Home » Bevalling » De bevalling
De bevalling
Hoe gaat de baring nu verder?
De tweede periode of de uitdrijvingsfase
Dit is de periode waarin de baby je baarmoeder wordt uitgedreven door de pers- of uitdrijvingsweeën samen met jouw perskracht, door het baringskanaal (je vagina) naar de buitenwereld.
Het baringskanaal:
Het baringskanaal bestaat uit 2 delen: het benige deel, dit word gevormd door je bekken en het weke deel, dit wordt gevormd door je baarmoeder in het verlengde van je vagina.
Foto: het vrouwelijk bekken
Het benige baringskanaal:
De ingang van het benige deel van je baringskanaal is niet mooi rond maar een beetje plat vernauwd. Dit noemen we de dwars-ovale vorm van de bekkeningang. Het hoofdje van je baby past hier alleen maar door als hij zijn hoofdje dwars draait en met z'n kin op de borst gaat liggen. De bekkenuitgang is daarentegen staand-ovaal van vorm en ongeveer net voorbij de helft van het benige bekken zit het schaambotje. Hier is je bekken op het smalst en maakt ook nog een bocht. Dit betekent dat terwijl de baby aan het begin van de uitdrijving dus dwars ligt met z'n hoofdje, hij om door de bekkenuitgang te kunnen recht moet gaan liggen om zo met zijn achterhoofd onder het schaambotje van moeder door te kunnen. Je baby zal dus in dat nauwe baringskanaal ook nog eens een keer moeten draaien. Het hoofdje kan het beste onder het schaambot door als het draait met zijn achterhoofd naar voren (richting jouw buik) en met de kin goed op de borst. Dit noemen we de
inwendige spildraai.
Is het hoofdje nu eenmaal onder het schaambotje door dan heb je het moeilijkste gedeelte van de bevalling achter de rug en weten we zeker dat jouw kind jouw bekken kan passeren. Hierna moet de baby alleen nog de weerstand van het weke baringskanaal overwinnen om geboren te worden.




Foto A t/m D: indalen van het hoofdje en de inwendige spildraai
Het weke baringskanaal:
Tijdens de ontsluiting wordt het weke baringskanaal steeds zachter en weker; de weerstand van het weefsel neemt af en daardoor is er een enorme rek mogelijk. Wanneer je baarmoeder en vagina een geheel vormen en de ontsluiting dus volkomen is spreken we van het weke baringskanaal. Je merkt je dat de weeën een ander karakter krijgen. Er ontstaat dan persdrang.
Deze wordt veroorzaakt door een reflectoire prikkel. Vanuit je buik komt een golvende drang, waarop je het persen niet of nauwelijks kunt laten. De buikspieren trekken samen evenals een aantal andere spiergroepen, waaronder met name de ademhalingsspieren. Het middenrif wordt bij inademing naar beneden gebracht. Je ervaart steeds meer een onhoudbare druk op je anus. De meeste barende vrouwen voelen het als een hele opluchting wanneer ze mogen toegeven aan die persdrang en mee mogen gaan persen.
Ligt je baby goed, dus in een gewone hoofdligging dan is er geen enkel bezwaar waarom je niet aan die persdrang toe zou geven. De natuur heeft het namelijk zo geregeld dat je deze drang pas voelt wanneer er volkomen of bijna volkomen ontsluiting is. Meestal zullen we evenwel toch willen kijken (toucheren) of de ontsluiting volkomen is en het hoofdje goed ligt alvorens het sein op groen te zetten om te gaan persen. Eindelijk mag je nu zelf iets gaan doen en hoef je niet meer lijdzaam de dingen af te wachten die er binnen in je lichaam gebeuren. Het is mogelijk dat je niet de hiervoor beschreven persdrang ervaart.
Probeer dan iets anders te gaan liggen, zitten of staan. De druk van het hoofdje van het kind op de bekkenbodem verandert dan een beetje, waardoor je waarschijnlijk die reflex wel zult voelen.
Bij een eerste kind duurt de uitdrijvingsfase gemiddeld een tot anderhalf uur. We streven er naar het persen niet langer dan een goede twee uur te laten duren omdat een nog langere tijd toch belastend blijkt te zijn voor moeder en kind. Heb je al eerder kinderen gebaard dan zal deze periode normaliter veel korter duren, meestal niet langer dan een uur. De uitdrijving bij een derde of volgend kind kan soms zelfs slechts enkele minuten duren.
Als het jouw eerste bevalling is kun je bij het persen wel eens het gevoel hebben: 'Ik pers me een rotje maar er gebeurt niets, het lukt me nooit', Dit komt omdat de weerstand van de bekkenbodem overwonnen moet worden. Dit kost veel tijd en kracht. Laat je niet ontmoedigen en gooi er al je energie tegenaan. Ook al ben je doodop door de achterliggende tijd van het ontsluiten, je zult merken dat je toch altijd weer genoeg kracht en energie hebt om flink te kunnen persen. Tijdens het persen in het eerste gedeelte van de uitdrijving komt het hoofdje vaak maar millimeter voor millemeter vooruit. . . totdat er ineens een klein stukje zichtbaar wordt.
Je ziet een klein stukje, wat verkreukeld velletje met natte haartjes verschijnen (jij zelf ook als je in een spiegel mee kijkt). Vanaf dat moment gaat het persen vaak ook wat vanzelfsprekender. Je voelt dan beter dat het hoofdje verder komt als je perst en dat geeft weer nieuwe moed. In het begin schiet het hoofdje als de wee weer over is, nog wel weer terug maar na verloop van tijd blijft het stukje hoofd ook buiten een wee zichtbaar, dit noemen we het 'staan van het hoofdje'. Hierna komt bij iedere wee het hoofdje een klein stukje meer naar buiten.
Het persen kan soms ook best wel pijnlijk zijn. Toch is het enige dat helpt, om door die pijn heen te persen. Laat je niet weerhouden door die pijn, de perswee dwingt je als het ware mee te persen. Dat beetje meer kracht wat daardoor ontstaat helpt je om het persen effectiever te laten zijn.
Wanneer op een gegeven moment het hoofdje voor een groter stuk te zien is, geeft dat meestal een strak gespannen en branderig gevoel. Dit is op zich een vervelende sensatie maar het duurt dan nog maar even tot het hoofdje wordt geboren. Vanaf het moment dat jij dat branderige gevoel ervaart zullen wij je vragen niet meer volop mee te persen met de wee, maar om afwisselend te zuchten en rustig te persen om eventueel inscheuren zoveel mogelijk te voorkomen.
Het gedeelte tussen je vagina en anus heet het perineum. Soms is daar net iets meer ruimte nodig om het kind geboren te laten worden en zal het perineum een beetje kunnen inscheuren. Om dit eventuele inscheuren niet te ver te laten gebeuren, is het zuchten of hijgen belangrijk. Het hoofdje zal dan wat langzamer en rustiger naar buiten komen. Als het hoofdje eenmaal geboren is draait het weer terug naar de oorspronkelijke stand die het had voor de inwendige spildraai. Dit noemen we de
uitwendige spildraai.
Foto E: het hoofdje snijdt door
Foto F: uitwendige spildraai naar links
Nadat het hoofdje geboren is zullen we eerst kijken of de navelstreng niet om de nek van je baby zit. Zo ja, dan zul je nog even moeten zuchten zodat we de navelstreng over het hoofdje kunnen afhalen. Dit komt bijna bij 50% van alle bevallingen voor; je hoeft er dus niet bang voor te zijn. Hierna wordt het hoofdje weer omvat en wordt het in de richting van je anus bewogen waardoor de voorste schouder onder het schaambeen te voorschijn komt. Door het hoofdje nu weer in de richting van je buik te bewegen wordt vervolgens de achterste schouder, die achter het perineum zit, geboren. Met de vingers wordt dan onder de oksels van de baby aangehaakt en deze in de richting van jouw buik bewogen en daar neer gelegd> de geboorte van jullie kind is een feit.
Foto G: geboorte voorste schoudertjes
Foto H: geboorte achterste schoudertje
Soms is dit allemaal volkomen overbodig omdat de baby spontaan naar buiten floept. Soms moeten we behoorlijk hard aan het hoofdje trekken om de schouders geboren te laten worden. Wees gerust, hoe vreemd het ook lijkt, de baby ondervindt hiervan geen letsel.
Note: Zorg dat je bij je bevalspullen een paar washandjes hebt liggen. Deze gebruiken we vaak om goed warm tegen je perineum te drukken waardoor het weefsel daar beter doorbloedt en ook soepeler wordt. Dit vermindert het vervelende branderige gevoel en zorgt er bovendien voor dat je minder snel inscheurt.
Onderstaand animatiefilmpje laat alles zien wat hierboven besproken is: (wmv bestand - 1 mb)