prettig, dit kan er eventueel op duiden dat de baby het allemaal minder prettig vindt dus bel ons dan direct. Begint de bevalling met het breken van de vliezen dan is het dus wachten op de weeën. Komen deze weeën niet dan zal de bevalling bij gestimuleerd moeten worden (zie lang gebroken vliezen). 

Note: ga in deze fase zoveel mogelijk je normale gang. Fixeer je nog niet op de weeën. Ga nog even een strijk weg werken, doe nog wat kleine dingentjes op de babykamer of doe wat afleidende spelletjes met je partner. Als je er niet van kunt slapen neem dan nog een lekker warm bad of een ontspannende douche en laat je partner een warme rubberen kruik voor je klaar maken om mee naar bed te nemen, dit alles om je te laten ontspannen.

Weeën
Een wee is een krachtige samentrekking van de baarmoeder die pijn veroorzaakt met als doel het openen van je baarmoedermond en het uitdrijven van je kind. 

Soort weeën

Vroege start
Voornamelijk bij de bevalling van je eerste kindje kan het voor- of overgangsstadium soms wel eens lang duren voordat de weeën echt goed gaan doorzetten. Je hebt wel weeën voor je gevoel, ze komen vaak zo om de 6 - 5 soms zelfs wel om de 4 minuten maar ze zijn niet krachtig en duren meestal maar tussen de 20 en 40 seconden en vooral je onderbuik is pijnlijk.

Dit zorgt er vaak wel voor dat je cervix (= baarmoedermond) centreert, verweekt en wat verstrijkt maar zorgen over het algemeen niet echt voor veel ontsluiting (zie ontsluiting).

Als dit erg lang duurt, soms dagenlang dan kun je voorstellen dat dit erg vervelend is en je erg vermoeid raakt, zeker als je er ook nog eens slecht door slaapt. Dit noemen we false labour of wel in het Nederlands een vroege start.

Als dit te lang duurt of jij raakt te vermoeid zullen we in overleg met jou de gynaecoloog raadplegen. Deze zal dan meestal besluiten om je eerst te laten rusten door middel van sedatie zodat je minder last hebt van de weeën en even kunt uitrusten. Vaak zet hierna de bevalling in volle hevigheid door. Zoniet dan zal meestal worden besloten om je in te lijden met behulp van een infuus wat de weeën versterkt en zorgt dat je alsnog gaat bevallen.

Verschillen tussen vroege start en daadwerkelijk begin van de baring:
- onregelmatige weeën               - regelmatige weeën 
- lange weeënpauze                   - frequentie van de weeën neemt toe 
- pijn blijft op hetzelfde niveau     - pijn neemt toe 
- korte weeën: 20-40 sec.          - duur v/d weeën neemt toe:40-60 sec 
- vooral onderbuik is pijnlijk         - rug, onderbuik en soms bovenbenen zijn pijnlijk 
- cervix verstrijkt nauwelijks        - cervix verstrijkt en enige ontsluiting treedt op 

Over weeën
Eigenlijk kan niemand je echt uitleggen hoe een wee voelt. Ook vrouwen die al eerder bevallen zijn herinneren het zich meestal niet meer hoe een wee ook al weer aanvoelde. Dit is namelijk een bescherming door de natuur om te voorkomen dat je door die herinnering van weeënpijn geen kinderen meer zou willen baren. De natuur kent namelijk maar een principe: het in stand houden van de soort> het voortplanten. 

Maar troost je: zo gauw je echte weeën hebt, herken je ze echt!

Ze doen namelijk gewoon pijn. Je moet deze pijn zien als een soort waarschuwing dat de geboorte er aan komt of het waarschuwt ons soms dat het echt niet goed gaat en dat er moet worden ingegrepen. Weeënpijn is eigenlijk een sterkere vorm van bandenpijn. Weeënpijn is dus eigenlijk een verkeerde benaming. Je baarmoeder zit vast aan banden, die lopen naar laag onder in je rug, naar je schaambotje en via je liezen naar je bovenbenen en deze zijn erg gevoelig door de spanning die er op is komen staan door het groeien tijdens de zwangerschap. Omdat je baarmoeder boven in je vagina vast zit zal hij door het samentrekken tijdens een wee zich verplaatsen ten opzichte van de baarmoedermond en hierdoor trekken aan die banden, of naar achteren of naar voren. Naar achteren men zal het hebben over onderbuiksweeën of over beenweeën, naar voren en men heeft het over rugweeën. 

Als je aan het bevallen bent en goed last hebt van die banden(weeë)pijn zorg dan voor warmte, daar ontspannen die banden wat door. Dus neem tijden de ontsluitingsfase een warme bad of douche, of hou warme kruiken tegen de plaatsen waar jij jouw weeën voelt. Je bent door de bevalling nu eenmaal in een sneltrein terecht gekomen waar je zelf geen controle meer over hebt en die pas stopt aan het eindpunt: de geboorte. Dus probeer het dan maar zo draaglijk mogelijk voor jezelf te maken. 


De processen 

Er zullen wel verschillende oorzaken zijn waarom een bevalling begint. Het sterke vermoeden bestaat dat de baby zelf als een van de belangrijkste oorzaken gezien moet worden. Ik persoonlijk vermoed dat door het feit dat de baby steeds meer gaat vragen om te kunnen groeien de placenta op den duur, dus op het einde van de zwangerschap, niet meer kan voldoen aan die vraag en dat de baby daarom een soort van beginsignaal afgeeft voor de start van de bevalling. Maar het blijft een hypothese. Door deze signalen van de baby worden in het lichaam van de moeder een groot aantal processen in gang gezet en is de bevalling een feit.

Die processen zijn:
Tijdens de zwangerschap heb je een hoge concentratie van het hormoon progesteron en een toenemend gehalte aan oestrogenen. Dit hormoon progesteron zorgt er o.a. voor dat tijdens je zwangerschap je baarmoeder niet te veel samentrekt en de baby er vroegtijdig uit duwt. 

Tenslotte is samentrekken de functie van spieren. Het hormoon oestrogeen op zichzelf veroorzaakt geen contracties maar stimuleren daarentegen de productie van prostaglandine en bevorderen de vorming van oxytocinereceptoren in de spierwand van de baarmoeder. Door het startsignaal neemt de productie van progesteron af waardoor de productie van prostaglandine wordt gestimuleerd. 

Dit prostaglandine zorgen ervoor dat de cervix (= baarmoedermond) gaat rijpen (centreren, verweken en verstrijken) en remt op zijn beurt weer de productie van progesteron. Door het toenemen van het prostaglandine tijdens dit proces van rijpen wordt weer de aanmaak gestimuleerd van oxytocine. Deze aanmaak vindt plaats in de (neuro)hypofyse in de hersenen van de moeder. Ook zijn er aanwijzingen dat de baby tijdens de bevalling oxytocine uitscheidt. 

In de zwangerschap is de baarmoeder ongevoelig voor oxytocine maar tegen het einde van de zwangerschap neemt het aantal oxytocinereceptoren in de spierwand van de baarmond toe, waardoor de baarmoeder gevoeliger wordt voor het hormoon oxytocine. Heel simpel gesteld: de prostaglandine start de bevalling en oxytocine is de benzine waar de bevalmotor op loopt.

De tijdperken 
De bevalling wordt door ons in 4 tijdperken ingedeeld:

Het eerste tijdperk: de ontsluiting

De bevalling wordt in gang gezet door een cascade van biochemische processen (zie hier boven bij Die processen). Hierdoor gaat de cervix (= baarmoedermond) rijpen. Zoals al eerder verteld verstaan we onder het rijpen het proces van verweken en verstrijken.

Je baarmoeder moet je voorstellen als een grote ballon met een opblaas tuitje en dan is je cervix (=baarmoedermond) het opblaas tuitje. De cervix (= portio) is normaliter ongeveer 2 tot 3 cm lang en ongeveer 11/2 cm in doorsnede. Bij het verstrijken wordt de cervix korter en op den duur opgenomen in de baarmoederwand. Hierna kan de ontsluiting optreden.

foto: staande portio

foto: verstrijken van een nullipara (= niet gebaard hebbende)


Beval je voor het eerst dan verstrijkt de cervix eerst volledig en treedt daarna ontsluiting op. Dit proces kan best een tijd duren. Beval je niet van de eerste baby dan verstrijkt en ontsluit de cervix nagenoeg tegelijkertijd.

Foto: verstrijken en ontsluiten van een primipara 

Foto: verstrijken en ontsluiten van een multiparae (= vaker gebaard hebbende) 

De duur van de ontsluitingsperiode varieert sterk per vrouw en is onder meer afhankelijk van de rijpheid van de cervix en van de weeënkracht. Verder zijn de conditie en de psychische gesteldheid van invloed op het verloop en de duur van de ontsluiting. Als je erg angstig bent en al in een vroeg stadium denkt bezig te zijn kan daardoor de bevalling erg lang lijken te duren.

De ontsluitingsperiode is te verdelen in 3 fasen:

De voorbereidende (begin) of latente fase
Deze fase kan, zeker bij je eerste bevalling, soms lang duren. Een beginfase die 2 dagen duurt is helemaal niet vreemd. In het algemeen verloopt deze fase als je voor het eerst bevalt omdat je cervix een stuk stugger is, een stuk trager dan als je van de volgende moet bevallen. Dit komt omdat de cervix voor het eerst moet centreren, verweken en verstrijken. Dus er moet al een berg werk worden verzet voordat je baarmoedermond echt open kan gaan.

Maar gelukkig zijn de weeën dan nog niet zo sterk dat je ze niet meer kunt verdragen. Maar ze zijn wel lastig zeker als ze je een paar nachten redelijk wakker houden. Precies 's nachts zijn die weeën vaak lastiger omdat je er niet of minder door kunt slapen.

Probeer in deze fase een warme en rustige omgeving te creëren. Zorg voor een lekker warm bedje. Warm je bed van te voren al op en neem een kruik of warme kompressen mee naar bed om tegen je buik of onderrug te leggen. Neem regelmatig een warm bad of ga een tijdje onder een warme douche staan of zitten. Als het slapen echt niet lukt neem dan maar eens een glaasje wijn, na negen maanden onthouding werkt dit meestal erg ontspannend waardoor je soms toch nog wat kunt slapen. Deze ontspanning zorgt er dan vaak voor dat de bevalling alsnog doorzet.

Dit doorzetten is de overgangsfase van de latente naar de actieve fase. Er treedt een versnelling op in het bevallingsproces: je weeën komen nu frequenter, duren langer en worden krachtiger. Vaak ontstaat er ook een beetje bloedverlies en de momenten waarop je geen pijn ervaart nemen af. Je zult je steeds meer moeten gaan concentreren bij het opvangen van de weeën. De pijn kan je verminderen door eens een andere houding aan te nemen waardoor de druk op je bekkengewrichten afneemt. Probeer dan gewoon eens te staan, hangen, op handen en knieën te staan, zijligging of te zitten met ondersteuning van kussens. Massage van pijnlijke plekken en het geven tegendruk tijdens een wee kunnen ook de pijn verlichten. Een belangrijke taak voor je partner is hier weggelegd. 

Je hebt nu ongeveer 3 à 4 cm ontsluiting en soms ben je in deze fase misselijk of moet je overgeven, je bent beland in de actieve fase waarin het meestal een stuk sneller gaat.

De midden of actieve fase
Het kenmerkende van de midden of actieve fase is het toenemen van de frequentie en de intensiteit van de weeën en de daarmee samenhangende steeds sneller vorderende ontsluiting. 

De weeën volgen elkaar steeds sneller op: in het begin van deze fase ongeveer om de 4 minuten om dan op te lopen naar om de 3 à 2 minuten later in deze fase. Je zult merken dat je nu al je concentratie nodig hebt om deze steeds sterker wordende weeën op te kunnen vangen. 

De ontsluiting vordert bij regelmatige en goede krachtige weeën in deze fase ongeveer 1 cm per 1 à 2 uur waarbij een tweede of volgend kindje meestal wat sneller gaat dan bij je eerste.

Je zult merken dat je in deze fase het steeds kouder krijgt, een koude neus, koude handen en voeten. Dit omdat je lichaam daar steeds meer bloed onttrekt t.b.v. de bevalling. Zorg dus voor genoeg warmtetoevoer, doe een extra shirt aan en sokken (eventueel zelfs 2 paar indien nodig)

Kenmerkend voor de overgang van de actieve naar de overgangsfase is dat veel barenden dan goed misselijk zijn en ook vaak moeten overgeven. Dit komt omdat je maag, darmen en baarmoeder dezelfde zenuwbaan gebruiken en door de baarmoederactiviteit je maag overprikkeld wordt. maar ook je darmen komt regelmatig voor. Je hebt nu ongeveer 8 cm.

Verschillen tussen de latente en actieve fase van de ontsluiting:
- regelmatige weeën: 7 tot 4 min    - krachtige frequente weeën: 3 tot 2 min 
- cervix verweekt en verstrijkt        - verstreken cervix 
- ontsluiting tot 3 -4 cm                - vanaf ca. 3 - 4 cm ontsluiting 
- progressie langzaam                    - progressie 1 cm per 1 à 2 uur 

De overgangsfase
De moeilijkste periode. De overgang van de ontsluitingsfase naar de uitdrijvingsfase staat bekend als de 'période du désespoir'. In deze fase beleven de meeste vrouwen de moeilijkste momenten van de bevalling en ben je soms de wanhoop nabij. Je bewustzijn van het 'hier en nu' zijn soms helemaal verdwenen. Je zal jouw grens van wat je nog draaglijk vindt (weer) moeten verleggen. Je weeën komen vaak heel kort op elkaar: de ene wee is voor je gevoel nog niet weg of de volgende is er alweer.
In deze fase van je bevalling zullen we dan ook echt bij je blijven , maar stoor je niet aan ons. Je bent nu meestal erg in jezelf gekeerd en hebt bijna geen contact meer met je omgeving en omstanders kunnen je dan ook gemakkelijk irriteren.

foto: volkomen ontsluiting

Aan het einde van de overgangsfase daalt door de krachtige weeën het hoofdje steeds verder in waardoor meestal drukgevoel ontstaat. Je mag hier dan op het hoogtepunt van de wee best een beetje aan toegeven. Vaak krijg je aan het eind van deze periode ook wat meer bloedverlies. Uiteindelijk zal dit drukgevoel bij goede weeënkracht overgaan in spontane en onhoudbare persdrang. De persdrang wordt dan op een gegeven moment zo hevig dat het niet meer tegen te houden is: je hebt volledige ontsluiting en de uitdrijvingsfase bereikt en mag je ook echt gaan persen. Deze overgangsfase duurt gemiddeld 1 tot 11/2 uur.


Het tweede tijdperk: de uitdrijving 

Het kenmerkende van het uitdrijvingstijdperk wordt aangegeven door:

Bovengenoemde hoeft niet altijd tegelijkertijd op te treden, dus kan bij iedere barende verschillen. De reflectoire (onhoudbare) persdrang ontstaat wanneer de vochtblaas met vruchtwater door de ontsluiting puilt en op je darm drukt. Indien je vliezen gebroken zijn wordt deze persdrang veroorzaakt doordat het babyhoofdje op je darm drukt.

Mochten je vliezen niet spontaan breken dan zullen wij dit alsnog doen alvorens je mag gaan persen. Vaak zijn je vliezen al eerder spontaan of door ons gebroken in de ontsluitingsfase (40%) 

Als je deze reflectoire (onhoudbare) persdrang hebt mag je ook meestal mee gaan persen. Dit dan totdat de baby is geboren. Veel vrouwen vinden het een opluchting als ze eindelijk mogen persen. Je kunt dan eindelijk actief deelnemen aan het proces en is de pijn beter te verdragen.

De uitdrijving duurt bij een eerste bevalling gemiddeld 1 tot 1 1/2 uur. Bij een tweede of volgend kind is de uitdrijving vaak aanmerkelijk korter, ongeveer een 20 tot 40 minuten.

Soms gebeurt het dat men geen goede persdrang krijgt ondanks dat er wel volledige ontsluiting is. Het is dan toch verstandig om nog even te wachten met persen want vaak komt de persdrang dan alsnog vanzelf. Je kind naar buiten persen is al een hele krachttoer. Als je dit dan ook nog op eigen kracht moet doen, dus zonder goede persdrang, dan is het nog een grotere krachttoer. Het loont dan toch de moeite om er nog even mee te wachten, ook al zijn de weeën bijna niet meer op te vangen en doen ze vreselijk pijn. De geboorte van je kind maakt alles weer goed. (zie voor de beschrijving van de bevalling, het volgende hoofdstuk: De Bevalling)

Het derde tijdperk: de nageboorte 

De duur van deze periode kunnen we deze keer wel precies vaststellen: exact de tijd tussen de geboorte van het kind en de geboorte van de placenta met vliezen. Zodra het kind is geboren is de pijn verdwenen en controleren wij de hoogte van je baarmoeder. 

Ten gevolge van verdwijnen van de baby zal je baarmoeder zich fors verkleinen. Doordat de spierwand van je baarmoeder hierdoor weer dikker wordt zal daardoor de druk binnenin de baarmoeder fors hoger worden. Omdat de placenta niet kleiner kan worden en de er altijd nog contracties zijn die het oppervlakte van je baarmoeder kleiner maken zal binnen afzienbare tijd de placenta hierdoor worden losgewoeld en vlot spontaan worden geboren. 

Dit wordt meestal gevolgd door even ruim bloedverlies. Soms zullen wij het nodig vinden dit proces actief te begeleiden, je krijgt dan na de geboorte van je baby een spuitje met oxytocine. Dit tijdperk duurt gemiddeld 5 tot 20 min.

Het vierde tijdperk: het postnageboorte tijdperk 

De eerste 2 uur na de geboorte van de placenta noemen we het postnageboorte tijdperk en is de tijd dat de kraamvrouw en de pasgeborene in de gaten wordt gehouden.

Na de geboorte zijn we vaak dat pas bevallen vrouwen enige tijd liggen te rillen. Het lijkt op een koude rilling maar er is geen koorts. Dit rillen neemt vanzelf weer af. De oorzaak is niet bekend maar we vermoeden dat het een soort ontspannen is na het leveren van een forse, normaal niet gewend zijn, inspanning in samenhang met de vele biochemische veranderingen die optreden in je lichaam direct na de bevalling.

foto: loskomen van de placenta 

foto: geboorte placenta

Wij blijven gemiddeld tot een klein uurtje na de bevalling bij je en de kraamverzorgster minimaal tot die 2 uur om zijn.

In deze periode wordt er gecontroleerd op:

In de tijd tussen de controles door zal wordt gekeken of de baby aan de borst wil, is er ruimte voor jou om te douchen en zal de kraamverzorgster je bed verschonen.

Hoe om te gaan met weeën en de pijn

Het belangrijkste is om te proberen mee te gaan in de wee en je niet af zet tegen de wee en bijbehorende pijn. Probeer je te concentreren op het opvangen van de wee en te focussen op het ontspannen tijdens die wee. Hoe beter je ontspant des te beter kan je baarmoeder zijn werk doen en daarbij komt als jij je verzet tegen die wee en de pijn, je lichaam meer adrenaline gaat produceren wat er dan voor zorgt dat je moeizamer zal ontsluiten en dat je lichaam minder endorfine zal produceren. 

Deze endorfine is een soort natuurlijke pijnstiller. Het is dus wel zo prettig voor jou er genoeg van te produceren omdat het er voor zorgt dat jij beter met de pijn om kunt gaan.

Zoals al eerder gelezen is het weeën en pijn gebeuren een opbouwend geheel: in het begin van de bevalling valt het allemaal nog wel mee maar naarmate de bevalling vordert neemt de kracht van de weeën toe, net zoals meestal ook de pijn. Probeer zolang het mogelijk is nog andere dingen te doen en jezelf af te leiden. Op een gegeven komt toch die tijd dat je alleen nog maar met je weeën bezig bent. Ze komen steeds vaker, steeds pijnlijker. Probeer dan met die pijn mee te gaan, probeer in ieder geval niet je er tegen te verzetten. En bedenk iedere wee heeft een einde, en daarna komt tenminste die wee niet meer terug en ben je weer een stapje dichter bij het einde van de bevalling.

Zoek ook een houding waarin jij je prettig voelt, ga over een tafel hangen, om de nek van je partner of een omgekeerde stoel. Ga in bad, onder de douche, ook op het toilet zitten of hangen wordt als een prettige ervaren, whatever, als jij het maar prettig vindt.
Probeer de weeën op te vangen door te zuchten zoals je eventueel geleerd hebt op je zwangerschapscursus, maar ook voelen sommige zich prettig bij neuriën, fluiten of schreeuw het uit als dat je helpt.

Creëer een rustige warme omgeving voor jezelf, demp eventueel het licht en zorg voor rust, zijn er nog kinderen in huis laat ze ophalen. Zijn er mensen in huis die je uit je concentratie halen, vraag of ze gaan, ze hebben er echt wel begrip voor maar zorg wel dat je partner in de buurt is. Ook veilig voelen is een stimulans voor je bevalling. Weer andere hormonen spelen daarin een grote rol.

Door o.a. angst, onrust en stress stijgt je adrenaline en deze zal daardoor de productie van oxytocine afremmen waardoor je bevalling minder voor spoedig en trager zal verlopen door het afnemen van je weeën.

Maar aan de andere kant heb je gelukkig ook nog een ander hormoon: endorfine, een door je eigen lichaam geproduceerde pijnstiller. De productie hiervan wordt gestimuleerd als je lichaam langdurig aan pijn wordt blootgesteld. Hierdoor kun jij je weeën beter verdragen. De pijn gaat er zeker niet weg maar je merkt dat je tussendoor beter kunt ontspannen. Langdurig wil dus zeggen aan het eind van de bevalling. Je komt er door in een soort roes en je bent minder aanspreekbaar voor je omgeving. Het helpt je door het laatste moeilijke stukje van je bevalling heen. Maar ook de productie van endorfine kan worden verstoord door een teveel aan adrenaline. Temeer een reden om te zorgen voor zo veel mogelijk rust, warmte en geborgenheid.

Angst, een angstgegner
Angst is een normaal menselijk gevoel zeker als er dingen staan te gebeuren waar je van te voren de afloop niet van weet. Het is dus heel normaal dat je af en toe angstgevoelens hebt. Vragen als: als mijn kind maar gezond is, gaat mijn bevalling wel goed, zal ik die pijn wel aankunnen, je kunt het je waarschijnlijk wel voorstellen. Er staat ook zoveel te gebeuren als je zwanger bent, niets menselijks is je tenslotte vreemd. 

Tijdens de zwangerschap kun je hierover ten alle tijden met ons over praten. 

Maar het is wel belangrijk deze angsten tijdens de bevalling van je af te zetten want anders wordt je angst, een angstgegner, je tegenstander, daar het je adrenaline verhoogt en daardoor de productie van oxytocine en endorfine verlaagt waardoor jij het jezelf tijdens de bevalling onnodig moeilijk maakt.

Over het breken van de vliezen
90% van de bevallingen begint met weeën, de andere 10% begint met het spontaan breken van de vliezen. Het wordt dan ineens nat van onderen. Het is niet altijd even eenvoudig om te zien of het nu vruchtwater is of waterdunne vaginale afscheiding; het hoeft namelijk helemaal geen grote plons vruchtwater ineens te zijn want als het hoofdje goed s ingedaald verlies je meestal druppelsgewijs vruchtwater. Als het vruchtwater is dan is het net een lekkende kraan en verlies je constant een beetje; is het waterdunne vaginale afscheiding dan is het een evt. een paar keer per dag goed nat. 

Note: probeer als je vocht verliest wat op te vangen, het liefst in een glas. Doe een maandverband in en contact ons (zie: wanneer te bellen)

Als het zeker is dat je vliezen gebroken zijn dan is het gewoon wachten tot je weeën komen. We wachten in principe 24 uur af. (zie: langer dan 24 uur gebroken vliezen). In zo'n 75% van de gevallen zullen binnen 24 uur je weeën alsnog spontaan beginnen. 

Zolang er geen weeën zijn zullen wij geen inwendig onderzoek omdat dit ook de kans op een eventuele infectie vergroot. 

Tijdens de bevalling zal bij zo'n 60% van de barenden de vliezen spontaan breken, meestal als je bijna volledige ontsluiting hebt. Gebeurt dit niet dan doen wij het: tijdens de wee als je vliezen aanspannen prikken we deze door, hier voel je niets van. Soms doen we dit al eerder in het verloop van je bevalling, meestal om de weeën of het bevallingsproces te stimuleren. Ben je aan het ontsluiten en je vliezen breken spontaan geef dit dan altijd aan ons door.

Adviezen bij gebroken vliezen zonder weeën:
Het is belangrijk om je temperatuur in de gaten te houden; Door het breken van je vliezen is er namelijk een open verbinding van buiten naar binnen en kunnen er dus ook bacteriën naar binnen. Bij tekenen van een eventuele infectie zal je temperatuur namelijk gaan stijgen. Meet even na het moment dat je vliezen zijn gebroken je temperatuur en herhaal dit iedere 4 tot 6 uur. Als de temperatuur met meer dan een hele graad celsius stijgt of boven de 37,5 graden komt bel je ons.

Let goed op je hygiëne: je mag niet in bad want badwater is n.l. vies, het is warm stilstaand water wat bacteriegroei bevordert. Douchen mag je wel maar was van onderen niet met zeep. Bij toiletgang veeg je af van voor naar achter. Dus in de richting van je anus. Met deze wijze van afvegen voorkom je dat je bacteriën vanuit het anaalgebied in de buurt van je vagina brengt.

Zodra je echt goede weeën hebt gekregen mag je weer in bad.

Ook vrijen is uit den boze zodra je gebroken vliezen hebt!

Langer dan 24 uur gebroken vliezen en geen weeën
Mochten je vliezen dus gebroken zijn en na 24 uur heb je nog steeds geen goede weeën dan zullen we je overgedragen aan het ziekenhuis en zal men starten met extra controles van jou en de baby. Afhankelijk van de bevindingen en conditie van moeder en kind zal in overleg met jullie worden besloten om de bevalling te stimuleren en te gaan inleiden. Waarom niet wachten ? Als je vliezen gebroken zijn is er een open weg van buiten naar binnen en kunnen dus ook bacteriën naar binnen en kunnen dan eventueel een infectie veroorzaken bij je baby. Vandaar dat gynaecoloog en kinderarts niet al te lang zullen willen wachten om de risico's voor jullie beide te beperken.

Wat ze gaan doen is afhankelijk van de conditie van de baby en van jou maar ook bijv. van de drukte op de verloskamers. Vaak wil men, dan onder bewaking van jouw en je baby, nog even afwachten of de weeën niet alsnog spontaan beginnen (een goede 90 % krijgt alsnog spontaan weeën binnen een paar dagen na het breken van de vliezen). De conditie van de baby zal dan in de gaten worden gehouden door een aantal keer per dag een CTG te maken en bij jou zal dan de temperatuur goed in de gaten worden gehouden omdat een verhoging hiervan kan duiden op een het ontstaan van een infectie. 

We zullen je dan daarom ook altijd vragen als je ons meldt dat je vliezen zijn gebroken en je geen weeën hebt te starten met een aantal keren per dag je temperatuur op te nemen.

Note: neem, naast de normale spullen die je nodig hebt, dan ook van alles mee om de eventueel lange tijd die je dan daar ligt te wachten te verdrijven. (leesboek, puzzelboekjes of iets te handwerken).