Home » Zwangerschap » Overige zwangerschaps informatie
Overige zwangerschaps informatie
Je kunt op onderstaande titels klikken om direct naar het onderwerp te gaan.
Verklarende woordenlijst (opent in een popup venster)
Aambeien
Inleiding
Aambeien (hemorroïden) zijn met bloed gevulde zwellingen in je endeldarm en de anus. Ze ontstaan door verslapte bloedvaten en zijn te vergelijken met spataderen. Ze ontwikkelen zich in de anus (inwendige aambeien), maar soms stulpen ze naar buiten (uitwendige aambeien). In aambeien kunnen bloedstolsels ontstaan. Vooral ouderen en zwangeren hebben last van aambeien.
Oorzaken
De voornaamste oorzaak bij niet zwangeren is obstipatie (verstopping). Mensen moeten dan buitensporig persen om hun ontlasting kwijt te raken. Hierdoor neemt de druk in de aderen toe en worden ze plaatselijk slapper en wijder.
Bij zwangeren kan obstipatie mede de oorzaak zijn (is tenslotte ook een zwangerschapskwaaltje) maar is toch je zwangerschap de grootste boosdoener. Door het hormoon progesteron ('de weekmaker') verslappen de spieren in de wand van je bloedvaten. Door de forse toename van extra bloed (nodig voor je zwangerschap) en de toegenomen druk in je onderlichaam door die steeds zwaarder wordende baarmoeder kunnen de vaten op het diepste punt gaan uitstulpen en ontstaan aambeien.
Verschijnselen
Aambeien kunnen vrij klein en onopgemerkt blijven. Meestal verraadt een hoeveelheid helder rood bloed op de ontlasting, op het toiletpapier of in het toilet hun aanwezigheid. Maar ze kunnen ook groter worden en tijdens de stoelgang naar buiten stulpen. Soms verdwijnen ze weer na de ontlasting, maar af en toe blijven ze naar buiten steken. Dan kunnen ze geïrriteerd raken en pijnlijk worden. Deze inwendige aambeien kunnen weer voorzichtig met een vinger naar binnen worden geduwd.
Uitwendige aambeien manifesteren zich als pijnlijke zwellingen of harde bobbels rond de anus. Als de aambei hard is, kan dit het gevolg zijn van een bloedstolsel. Extra hard persen, wrijven of reinigen rond de anus kan irritatie veroorzaken met bloedingen en jeuk.
Diagnose
Bloedverlies bij de stoelgang kan ook het gevolg zijn van een aandoening elders in het maagdarmkanaal. Daarom wordt normaal gesproken het altijd nodig gevonden een uitgebreid onderzoek in te stellen. Aambeien zonder trombose zijn niet voelbaar, maar wel zichtbaar als het rectum wordt onderzocht met een rectoscoop. Onderzoeken als sigmoïdoscopie en colonoscopie kunnen aandoeningen in andere delen van het maag-darmkanaal uitsluiten. Hierbij wordt onder meer een buis van glasvezel in de darm ingebracht om het darmoppervlak te bekijken.
Daar het bij zwangere wel duidelijk wat de oorzaken zijn is bovenstaande in de meeste gevallen niet noodzakelijk en wordt af gewacht of ze weer spontaan verdwijnen in de eerste weken na je bevalling.
Behandeling
Lichte gevallen van aambeien kunnen meestal met relatief éénvoudige maatregelen worden opgelost. Gewichtsverlies, voldoende bewegen, regelmatig en vezelrijk eten en minimaal 1,5 liter (ouderen en zwangeren
2 liter) vocht per dag drinken, kunnen helpen verstopping te voorkomen. Goede leveranciers van vezels zijn fruit, groente en volkoren producten.
Soms zijn geneesmiddelen nodig om de ontlasting zachter te maken. Laxeermiddelen nemen nooit de oorzaak van verstopping weg, ze lossen alleen tijdelijk de problemen op. Wie regelmatig laxeermiddelen gebruikt, krijgt luie darmen en kan op den duur niet meer zonder deze middelen.
Ook natuurlijke laxeermiddelen zoals senna en laxeerthee kunnen de darmwerking ernstig verstoren. Mochten laxeermiddelen toch noodzakelijk
zijn dan adviseren we Metamucil(r) te gebruiken, daar deze de minste darmprikkeling geven.
Crèmes en/of zetpillen kunnen helpen tegen de pijn en de jeuk. Zelf schrijven wij het liefst Curanal zalf voor, met zonodig een kuur Curanal tabletten en/of zetpillen. Deze zalf wordt gemaakt van natuurlijke producten door Apotheek van den Bergh in Hilversum. Wij hebben dit op voorraad in onze praktijk
Uitwendige aambeien met bloedstolsels ontstaan soms snel en kunnen erg pijnlijk zijn. Als vroegtijdig medische hulp wordt gezocht, kan het bloedstolsel worden verwijderd door een insnijding in het gebied onder plaatselijke verdoving. In de zwangerschap is dit gelukkig niet vaak noodzakelijk.
Soms kan een ijspakking of een crème met steroïden goed helpen. Ook kunnen plaatselijk verdovende stoffen worden toegediend.
Chirurgie
Als alle andere behandelingsmethoden mislukken, is chirurgie noodzakelijk om de verwijde vaten te verkleinen of te verwijderen. Dit is niet gebruikelijk tijdens de zwangerschap. Er wordt eerst afgewacht tot na de bevalling daar het gros spontaan weer verdwijnt omdat de veroorzaker: de zwangerschap en/of bevalling de boosdoener zijn.
Is behandeling alsnog nodig dan is een zogenoemde bandligatuur een manier: een rubberen bandje wordt rond de basis van de aambei aangebracht. Hierdoor wordt de bloedtoevoer afgesneden en verschrompelt de aambei.
Een ander manier is sclerotherapie: hierbij wordt een chemische oplossing rond de basis van de aambei geïnjecteerd, zodat hij krimpt.
Andere behandelingswijzen maken gebruik van elektrische stroom, laser of warmte. Echter, de beste en duurzaamste methode is operatieve verwijdering.
De bloedgroep en de rhesus factor
Behalve dat je een bloedgroep hebt van of O, A, B, of AB kun je ook nog een bijbloedgroep hebben, deze noemen we de rhesus factor; heb je die wel dan ben je rhesus positief en heb je die niet dan ben je rhesus negatief.
Ongeveer zo'n 85 % van onze bevolking is rhesus positief en 15 % heeft desbetreffende factor niet; het vervelende is, dat als deze beide met elkaar in contact komen, ze gaan botsen > degene met rhesus negatief maakt dan
antistoffen tegen rhesus positief; dit noemen we dan het rhesusantagonisme. Door verder onderzoek en bepaalde maatregelen is dit te voorkomen.
Hoe ontstaat het rhesusantagonisme?
Nadat je bevallen bent van je eerste kind komt uiteraard de nageboorte en die bevat bloed van jouw baby. Ook al ben je niet ingescheurd of ingeknipt, er zullen altijd kleine barstjes of kleine scheurtjes ontstaan in het baringskanaal. De nageboorte bevat hetzelfde bloed als de baby en dit kan door die wondjes in contact komen met jouw bloedbaan. Heb jij die rhesus factor nu niet en de baby wel dan komt er dus iets in jouw lichaam wat je niet kent en waartegen je dan
antistoffen gaat aanmaken. Mocht je dan voor de tweede keer zwanger worden en de baby is ook weer rhesus positief dan gaan de door de vorige bevalling ontstane
antistoffen in de aanval en brengen je tweede kind in de problemen met als resultaat het rhesusantagonisme.
Hoe dit te voorkomen?
Normaliter komt jouw bloed niet in aanraking met rhesus positieve bloed cellen, ook niet door een bloedtransfusie (iemand met rhesus negatief bloed krijgt bij een bloedtransfusie dan ook weer rhesus negatief bloed). Ook in de eerste zwangerschap vindt er normaal gesproken geen contact plaats tussen jouw bloed en het bloed van jouw baby. Deze 2 bloedcirculaties worden door een vlies in de placenta wat in principe niet doordringbaar is voor bloedcellen van elkaar gescheiden.
Zoals eerder verteld ontstaat het contact pas na de bevalling. Echter bij een 3 à 4 % van alle zwangeren komt het toch voor dat het bloed van de baby tijdens de eerste zwangerschap al in contact komt met het bloed van de moeder zodat het lichaam ook dan al antistoffen gaat aanmaken. En aangezien deze antistoffen wel de nageboorte kunnen passeren en bedoeld zijn tegen de rhesus positieve deeltjes, zou dus ook het je eerste kindje in de problemen kunnen komen.
Deze problemen zijn o.a. een verhoogde bloedafbraak bij de baby met vochtophoping door het hele lijfje en in het ergste geval kan de baby hierdoor overlijden in de baarmoeder. We weten dus dat het sporadisch voorkomt dat er contact plaats vindt tussen het bloed van de moeder en het bloed van de baby maar we weten ook uit onderzoek dat dit bijna nooit gebeurt voor de 32ste week van de zwangerschap. Daarom onderzoeken we bij alle vrouwen die rhesus negatief zijn in de eerste zwangerschap rond de 30ste week van haar zwangerschap het bloed om te kijken of er geen antistoffen aantoonbaar zijn en krijg je uit voorzorg een spuitje met Anti-D.
Anti-D (ook wel anti-D immunoglobuline genoemd) vangt alle evt. aanwezige rhesuspositieve deeltjes weg zodat je lichaam dan ook geen
antistoffen meer hoeft te gaan maken. Na de bevalling wordt ook weer gecontroleerd op de rhesusfactor van de baby: is deze ook rhesus negatief dan hoef je geen maatregelen te nemen, want negatief en negatief bijten elkaar niet, echter is deze uitslag rhesus positief dan krijg de moeder binnen 48 uur weer een spuitje met Anti-D toegediend om de volgende zwangerschap te beschermen. Hierna wordt dan bij alle volgende zwangerschappen altijd weer het bloed gecontroleerd rond de 30 weken zwangerschap.
Anti-D geven hoeft dan niet meer omdat de eventuele Anti-D die je krijgt na de vorige bevalling de volgende bevalling beschermd.
Hoe gaat dit in zijn werk?
Samen met de uitslag ontvangen we ook de benodigde formulieren die we dan nodig hebben om het bloed van de baby na de bevalling te kunnen controleren op zijn of haar rhesus factor. Dit formulier krijg je mee rond de 33 weken en beval je thuis ook een bloedbuis; bewaar dit dan ook goed bij je bevalspullen. Zodra je kind is geboren vullen we dit bloedbuisje met bloed uit de navelstreng want dat bevat kinderlijk bloed. Om dit bloed te kunnen controleren op de rhesus factor moet het naar het laboratorium worden gebracht. Beval je in het ziekenhuis dan zorgen wij daarvoor, beval je thuis dan is het de bedoeling dat je partner daar zorg voor draagt. Het formulier en buisje bloed worden voorzien met de naam en de geboortedatum van je baby en het buisje met navelstrengbloed wordt bewaard in de koelkast. Op een redelijk termijn brengt je partner het buisje bloed samen met het formulier (met een rode band) dan naar het laboratorium. Hiermee bedoelen we het volgende: beval je laat in de middag, 's avonds of in de nacht dan brengt je partner dit rond 09.00 naar het laboratorium. Beval je 's ochtends of in het begin van de middag dan kan het tot 16.00 worden gebracht:
Adres:
Laboratorium van de Bloedstransfusiedienst van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)
Afdeling E3 Q, kamer 9
Albinusdreef 2
2333 ZA Leiden
Het is de hele week geopend tussen 09.00 en 16.00. Meldt je in de centrale hal eerst even bij de portier zodat deze de weg kan wijzen. Het onderzoek duurt ongeveer een half uurtje waar je dus op moet wachten. Is de uitslag eenmaal bekend bel deze dan meteen door aan de dienstdoende verloskundige: 06-54768031. Wordt de uitslag tussen 09.30 en 10.00 doorgebeld dan krijg je de eventueel benodigde Anti-D nog dezelfde dag; wordt het later op de dag doorgebeld dan krijg je het de volgende ochtend. De Anti-D wordt door ons meegebracht en toegediend, je partner hoeft er dus niet op uit om het bij een apotheek te gaan halen, ook al wordt dit soms wel eens verteld door een laborante.
Bij een trauma in de buik bijv. fors schoppen of stompen in de buik of een auto ongeluk (stuur in je buik) vóór de 32ste week van de zwangerschap en bij een vruchtwaterpunctie is het ook van belang Anti-D toe te dienen.
Wat is bekkeninstabiliteit?
Bekkeninstabiliteit is waarschijnlijk een van de meest vervelende zwangerschapsaandoeningen. Maar wat is bekkeninstabiliteit nu eigenlijk?
Bekkeninstabiliteit is een duidelijk aantoonbare overmatige beweeglijkheid van de (één tot drie) gewrichten van de bekkenring waardoor deze ring niet meer als één geheel samenwerkt met de wervelkolom en beide heupen. Het zijn vooral de gewrichtsbanden die té los gaan zitten of waarop gehangen wordt.
Niet alleen de bekkenring kan verwringen maar ook de lendenwervels en zelfs de heupen kunnen wegdraaien. Dit geeft aanleiding tot slecht functioneren van de gehele bekkengordel bij bewegingen van de onderste ledematen, in bepaalde houdingen of bij houdingsveranderingen. Er is geen juiste krachtsoverdracht meer op die momenten waar het nodig is. Er wordt eerder gerekt op bepaalde gewrichtsbanden en de nodige spieren krijgen niet de kans om normaal te functioneren. Dit veroorzaakt rekpijn.
Differentiatie bekkeninstabiliteit met lage rugpijn
Bekkeninstabiliteit is gemakkelijk te onderscheiden van lage rugklachten waarbij men een mechanisch of traumatisch probleem (bijv. hernia of een inklemming) kan aantonen ter hoogte van een van de wervelniveau's, al dan niet met de bijhorende uitstralingspijn. Om die uitstralingspijn te mijden gaat men zich namelijk asymmetrisch houden en één been minder belasten.
Dit kan echter in tweede instantie ook bekkenklachten veroorzaken. Ook een scoliose die vroeger al was vastgesteld of een letsel ter hoogte van een knie of heup, waarbij de asymmetrie in het lichaam nooit werd weggewerkt kunnen tijdens de zwangerschap ter hoogte van het bekken instabiliteitklachten veroorzaken. In dat geval is het belangrijk dat er snel een onderscheid wordt gemaakt tussen de primaire en de secundaire oorzaak om efficiënt te kunnen behandelen.
Bekkeninstabiliteit of bekkenpijn?
Er zijn verschillende benamingen voor deze klachten die door elkaar worden gebruikt:
De bekkenpijn wordt veroorzaakt door het instabiel worden van het bekken en naarmate je bekken instabieler wordt kunnen dan ook de pijnklachten en de functiebeperking toe nemen.
Bij een echte symfysiolyse zijn de 2 schaambeenderen los van elkaar. Het betekent letterlijk het oplossen (lyse) van de verbinding (symfyse) tussen de twee schaambeenderen. Een echte symfysiolyse komt bijna nooit voor. Maar de term symfysiolyse wordt wel gebruikt omdat die verbinding in werkelijkheid niet los komt van elkaar maar weker en rekbaarder wordt en er dus op lijkt.
Bouw van het bekken
Je bekken is opgebouwd uit een aantal verschillende botten: aan de rugzijde zit je heiligbeen (sacrum), aan beide zijkanten zit je darmbeen (os ilium) en aan de voorzijde je schaambeen (os pubis) met in het midden je symfyse. Het heiligbeen vormt het onderste deel van je wervelkolom. Aan de achterzijde van je rug is dit heiligbeen aan beide kanten verbonden met het darmbeen. Deze verbinding noemen we sacro-iliacale gewricht, door fysiotherapeuten afgekort tot je S-I-gewrichten. Deze gewrichten bevinden zich laag op de rug ter plaatse van de twee kleine kuiltjes aan weerszijden van je wervelkolom. Het schaambeen is de voortzetting van het darmbeen naar de voorkant van het lichaam.

De verbindingen tussen de verschillende bekkenbeenderen, in de symfyse en in het S-I-gewricht bestaan uit kraakbeen. Rond die verbindingen zijn elastische banden en kapsels om deze te verstevigen. In je zwangerschap worden deze verbindingen door de weekmaker progesteron weker, soepeler en rekbaarder. Dit kan je zien als een voorbereiding op de bevalling: je baby moet immers dóór je bekken naar buiten, en een bekken dat rekbaar en minder star is en ook nog een beetje 'meegeeft' kan hierbij behulpzaam zijn. Het is dan ook het proces van die versoepeling van de verbindingen tussen je bekkenbeenderen dat deze beweeglijker worden ten opzichte van elkaar waardoor dan je pijnklachten ontstaan.
Welke klachten heb je?
Vermoeidheid en pijnklachten
Deze gaan bij bekkeninstabiliteit hand in en ze versterken elkaar. Door vermoeidheid worden je pijnklachten erger en door de pijn wordt je weer sneller moe. Die vermoeidheid en pijnklachten treden het snelst op bij slenteren bijv. winkelen.
Dus bij vrouwen die bekkenpijn aangeven maar wel drie keer per week in de stad kunnen winkelen spreken we waarschijnlijk niet van bekkeninstabiliteit. Stevig doorwandelen geeft meestal minder klachten. Fietsen is zelfs vaak beter vol te houden dan wandelen. Langdurig in dezelfde positie zitten of liggen kan onplezierig zijn. Echter als je zwanger bent begint alles zwaarder te worden en zul je op de duur ook langzamer herstellen van vermoeidheid en pijn.
Doe na een vermoeiende dag eens een middagdutje of ga eens een avond vroeg naar bed.
Bandenpijn
Het gevaar bestaat dat alle pijntjes en ongemakken worden toegeschreven aan bekkeninstabiliteit. Dit is onwaarschijnlijk als de pijn niet wordt gevoeld op een van de kenmerkende plaatsen: rond je schaambeen, je stuitje of in je linker- of rechterbil. Dan wordt pijn in je onderbuik, aan de zijkanten van je heupen of laag in je rug nog wel eens verward met bandenpijn. Dit wordt veroorzaakt door het groeien van je baarmoeder.
Wanneer begint bekkeninstabiliteit?
Het proces van het verweken van die verbindingen tussen je bekkenbeenderen vindt plaats onder invloed van progesteron, een van je zwangerschapshormonen. Meestal begint dit proces pas rond de twintigste zwangerschapsweek. Behalve door het rekbaarder worden van die verbindingen speelt ook de toenemende belasting door die groter en zwaarder wordende baarmoeder en hierdoor vaak een andere lichaamshouding een grote rol bij het ontstaan van je klachten.
Naarmate de zwangerschap vordert komt je buik meer naar voren waardoor de stand van je rug en het bekken verandert. Hierdoor wordt er als het ware vanaf de zijkanten aan je symfyse getrokken. Een verkeerde houding of overbelasting kan dit hele proces versterken. Er is dan vaak een verstoring in de balans tussen de belasting en belastbaarheid.
Meestal ontstaat bekkeninstabiliteit in de zwangerschap maar soms ontstaan die pijnklachten pas een paar dagen of een paar weken na de bevalling. Waarom de ene zwangere wel deze pijnklachten krijgt en een ander niet, valt moeilijk aan te geven. Mogelijk hebben vrouwen die van nature al soepelere banden hebben meer kans op pijnklachten dan vrouwen met wat meer stugge banden.
Nu en vroeger
Het valt wel op dat de zwangere vrouwen de laatste jaren vaker klagen over bekkeninstabiliteit dan een aantal jaren geleden. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat tegenwoordig aan de zwangere vrouw hogere eisen gesteld worden, zowel door de maatschappij als door haarzelf. Maar het kan ook zo zijn dat vroeger de klachten over bekkenpijn werden aangeduid als bandenpijn of lage rugpijn en dat er daardoor minder aandacht aan werd besteed.
Algemene adviezen
Het doel is herstel van de balans tussen belasting en de belastbaarheid. Dit betekent dat je een evenwicht moet zien te creëren tussen wat je lichaam kan en wat het vraagt. De signalen die je lichaam uitzendt moet je wel serieus nemen. Er bestaat helaas nog geen wondermiddel tegen bekkeninstabiliteit, wel is het van belang om een evenwicht te vinden tussen rust en activiteit.
Bewegen is nodig om je spieren op sterkte te houden. Rust daarentegen is van belang om je banden en kapsels te sparen en zo verergering van de klachten te voorkomen.
Hoe om te gaan met die pijn?
De meest gestelde vraag door zwangere met bekkenpijn is wat ze nu wel of niet mogen. Je mag alles, alleen met beleid. Je mag lopen, fietsen, zwemmen, je mag met je benen over elkaar zitten. Je mag slapen zoals je wil. Er zijn geen strikte verboden of geboden. Het is wel verstandig om zwaar belastende activiteiten te vermijden. Bij alle bezigheden maak je de afweging tussen wat deze bezigheid je oplevert en de prijs die je er voor betaald in de vorm van extra pijnklachten en vermoeidheid.
Bij alle activiteiten gaat het er niet zozeer om of je pijn voelt, maar hoe snel de pijn verdwijnt. Als de pijn lang blijft aanhouden of als het herstel langer gaat duren dan is het belangrijk dat jij jouw pijngrenzen leert te respecteren. Als jij je eigen pijngrenzen gaat negeren is de kans alleen maar groter dat jouw klachten erger worden.
Omgaan met je vermoeidheid
Vaak willen zwangeren meer dan ze kunnen. Zeker als je dan ook nog bekkenklachten hebt is het noodzakelijk keuzes te maken tussen je activiteiten. Want sommige activiteiten kosten veel energie en leveren weinig plezier op. Deze activiteiten kunnen je dan ook beter achterwege laten.
Zo kost bijv. stofzuigen veel energie maar het levert weinig op en het is niet eens leuk om te doen. Dezelfde energie kan je dan beter besteden aan bijv. de verzorging van een ouder kind. De volgende activiteiten kosten over het algemeen veel energie: lang staan, trappen lopen en gebukt werken (stofzuigen, bedden opmaken, strijken, koken, kind verzorgen). Activiteiten als fietsen en zwemmen zijn juist goed voor je spieren.
Ondersteuning
Overleg met ons wat de mogelijkheden zijn voor ondersteuning thuis en op je werk: mogelijke aanpassingen op het werk, minder werken of stoppen met werken. Bij ernstige klachten verwijzen we jou naar de fysiotherapie die dan je klachten kan behandelen en je ook behulpzaam kan zijn bij mogelijke aanpassingen thuis. Zo nodig kan hij je ook adviseren over de juiste mate van rust en activiteiten.
Maatregelen bij bekkeninstabiliteit
Hier vind je enkele maatregelen ter verlichting van je bekkeninstabiliteit. Het is verstandig deze in samenhang met elkaar toe te passen en niet afzonderlijk of achter elkaar. De fysiotherapeut kan je hierbij eventueel hulp bieden.
De bekkenband
Een niet-elastische band: de S-I-band, wel met de juiste maat: voor 5 cm breed en achter 7 cm. Deze band ondersteunt de bekkenverbindingen. Andere banden zijn: de GM-band, deze ondersteund ook de groeiende buik en de Erasmusband, deze ondersteunt het bekken en drukt met name aan de voorzijde de bekkenbeenderen tegen elkaar.
Je fysiotherapeut kan je adviseren welke voor band voor jou het beste is. Als je een band draagt moet er binnen enkele dagen vooruitgang zijn, dus minder pijn. Is dit niet het geval dan heeft het weinig zin de band te dragen. De band is een hulpmiddel bij belastende situaties. Meestal weet jij zelf wel waardoor de klachten toenemen: gebruik dan je band.
Bewegings- en houdingsoefeningen
Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld fysiotherapie, cesartherapie of mensendieck. Deze oefeningen en adviezen hebben als doel je houding te corrigeren en je te leren bewegen met zo weinig mogelijk extra belasting van het bekken. Dit ter versterking van de spieren.
Pijnbehandeling
Het is van belang dat jij jouw pijngrenzen zelf leert kennen en naar de pijnsignalen van je lichaam luistert. Situaties die een toename van pijn veroorzaken moet je zoveel mogelijk vermijden. Fysiotherapie kan hier bij helpen.
Rust
Het doel van rust is vermindering van de belasting. Rust is vaak niet mogelijk zonder aanvullende maatregelen op je werk en thuis. Op je werk: overleg met je meerdere of anders eventueel met de bedrijfsarts. Thuis kan extra hulp noodzakelijk zijn om je huishoudelijke taken te verlichten en de zorg voor de kinderen over te nemen. Het is dan wel zo prettig als er op je werk en thuis begrip voor jouw situatie bestaat. Vraag hier dan ook gewoon om en leg de situatie uit. Het is voor jouw situatie van belang dat ook anderen jouw klachten serieus nemen en er daadwerkelijk begrip voor tonen.
Houdings- en bewegingsadviezen
Staan
Langdurig op een plaats staan is vaak een probleem. De beste oplossing is meestal het staan regelmatig even te gaan zitten of te gaan lopen. Als dit bijv. op je werk niet mogelijk is dan kan regelmatig even van houding veranderen wel zo plezierig zijn.
Zitten
Zitten is bij bekkeninstabiliteit vaak een probleem. Het lijkt wel alsof er geen stoel te vinden is die lekker zit. Probeer gewoon een aantal stoelen uit: hoog of laag, zacht of hard, maakt niet uit. Totdat je er een vindt die prettig zit, iedere zwangere heeft zo haar eigen voorkeur. Sommige zwangeren vinden het zelfs prettig om op een tuinstoel te zitten.
Trappenlopen
Als trappenlopen voor jou problemen oplevert loop dan tree voor tree de trap op door steeds een voet bij te sluiten. Ook zittend of achteruit de trap op of af te gaan kan een oplossing zijn.
Slapen
Als je 's nachts last hebt is het meestal het prettigste om op je linker zij te gaan slapen en leg een klein kussentje onder je buik en een groot dik kussen tussen je benen. Hierdoor voorkom je dat je bekken ineen drukt.
In en uit bed komen
Probeer bij het uit bed komen eerst op je zij te draaien met je knieën tegen elkaar aan. Probeer met het buiten bed steken van je benen je heup als draaipunt te gebruiken en hou je benen bij elkaar. Duw je dan tegelijkertijd met je armen op tot je zit en vervolgens rustig opstaan.
Aan- en uitkleden
Kleedt je eventueel gewoon zittend aan of uit. Instapschoenen kunnen jou veel ongemakkelijke bewegingen besparen.
Vrijen
Probeer bij de gemeenschap een houding te vinden waarbij jij je benen niet te ver hoeft te spreiden. Zijligging blijkt meestal de plezierigste en doeltreffendste houding.
Huishouden
In de keuken kan een krukje met wieltjes een uitkomst bieden. Dat is minder belastend dan de hele tijd opstaan en gaan zitten. Probeer niet al zittend met je voeten de kruk naar voren te halen maar duw de kruk met je voeten naar achteren. Hou bij het stofzuigen met je linkerhand de zuigstaaf vast en het hogere gedeelte met je rechterhand maar dan achter je rug door, hierdoor blijf je meer recht op en belast jij je bekken en onderrug minder.
Autorijden
Leg in je auto een plastic tasje. Leg bij het instappen deze eerst op de stoelzitting van je auto. Hierna kun je na het binnen halen van je benen gemakkelijk draaiend je benen onder het dashboard krijgen. Hou wel je knieën bij elkaar en verwijder de plastic zak hierna om onder het rijden niet van je stoel te glijden. Houd er wel rekening mee dat tijdens het autorijden snelle bewegingen van de voet, bijv. remmen, pijnlijk of zelfs onmogelijk kunnen zijn.
De Bevalling
Vaak zijn zwangere vrouwen die veel last hebben van hun bekkeninstabiliteit bang voor verergering van de pijn door de bevalling. Deze angst is uiteraard goed te begrijpen maar doorgaans niet terecht. Het proces van verweken van je bekkenverbindingen heeft immers tijdens je zwangerschap al goed gewerkt. Hierdoor is jouw bekken ten tijde van de bevalling al goed voorbereid op de geboorte van je baby. Wel is het verstandig om tijdens de bevalling op je houding te letten.
Klachten over bekkenpijn of instabiliteit zijn geen reden voor inschakeling van een gynaecoloog.
Thuis of in het ziekenhuis?
Met bekkenklachten hou je gewoon de mogelijkheid te kiezen om thuis of poliklinisch te bevallen. Die klachten zijn geen reden om de bevalling op medische indicatie in het ziekenhuis te laten plaatsvinden.
Een keizersnede?
Een heel enkele keer wordt er in verband met bekkenklachten wel eens een keizersnede gedaan maar het is de intentie. Onze beroepsvereniging evenals die van de huisartsen en gynaecologen zijn het erover eens dat dit geen goede reden is om bij voorbaat al een keizersnede af te spreken. Een keizersnede blijft toch een grote buikoperatie en brengt daarom toch meer risico's met zich mee dan een gewone bevalling. Een keizersnee wordt alleen verricht worden als daar een medische noodzaak toe bestaat. Onderzoek heeft nooit aangetoond dat het herstel van bekkenklachten na een keizersnee vlotter zou verlopen dan na een gewone bevalling, mogelijk zelfs trager.
De bevalling al eerder inleiden?
Door sommige hulpverleners wordt wel eens geadviseerd de bevalling enkele weken voor de uitgerekende datum in te leiden bijv. rond 38 wk. Het is echter nooit aangetoond dat het herstel na je bevalling hierdoor beter of sneller zou verlopen. Bovendien is je baarmoedermond rond die tijd vaak nog onrijp waardoor de inleiding soms onmogelijk is of zeer moeizaam verloopt, wat weer meer risico op andere complicaties met zich meebrengt. Een inleiding kan alleen worden overwogen bij extreem ernstige klachten waarbij de zwangere amper meer kan lopen of in een rolstoel zit of haar bed nauwelijks meer kan verlaten.
Welke houding tijdens de bevalling?
Het is verstandig om tijdens de bevalling moet op je houding te letten. Trek je benen niet extreem naar buiten. Het kan echter geen kwaad om je benen enigszins op te trekken naar je buik. Vaak wordt hurkend persen als prettig ervaren als je bekkenklachten hebt. Zitten op een baarkruk wordt als minder prettig ervaren. Ook op handen en knieën bevallen kan een erg goede houding zijn.
Een kunstverlossing
Als de uitdrijving onvoldoende vordert en het hoofdje van de baby wel diep genoeg is gekomen, is niets op tegen om een kunstverlossing te doen. We noemen dit een uitgangsvacuüm of een uitgangstang. Alleen wanneer het hoofdje nog een groot stuk door het bekken te gaan heeft zal in dit geval de gynaecoloog overgaan tot een keizersnede. Dit kan ook gewoon gebeuren onder epiduraal anesthesie (= de
ruggeprik).
Na de bevalling
Je klachten over de bekkeninstabiliteit zullen na de bevalling meestal niet ineens over zijn. Alhoewel je zwangerschapshormonen snel aan het verdwijnen zijn kan het best nog een tijd duren voordat de verbindingen tussen je bekkenbeenderen weer hun oude stevigheid terug hebben. Ze hebben negen maanden de tijd gehad om weker en meer rekbaar te worden dus niet verwachten dat het nu wel in enkele dagen over zal zijn.
Hou je na de bevalling nog een tijd dezelfde klachten dan blijven alle adviezen die in de zwangerschap van kracht waren, ook na de bevalling nog gelden. Want er is ondertussen een nieuwe belasting bijgekomen: het optillen en dragen van je baby. Het kan dan ook verstandig zijn eventueel je bekkenband nog een tijdje te dragen.
Bij het aanhouden van de klachten na de bevalling raden we aan op dezelfde dingen te letten zoals in je zwangerschap: let op bij het traplopen of het te lang op één been staan bij het aan en uitkleden van je baby. Ga in plaats van de baby te baden in zijn eigen badje samen in bad. Neem geen te grote stappen bij het in en uit het bad stappen. Liggend voeden kan dan de voorkeur hebben boven zittend. Naarmate de pijnklachten verminderen kun jij je activiteiten geleidelijk aan uitbreiden. Het is de bedoeling dat je klachten langzaam minder worden en dat het iedere week weer een stukje beter gaat.
Een volgende zwangerschap?
Het is een feit dat bekkeninstabiliteit in iedere volgende zwangerschap weer terug komt, je moet tenslotte dan weer bevallen. Of je iedere volgende zwangerschap klachten hebt, daar valt niets over te zeggen. Iedere zwangerschap is tenslotte weer anders. Mocht je dan toch weer bekkenklachten krijgen dan staat wel tegenover dat je beter weet hoe je met die klachten moet omgaan en dus sneller maatregelen zal nemen. Daardoor kunnen de klachten op hetzelfde niveau blijven of soms juist minder hevig of korter optreden. Over het algemeen lijkt het ons wel verstandig dat je met een volgende zwangerschap wacht tot je zoveel mogelijk hersteld bent, dat wil zeggen: tot je pijnklachten verminderd zijn en je spieren weer voldoende verstevigd zijn eventueel door oefeningen.
Tot slot
De grote angst van veel vrouwen met bekkeninstabiliteit is dat men in een rolstoel terecht komt. Blijvende invaliditeit is echter een zeer zeldzame complicatie. Het grootste deel van de pijnklachten tijdens je zwangerschap hebben betrekking op een gezond bekken en geneest weer spontaan. Het kan echter wel enige maanden duren, in uitzonderingsgevallen meer dan een halfjaar. Maar ook de ernstigere klachten over bekkeninstabiliteit verdwijnen bij de overgrote meerderheid van de vrouwen uiteindelijk.
Bij zeer ernstige of aanhoudende klachten kan het verstandig zijn een revalidatiearts in te schakelen, dit gaat via je huisarts.
Bijna overtijd
Een normaal verlopende zwangerschap duurt gemiddeld 280 dagen, oftewel 40 weken, oftewel 10 maanmaanden gerekend vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie (bij een regelmatige cyclus van 28 dg.)
De meeste bevallingen (70 %) zullen zich aankondigen tussen de 39 en 41 weken maar er is een normale speling tussen de 37 en 42 weken. Mocht je richting de 42 weken door lopen noemen we dat dreigend serotien (= overtijd_ (na de 42 weken noemen we het pas echt serotien). We weten dat de behoefte van de baby steeds groter wordt terwijl de werking van de placenta (= nageboorte) dit na de 42 weken steeds minder kan bij houden. De gynaecoloog zal je daarom na 42 weken binnen afzienbare tijd willen inleiden (= het kunstmatig opwekken van de bevalling) om problemen te voorkomen.
Dit willen wij echter graag voorkomen om de volgende redenen:
Dit voorkomen dat je ingeleid wordt proberen we op de volgende manier:
We weten niet precies waarom een bevalling juist dan opgang komt, de gedachte er achter is dat als de behoefte van de baby groter word dan dat de placenta kan leveren de baby een soort signaal afgeeft wat de start betekend om te gaan bevallen.
Wel weten inmiddels wel wat een rol speelt in de bevallingscyclus: je hebt een rijpings- en start hormoon, de prostaglandine en bevindt zich o.a. in je baarmoedermond en je hebt een hormoon, dat wordt gemaakt in je hersenen en werkt als de benzine waar de bevallingsmachine op loopt. Met deze wetenschap in ons achterhoofd kun je dus wat doen om, met een voor jouw lichaam natuurlijke wijze, de bevalling te stimuleren: strippen **
* VTp betekend Vaginaal Toucher prikkelen of te wel d.m.v. een inwendig onderzoek je baarmoedermond prikkelen waardoor het hormoon prostaglandine actiever wordt en het rijpingsproces bevordert.
Het rijpingsproces zorgt ervoor dat je baarmoedermond centreert, verweekt en een beetje open gaat (zie ook bij de bevalling) want als je met succes wil strippen moet je baarmoedermond wel rijp genoeg zijn.
** VTs betekend Vaginaal Toucher strippen of te wel d.m.v. een inwendig onderzoek proberen je vliezen los te strippen (losmaken, dus niet stuk maken) van de baarmoederwand waardoor een hoge concentratie van het hormoon prostaglandine vrij komt waardoor de bevalling op gang kan komen.
Note: na het strippen heb je vaak een beetje bloedverlies omdat er door het strippen ook enkele bloedvaatjes stuk gaan (net zoals ook bij de bevalling), hier hoef je niet van te schrikken dit is volkomen normaal. (op het spreekuur is maandverband aanwezig)
Tip: Als je overtijd dreigt te gaan lopen wil een keer vrijen soms ook nog wel eens helpen om de bevalling opgang te brengen. Door de prikkeling van je baarmoedermond door het vrijen maak je ook prostaglandine aan en ook in sperma zit ditzelfde hormoon, wat dus net als strippen de aanzet kan zijn om te gaan bevallen. Vooral als je al vaak last hebt van voorweeën en de bevalling maar niet door wil zetten kan dit nog wel eens helpen. Het werkt echter alleen maar als je lichaam aan bevallen toe is; maak je dus geen zorgen als je op enig ander moment vrijt in je zwangerschap.
Het inwendig onderzoek
Waar nogal eens tegen op gezien wordt is het inwendig onderzoek, wij noemen het VT (= vaginaal toucher). Het is of een gêne, men schaamt zich ervoor zich te moeten ontkleden en dan met je benen wijdt moet voor een toch relatief vreemde, of men is bang dat het pijn doet. Natuurlijk, voor ons is het de normaalste zaak van de wereld maar voor veel vrouwen blijft het iets waar ze altijd tegen op zullen zien. Zie je erg tegen een inwendig onderzoek op, meld het ons en wij zullen met nog meer beleid en voorzichtigheid samen met jou het inwendig onderzoek verrichten.
Bij een normaal verlopende zwangerschap vind het eerste onderzoek pas plaats als de bevalling is begonnen. Alleen bij bepaalde klachten of als je overtijd dreigt te gaan kan het eerder plaats vinden. Tijdens de bevalling vindt het inwendig onderzoek plaats om te kijken hoe ver de bevalling is gevorderd (hoeveel ontsluiting je hebt), hoe de stand en de indaling van het hoofdje van de baby is en of je mag gaan persen (volkomen ontsluiting hebt ). Maar dat kan zelfs tot een minimum beperkt worden.
Hoe gebeurt een inwendig onderzoek
Bij het inwendig onderzoek lig je met ontbloot onderlichaam in steensnede houding (= gynaecologische houding > je benen zijn maximaal gespreid) op bed (thuis) of onderzoekbank (spreekuur). Zorg ervoor dat je zo comfortable als mogelijk ligt en probeer te ontspannen. We gebruiken altijd handschoenen en een beetje glijmiddel en zullen altijd uitleg geven wat we gaan doen. Als eerste zal de niet onderzoekende hand je schaamlippen openen om ruimte te maken. Hierna gaat van de onderzoekende hand de eerste vinger voorzichtig een stukje naar binnen.
Als dit goed gaat zal er de tweede vinger bijkomen; dit voelt meteen een stuk voller aan en hier heeft men vaak het gevoel te moeten gaan knijpen of spannen; probeer te ontspannen of zeg het even zodat we even kunnen stoppen zodat jij je kunt concentreren. Als je moet knijpen doe het bijv. met je handen maar niet met je benen. Als je weer goed ontspannen bent gaan de 2 onderzoekende vingers dieper totdat ze je baarmoedermond bereiken. Afhankelijk waarvoor het inwendig onderzoek gebeurt (strippen of bij de bevalling) zullen de onderzoekende vingers hun werk doen. Probeer altijd zo goed mogelijk te ontspannen en geef altijd aan als je wil dat we even stoppen, dat is nooit een probleem.
Over het algemeen doet een inwendig onderzoek niet echt pijn; bij het strippen kan het wel eens vervelend aanvoelen omdat dan de onderzoekende vingers moeten worden gedraaid, probeer je dan weer zo slap mogelijk te houden.
Note: vraag je partner om bij je aan het hoofdeinde te komen staan of zitten. Gewoon het handje vast houden geeft ook vaak een goed steun en houvast om te kunnen ontspannen.
42 weken en nog niet bevallen
Als zelfs na het strippen de bevalling onverhoopt toch niet spontaan op gang komt en de 42 weken zwangerschap wordt bereikt dan sturen we je door naar een ziekenhuis van jouw keuze. De gynaecoloog neemt dan de medische zorg voor je zwangerschap van ons over omdat er dan extra controles gaan plaatsvinden. Als je de 42 weken hebt bereikt zorgen onze assistentes er voor dat er afspraak voor je wordt gemaakt< OP die afspraak wordt eerst een CTG (=hartfilmpje > zie verder op voor uitleg) gemaakt en daarna meestal ook nog een echo, hierna heb je dan een afspraak met de gynaecoloog die dan aan de hand van de uitslag van CTG en echo de stand van zaken met je door spreekt. Afhankelijk van de conditie van jou en je baby en de zekerheid van je uitgerekende datum zal dan in samen spraak met jullie worden afgesproken wanneer de bevalling zal worden ingeleid.
De inleiding
In de meeste gevallen kiest men er voor om de inleiding te starten met prostaglandine. Deze wordt vaginaal als gel ingebracht dicht in de buurt van je baarmoedermond en dat zorgt er voor dat het rijpingsproces sterk wordt geactiveerd (verweekt en verstrijkt) en dan de bevallingsprikkel opgang komt, je lichaam met weeën begint en jijzelf de productie van oxytocine opvoert waardoor de weeën op een gegeven moment steeds krachtiger en frequenter worden, (zie verder ook bij de bevalling het hoofdstuk weeën) Niet altijd zal de bevalling starten na het inbrengen van de gel, dit licht er mede aan hoe rijp, dus hoe week en verstreken jouw baarmoedermond op dat moment al is.
Het kan dan nodig zijn om de gel een aantal keer in te brengen. Men begint dan 's morgens om ca. 08.00 met inbrengen van de eerste gel en dat wordt eventueel 's middags weer herhaald. Vooral bij de inleiding van de bevalling van het eerste kindje kan het soms een hele tijd duren voordat de gel de baarmoedermond voldoende heeft verweekt en verstreken en je lichaam begint met weeën.
Dus als het je eerste kindje is en de gynaecoloog met je afspreekt dat je wordt ingeleid verwacht dan niet dat je meteen dezelfde dag zult bevallen. Soms zal het nodig zijn de inleiding te ondersteunen om de weeën sterker te laten worden of de frequentie op te voeren. Dit gebeurt dan middels een infuus met het bevalhormoon oxytocine. Dit wordt gereguleerd door een pompje die indien nodig hoger of lager kan worden gezet.
Dit hele proces zal worden begeleidt en bewaakt onder CTG bewaking om in de gaten te houden of het goed gaat met jouw weeën en met de conditie van de baby, je zit dan tot aan de geboorte van je kindje aan allerlei snoeren. Ook als je vliezen langer dan 24 uur zijn gebroken en de weeën willen maar niet spontaan opgang komen is dat een reden om op termijn te gaan inleiden.
Het CTG.
Zoals al eerder een paar keer genoemd kunnen er verschillende redenen zijn om in het ziekenhuis een hartfilmpje te laten maken om de conditie van de baby te kunnen vaststellen. Deze redenen kunnen zijn:
In de zwangerschap:
Tijdens de bevalling:
Hoe wordt het CTG gemaakt?
Dit wordt uitgevoerd als volgt: men plaatst 2 banden om je buik waarvan een reacties van je baarmoeder registreert en de ander het hartje van de baby gedurende meestal een half uur. Tijdens de bevalling of inleiding is dit continu. Deze registraties worden door het CTG apparaat beide op papier uitgeschreven en aan de samenhang van beiden kan men de conditie van de baby beoordelen maar ook de weeënkwaliteit.
Als je vliezen al zijn gebroken kan de gynaecoloog ook besluiten het CTG te laten plaatsvinden middels inwendige registratie: voor de registratie van de hartslag wordt dan een draadje op het hoofdje van de baby geplaatst en voor de registratie van de weeën wordt dan een heel dun buisje je baarmoeder in geleidt. Het grote voordeel hiervan is dat deze bevestiging veel beter is, die banden om je buik willen nog wel eens verschuiven waardoor de registratie steeds weg valt.
Tijdens het CTG kan het wel eens voor komen dat je het hartje even niet meer hoort. Hier niet meteen van schrikken, dit wordt dan veroorzaakt omdat dan tijdens een wee het apparaat het even niet kan registreren.
Note: Tijdens een inleiding kun je best even vragen, als de conditie van de baby goed is, of ze af en toe even willen los koppelen zodat je even uit bed kunt om even wat rond te lopen.
Blaasontsteking
Een blaasontsteking is waarschijnlijke de meest voorkomende lastige bijkomstigheid als je zwanger bent. Doordat je blaas in de verdrukking komt door die als maar door groeiende baarmoeder moet je steeds vaker plassen en wordt je blaas vaak niet meer goed geledigd en blijft er steeds wat urine achter. Dit verhoogt de kans op een blaasontsteking. Een onbehandelde blaasontsteking kan bijv. leiden tot meer harde buiken en het ernstigste geval tot een nierbekkenontsteking.
Waaraan kun je herkennen:
Zorg dat je altijd goed drinkt, dus gewoon veel water drinken en probeer altijd goed uit te plassen. Als je moet ga dan ook, probeer het niet steeds op te houden. Herken je boven staande klachten overleg dan met ons of je brengt meteen zelf een plasje naar de assistente van je huisarts. Meestal heb je na enkele uren al uitslag en bij bevestiging zal de huisarts je blaasontsteking behandelen met een antibiotica kuurtje, dit kan geen kwaad voor je zwangerschap.
Note: Een oud truukje om een beginnende blaasontsteking in te dammen is door een paar dagen heel veel water te drinken en daarbij een hoge dosis vitamine C te gebruiken. Door de vit C wordt de urine een stuk zuurder en dat zure milieu vinden veel bacteriën niet echt prettig.
Bloedarmoede
Als jij je gedurende een langere tijd erg moe en slap voelt kan dit behalve door een lage zwangerschapsbloeddruk ook komen door bloedarmoede ook wel anaemie genoemd. De meest voorkomende oorzaak van bloedarmoede is een ijzertekort.
Tijdens je eerste bezoek in het begin van je zwangerschap laten we je bloed controleren op een aantal ziekten en aandoeningen. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het vaststellen van het hemoglobinegehalte van je bloed. Dit zal later in de zwangerschap worden herhaald.
Hemoglobine is het pigment (= kleurstof) van je rode bloedlichaampjes. Dit pigment zorgt voor het transport van zuurstof van je longen naar alle organen en weefsels. Deze stof hemoglobine bestaat voor een groot deel uit ijzer.
Om je hemoglobinegehalte vast te stellen wordt er gekeken hoeveel rode bloedlichaampjes er in je bloed zitten. Bij een te laag hemoglobinegehalte heb je dus last van bloedarmoede. Er is dan te weinig hemoglobine in je bloed aanwezig om het zuurstof naar al je cellen te vervoeren.
De kans dat je tijdens je zwangerschap bloedarmoede krijgt is groter dan normaal omdat je veel extra bloed aanmaakt. Daarvoor heb je extra ijzer nodig. Bovendien wordt er door de baby ook veel ijzer uit je bloed gehaald. Je baby heeft dit ijzer nodig voor de aanmaak van zijn eigen bloed..
Als je een bloedarmoede ontwikkeld voel jij je waarschijnlijk vaak snel moe en duizelig. Je voelt je lusteloos en hebt nergens zin in of energie voor. Wanneer we ontdekken dat je hemoglobinegehalte te laag is en je dus een bloedarmoede hebt, zullen we je staalpillen voorschrijven.
Staalpillen kun je het best een half uur voor of een uur na het ontbijt innemen met sinaasappelsap. Neem ze niet in met melk of melkproducten, want deze zorgen ervoor dat het ijzer moeilijker in je bloed wordt opgenomen. Een vervelende bijwerking van sommige staalpillen kan zijn dat ze verstopping kunnen veroorzaken of verergeren dus drink gedurende de dag voldoende...
Je kunt een ijzertekort in je bloed ook zelf proberen te voorkomen door ervoor te zorgen dat je met je eten genoeg ijzer binnenkrijgt. Vooral vlees bevat veel ijzer dat snel in het bloed kan worden opgenomen. Als je vegetariër bent, heb je dan ook een iets grotere kans om bloedarmoede te krijgen tijdens je zwangerschap.
Let er dus op dat je met ijzerrijk voedsel alleen kunt voorkomen dat je bloedarmoede krijgt. Als je eenmaal bloedarmoede hebt gaat dat niet direct weg als je veel ijzer eet. Daarom is het belangrijk om het niet zover te laten komen en vanaf het begin van je zwangerschap goed te letten op wat je eet en ijzerrijke voeding te gebruiken.
De aanstaande vader
De onderwerpen zwangerschap, bevallingen en baby's worden meestal in eerste instantie geassocieerd met vrouwen. Het is tegenwoordig een al lang achterhaald cliché dat de man alleen maar in het begin van het verhaal voor komt en dat zijn rol is uitgespeeld zodra hij zijn taak heeft gedaan en zijn vrouw zwanger heeft gemaakt. Hier denken we gelukkig tegenwoordig anders over.
De meeste aanstaande vaders zijn anno de eenentwintigste eeuw heel nauw betrokken bij de zwangerschap en de geboorte van hun kinderen. Ook zij hebben allerlei vragen over dit onderwerp die ze graag beantwoord zouden zien. De aanstaande vaders worden bovendien, net zo goed als hun zwangere vrouwen, soms overweldigd door al die emoties die ze een plekje moeten geven in hun belevingswereld.
Terwijl zwangere vrouwen hun toevlucht kunnen nemen tot een groot aantal verschillende informatiebronnen en vertrouwenspersonen zijn er voor de aanstaande vader relatief weinig plaatsen waar hij terecht kan met zijn twijfels en vragen. Daarom hebben wij getracht hier toch maar een hoofdstukje aan te wijden.
Twijfels, onzekerheid en angst
Het idee dat je over een x-aantal maanden vader zult worden is misschien niet voor iedereen altijd even aanlokkelijk. Zelfs niet wanneer je volledig bewust voor een kind hebt gekozen. Nu het ineens een vaststaand feit is geworden en het moment waarop jullie baby geboren gaat worden steeds dichterbij komt, kan het best zo zijn dat je het een beetje benauwd begint te krijgen.
Tijdens de zwangerschap van hun vrouw krijgen sommige mannen op een bepaald moment te maken met negatieve emoties. Net als sommige zwangere vrouwen overigens. Dat betekent nu natuurlijk niet meteen dat het een verkeerde beslissing is geweest om voor een kind te kiezen en het zegt evenmin iets over je geschiktheid als vader. Het is alleen een kwestie van leren hoe je met deze emoties kunt omgaan.
Alvorens te leren er mee om te gaan zul je die emoties eerst moeten herkennen. We hebben enkele voorbeelden van dergelijke negatieve emoties op een rijtje gezet:
Bedenk dan dat de meeste mannen even moeten wennen aan de gedachte dat ze vader zullen worden. Bij de één duurt dit alleen wat langer dan bij de ander. Wees niet bang dat het in jouw geval niet meer overgaat. Wanneer jij jezelf rustig de tijd gunt om aan het idee te wennen, zul je merken dat het vanzelf beter gaat.
Mocht je wat van die negatieve emoties herkennen, troost je vele mannen hebben ze. Ze komen namelijk voort uit onzekerheid: je kunt je niet precies voorstellen wat je allemaal te wachten staat. Wat zal er allemaal gebeuren de komende negen maanden en hoe moet het daarna? Krijgen we wel een gezond kind? Daarnaast maak jij je misschien wel zorgen over de gezondheid van je vrouw en je kind. Zal alles wel goed gaan tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling? Onzekerheid is in deze de grootste boosdoener.
Je kunt een groot deel van deze angsten en onzekerheden wegnemen door je te verdiepen in het onderwerp. Lees eens een boek over zwanger zijn, de bevalling of over borstvoeding of lees gewoon hier op deze site verder. Praat met mannen in je omgeving die al vader zijn en bekijk een film van een bevalling. Mocht je denken daar kan ik niet tegen, in het hoofdstuk de bevalling kun je een animatiefilm van de bevalling bekijken. Indien je vrouw een zwangerschapscursus volgt zou je een paar keer met haar mee kunnen gaan.
Ook is het mogelijk dat je last krijgt van negatieve emoties gericht op je vrouw. Haar veranderende hormoonspiegel kan ervoor zorgen dat ze last heeft van sterk wisselende stemmingen. Het is niet altijd even makkelijk om die buien gewoon over je heen te laten komen en steeds je geduld te moeten bewaren. Toch is dat vaak de beste methode. Als je geïrriteerd reageert is de kans groot dat je het alleen maar erger maakt.
Tel op die momenten rustig tot tien en bedenk dat deze buien vaak alleen in het begin van de zwangerschap voorkomen. Meestal gaat het na enkel maanden al weer een stuk beter. Maar dat geldt voor meer problemen waarmee je de eerste maanden kunt worden geconfronteerd. De ochtendmisselijkheid van je vrouw of haar gebrek aan zin om te vrijen. Ze verdwijnen in de meeste gevallen rond de zestiende week van de zwangerschap.
Misschien is het niet je vrouw die minder wil vrijen dan normaal maar merk je dat je er zelf toch problemen mee hebt. Het kan zijn dat je bang bent om je baby te beschadigen. In dat geval kun we je gerust stellen. De baby zit erg veilig opgeborgen in de baarmoeder en beschermd door het vruchtwater want water is namelijk niet samen te persen. Vrijen tijdens de zwangerschap kan dan ook geen kwaad. We raden het dan ook alleen af bij ruim bloedverlies of als de vliezen zijn gebroken.
Sommige mannen krijgen als hun vrouw zwanger is last van jaloerse gevoelens. Zij is degene die voortdurend in het middelpunt van de aandacht staat terwijl jij als aanstaande vader het gevoel krijgt dat je er maar een beetje bij hangt. Bovendien is zij degene die de baby in haar lichaam draagt en negen maanden lang de tijd heeft er een band mee op te bouwen.
In zulke gevallen helpt het meestal om hier met je vrouw over te praten. Samen kunnen jullie er dan voor zorgen dat de hoeveelheid aandacht een beetje beter tussen jullie wordt verdeeld. Het helpt ook om gewoon wat aandacht voor jezelf op te eisen en een avondje te gaan doen wat jij leuk vindt. Het is goed mogelijk dat je vrouw zich helemaal niet bewust was van jouw gevoelens en dat alleen het aankaarten van het probleem al voldoende is om ze uit de wereld te helpen.
Een band met je baby bouw je op door jezelf zoveel mogelijk bij alle onderdelen van de zwangerschap te betrekken. Kom bijv. af en toe mee naar onze controles of ga met je vrouw mee als de eerste echo wordt gemaakt. Je kunt je kind bovendien al voor de geboorte laten wennen aan jouw stem door tegen de baby te praten. Vooral de lage tonen in een mannenstem worden goed geleid door het vruchtwater.
Als de eerste maanden van de zwangerschap voorbij zijn en je een beetje bent gewend aan de nieuwe situatie wordt het ten slotte tijd om echt te gaan genieten van het feit dat je vader zult worden van een klein, maar uniek nieuw mensje! Zet al je zorgen, twijfels en angsten opzij en geef je over aan dit op handen zijnde wonder. Je zult merken dat het ook voor jouw een overweldigende ervaring zal zijn.
Samen zwanger zijn
Als trotse aanstaande vader wil je er misschien alles aan doen om de zwangerschap van je vrouw net zo intensief te beleven als zij. Wat zij echter op jou voor heeft, is dat de baby in haar lichaam groeit en direct invloed uitoefent op hoe zij dat beleeft. Maar het is niet voor niets dat men tegenwoordig zegt dat je samen zwanger bent. Ook voor een aanstaande vader is het ontstaan en de ontwikkeling van eigen kindje, zeker als het de eerste is, een indrukwekkende gebeurtenis die bij veel aanstaande vaders een onuitwisbare indruk na laat.
Er zijn soms zelfs mannen die zich zo verbonden voelen met hun vrouw en haar zwangerschap dat ze dezelfde fysieke zwangerschapsverschijnselen gaan vertonen als zij. Zo kan je ook als man last krijgen van overgeven en ochtendmisselijkheid, gewichtstoename, wisselende emotionele buien, duizeligheid en pijn in je onderbuik. Voorheen werd dit altijd afgedaan als een psychische gebeuren. De man zou zich dermate identificeren met zijn vrouw dat zijn lichaam haar zwangerschapsperikelen zou gaan imiteren.
Wetenschappelijk onderzoek heeft ondertussen echter aangetoond dat deze verschijnselen wel degelijk ook een fysieke oorzaak hebben. Mannen blijken tijdens de zwangerschap van hun vrouw net als zij hormonale veranderingen te ondergaan die deze verschijnselen veroorzaken. Dit wordt wel het couvadesyndroom genoemd. Bij de ene man is dit echter sterker dan bij de andere. Deze hormonale veranderingen worden o.a. gestimuleerd door het gedrag en de feromonen (geurhormonen) van hun vrouw.
Deze situatie doet zich overigens maar bij een heel klein percentage van alle aanstaande vaders voor. Het betekent dus niet dat je minder betrokken bent bij de zwangerschap van je vrouw als je nergens last van hebt. Het hangt er volledig van af of je lichamelijk gevoelig bent voor deze prikkels. Het zegt dus helemaal niet dat je als man te weinig emotioneel en/of psychisch betrokken zou zijn bij de zwangerschap.
Je kunt er zelf van alles aan doen om je betrokkenheid bij de zwangerschap te
vergroten. Je kunt je in het onderwerp verdiepen en zoveel mogelijk informatie
verzamelen over zwangerschap en baby's bijv. door onze website eens door te
lezen. Zo weet je dan tenminste waar je vrouw het over heeft als ze praat over
striae (zie
zwangerschapsstrepen), stuwing of voorweeën. Bovendien krijg je dan een
idee wat je ongeveer kunt verwachten in de komende maanden voor en na de bevalling.
Deze informatie kun je ook vergaren door mee te komen als je vrouw bij ons op controle komt of door bijv. mee te gaan naar de lessen van een zwangerschapscursus. Mee komen naar de verloskundige controle is bovendien goed voor het versterken van de band met je baby en je vrouw. Het is vaak een heel emotionele gebeurtenis om voor het eerst het hartje van jullie kindje te horen kloppen of als je mee gaat naar de echografie het hartje te zien kloppen en zijn lijfje te zien bewegen.
De partneravonden op de zwangerschapscursus hebben dezelfde tweeledige functie. Ze geven je het gevoel dat je samen met je vrouw zwanger bent en je leert er om contact te maken met de baby. Verder leer je tijdens die lessen vaak een aantal technieken om je vrouw te ondersteunen met de ademhaling tijdens de bevalling. Daardoor kun je ook een actieve rol spelen bij het ter wereld brengen van jullie kindje.
Verder zijn er natuurlijk legio handelingen te bedenken om je vrouw bij te staan. Met name in de laatste maanden heeft ze het gewoon nodig om meer te rusten. Die gelegenheid krijgt ze als jij een groter deel van de normale (huishoudelijke) taken overneemt. Probeer echter niet te overdrijven: het is natuurlijk niet nodig om haar alles uit handen te nemen, zeker niet als ze aangeeft dat ze zelf ook nog wel wat wil en kan doen.
Emotionele steun is misschien nog wel belangrijker dan het overnemen van taken. Dat betekent niet alleen dat je een luisterend oor en een stevige schouder moet bieden wanneer je vrouw dat nodig heeft. Het houdt ook in dat je met haar praat over wat jou bezighoudt zodat zij ook weet wat er in jou omgaat. Zo kun je samen wederzijdse onzekerheden oplossen, elkaar steun en troost bieden, kortom, vrijwel alles doen wat er nodig is om ook tijdens de zwangerschap een hecht team te vormen.
Voor alle mannen die zich daarnaast geroepen voelen ook nog concrete actie te willen ondernemen en de armen uit de mouwen willen steken, is er natuurlijk nog de babykamer. Tijdens de zwangerschap zul je waarschijnlijk overvallen worden door een onverklaarbaar nesteldrang die je aanzet om te gaan schuren, zagen, timmeren en schilderen. Je komt pas tot rust als het behang op de muren zit, de kozijnen een frisse kleur hebben en het wiegje en de commode in elkaar gezet zijn.
Als je normaal niet zo'n klusser bent kan dit voor je vrouw een amusant gezicht zijn jou ineens zo fanatiek bezig te zien. Toch is het een heel nuttig instinct. Immers, het geeft je een goed en rustgevend gevoel om te weten dat alles klaar is als straks de baby zijn komst aankondigt. Je geeft daarmee als het ware aan dat je kind van harte welkom is. Verder is het natuurlijk dé manier om die negen maanden door te komen zonder af en toe het gevoel te hebben dat je tegen de muur op vliegt van de zenuwen.
Lees ook: De
rol van de aanstaande vader tijdens de bevalling.
Echoscopie tijdens de zwangerschap
Inleiding
Deze folder geeft algemene informatie over echoscopie tijdens de zwangerschap. Wij bespreken met jou waarom echoscopie geadviseerd wordt en wat de uitslag van het onderzoek is.
Wat is echoscopie?
Echoscopie is een techniek waarmee men organen in het lichaam zichtbaar maakt.
Een andere naam is ultrageluidonderzoek. Ultrageluid bestaat uit hoogfrequente golven die een transducer uitzendt. Het menselijk oor kan ze niet horen. De
inwendige organen kaatsen deze geluidsgolven terug en ze worden zichtbaar op een scherm, de monitor.
Er zijn twee soorten transducers. De ene maakt afbeeldingen via de buikwand; deze techniek noemt men uitwendige echoscopie. De andere is dun en lang-werpig en brengt men in de vagina voor een inwendige of vaginale echo.
Bij een verloskundige echo kijkt degene die het onderzoek doet naar het kind, de grootte van het kind, de placenta (moederkoek) en de hoeveelheid vruchtwater.
Hoe maakt men een echo?
Uitwendige echo
Bij een uitwendige echo ligt je op een onderzoeksbank. Je kunt je kleren aan-houden, maar maak wel je de onderbuik bloot. Om een goede geleiding van
de geluidsgolven te verkrijgen brengt men gel of olie op jouw buik aan.
Om een goed beeld te krijgen in het begin van de zwangerschap is het over het algemeen nodig dat je een volle blaas hebt. Dat hoeft meestal niet als de zwangerschap verder gevorderd is dan drie maanden.
Een uitwendige echo is niet pijnlijk. Wel wordt het drukken op de volle blaas vaak als onaangenaam ervaren. Als plat liggen onprettig is, vraag dan of je
wat meer rechtop kunt zitten.
Inwendige echo
Bij een inwendige echo ligt je op de gynaecologische stoel, die je misschien al kent van het inwendig onderzoek. Een andere mogelijkheid is een onderzoeksbank met een kussen onder je billen. Je doet je onderbroek uit.
Om de dunne transducer wordt een condoom gedaan. Daarop brengt men
vaak een glijmiddel aan om het inbrengen in de vagina te vergemakkelijken. Het inbrengen doet in principe meestal geen pijn. Een volle blaas is niet nodig, een lege blaas is zelfs beter.
Sommige vrouwen hebben moeite met een inwendige echo. Dat kan te maken hebben met vervelende seksuele ervaringen in het verleden of met een eerder pijnlijk gynaecologisch onderzoek.
Wat ook de reden mag zijn, bespreek het van tevoren met degene die het echoscopisch onderzoek doet zodat u samen naar een oplossing kunt zoeken. Misschien vindt je het onderzoek minder vervelend als je de transducer zelf inbrengt.
Wanneer maakt men een inwendige of een uitwendige echo?
In het begin van de zwangerschap geeft men vaak de voorkeur aan een echo via de vagina. Omdat het uiteinde van de transducer op deze manier dichter
bij de baarmoeder komt dan bij een uitwendige echo, ontstaat een beter beeld. Een jonge zwangerschap is dan duidelijker zichtbaar. Je blaas moet bij de inwendige echo leeg zijn. Na de eerste drie maanden van de zwangerschap maakt men de echo uitwendig via de buikwand, tenzij er speciale redenen zijn om een inwendige echo te maken.
Bloedverlies is medisch gezien niet bezwaarlijk voor een inwendige echo.
Hoe vaak wordt een echo verricht?
Wij adviseren om na de 1ste controle een echoscopisch onderzoek te laten verrichten om te kijken of alles in orde is, hoe groot de baby (dus of de
termijn van jouw zwangerschapsduur klopt), het hartje klopt en of het er maar een is. Bij onzekerheid over de duur van de zwangerschap, is één echo meestal voldoende.
De tweede echo is in principe rond de 22 weken indien je deze wenst: de seo, Dit is de zg. screenings echografisch onderzoek om te kijken of er geen lichamelijke afwijkingen zichtbaar zijn (zie folder Prenatale screening).
Eventuele volgende echo's vinden dan alleen nog plaats als daar een reden voor is. Bijv. bij afwijkingen in het verloop van de zwangerschap, zoals een
kind dat aan de kleine kant is voor de duur van de zwangerschap, maken we regelmatig een echo om de groei te volgen. Of controle van de ligging van je
kind of placenta kan een extra reden zijn. Ook bij een meerlingzwangerschap is het gebruikelijk vaker een echo te maken.
Wie maakt de echo? Hoe krijgt u de uitslag?
De echo wordt gemaakt door een echoscopist, verloskundige, gynaecoloog of assistent-gynaecoloog.
Meestal kunt je het echo-onderzoek zelf op het beeldscherm volgen. Degene die de echo maakt, kan tijdens het onderzoek uitleg van de beelden geven.
Het is daarom ook mogelijk dat de echoscopist al tijdens het onderzoek de uitslag bespreekt. Wilt u dat niet, dan kunt u dit kenbaar maken.
Maar normaliter geeft de echoscopist de uitslag door aan ons en wij bespreken die met jou op het spreekuur.
Waarom wordt de echoscopie verricht?
In het begin van de zwangerschap:
In het begin van de zwangerschap kan men met echo-onderzoek:
Later in de zwangerschap
Later in de zwangerschap kan de echo op een aantal andere vragen een antwoord geven zoals:
Wat kan men niet zien met een verloskundige
echo?
Bij een de vroege echo in de zwangerschap bekijkt men globaal naar het kind. Meestal beoordeelt men het hoofd en de romp. Dit betekent dat op dat moment evt. grote afwijkingen van het kind doorgaans wel gezien worden.
Niet alle afwijkingen zijn echter zichtbaar: zo bekijkt men bijvoorbeeld niet als routine of het kind een hazenlip heeft. Men ziet niet alle eventueel aangeboren hartafwijkingen. Niet goed aaneengesloten wervels van de rug kunnen eveneens gemist worden. Ook bij de latere echo op indicatie (bijv. ligging) wordt globaal gekeken.
Alleen bij de SEO (Screenings Echo Onderzoek) wordt uitgebreid gekeken naar het hoofdje, lichaampje, ledematen en organen, echter ook dan is niet alles zichtbaar te maken en kan er iets gemist worden.
Met andere woorden: een echo is nooit een garantie voor een gezond kind of een kind zonder aangeboren afwijkingen!
Doppler onderzoek
Tijdens het echo-onderzoek wordt soms een doppler-onderzoek verricht. Daarbij meet men de bloeddoorstroming in de navelstreng. Het onderzoek
geeft informatie over het functioneren van de placenta. Het wordt alleen, en ook niet altijd, uitgevoerd als er een goede reden voor is, bijvoorbeeld
groeivertraging van het kind of een ernstige vorm van hoge bloeddruk.
Risico's van een echoscopisch onderzoek
Men past echoscopie al meer dan vijfentwintig jaar op grote schaal toe. Tot nu toe zijn in de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek geen nadelige gevolgen of schadelijke effecten naar voren gekomen. Wel zijn een enkele keer effecten als minimale groeivertraging en iets meer linkshandigheid bij het kind gezien maar echte bewijzen zijn daar niet voor.
Maar een garantie dat onbekende ongewenste effecten dan ook nooit zullen optreden is echter niet te geven. Daarom is het verstandig om voorzichtig te
zijn en echoscopie niet zomaar te gebruiken omdat het 'zo leuk' is. Voor de zekerheid raadt men aan alleen een echo te maken als deze nuttige informatie oplevert. Dus laat ook niet te vaak een Pretecho maken omdat het zo leuk is.
Een echo kan echt geen miskraam veroorzaken. Ook bij bloedverlies kan een vaginale echo geen kwaad. Maar een risico dat vaak vergeten wordt, is dat een echo wel eens onverwachte zaken aan het licht kan brengen.
Het is dan een grote schok te horen dat jullie kind mogelijk een afwijking heeft. Aan de ene kant geeft dit je de gelegenheid om je emotioneel voor te bereiden op de geboorte van een kind met een afwijking, maar aan de andere kant betekent het ook vaak veel zorgen en soms onzekerheid in de rest van de zwangerschap. Alleen bij zeer ernstige afwijkingen kan (dit op jouw verzoek) worden overwogen de zwangerschap af te breken.
Gelukkig worden de meeste kinderen zonder afwijkingen geboren. De kans dat jullie met zo'n onverwachte uitslag te maken krijgt, is dan ook klein. De ervaring leert dat de meeste zwangere vrouwen toch zoveel mogelijk informatie willen hebben over het bestaan van eventuele afwijkingen.
Mocht je hierover niet geïnformeerd willen worden, dan is het verstandig dit voor het echoscopisch onderzoek duidelijk kenbaar te maken.
Een laatste risico van een echo is het veroorzaken van onterechte ongerustheid: soms wordt er iets verkeerd opgemeten, soms lijkt er een afwijking te bestaan die later niet teruggevonden wordt of die niets te betekenen heeft. Dit komt gelukkig niet vaak voor.
Heeft u nog vragen?
Aarzel niet uw vragen te bespreken met ons. Wij zijn altijd bereid een en ander nader toe te lichten.
Infectie(kinder)ziekten en de risico's in de zwangerschap
Inleiding
De meeste kinderziekten worden veroorzaakt door een virus. Van de hier beschreven kinderziekten wordt alleen roodvonk veroorzaakt door een bacterie. Een bacteriële infectie kan bestreden worden met medicijnen.
Tegen virale infecties bestaan geen geneesmiddelen, afweer ontstaat door inentingen of door het krijgen van de ziekte kan afweer tegen betreffende virale infecties worden opgebouwd. Voor sommige virussen bouw je een levenslange afweer op, die kun je dus maar één keer krijgen. Andere virusinfecties kun je wel vaker krijgen maar dan in een minder sterke mate.
Voor iedere kinderziekte wordt hier beschreven wat de symptomen zijn, hoe lang het duurt voordat de ziekte zich uit als je besmet bent (incubatietijd) en wat je moet doen als je als zwangere vrouw in contact bent geweest met iemand die een kinderziekte heeft. De kans dat je als zwangere vrouw een infectieziekte krijgt, is even groot dan buiten de zwangerschap. Wel is het genezen van een infectieziekte in de zwangerschap wat problematischer omdat bij veel infecties niet alleen de moeder, maar ook de baby wordt getroffen.
De volgende kinderziekten zullen we beschrijven:
* Waterpokken (Varicella)
* Rode hond (Rubella)
* Vijfde ziekte (Parvo)
* Zesde ziekte (Roseola)
* Mazelen (Morbilli of Rubeola)
* Bof (Parotitis epidemica)
* Roodvonk (Scarlatina)
Waterpokken (Varicella)
Symptomen
Waterpokken komt voornamelijk voor in de winter en de vroege lente.
De symptomen bij kinderen zijn meestal milder dan bij volwassenen:
* huiduitslag op romp die zich verplaatst naar het gezicht en hoofdhuid. De uitslag worden later zichtbare blaasjes die jeuken.
* koorts
* hoofdpijn
* op verkoudheid gelijkende verschijnselen
Volwassenen kunnen naast bovenstaande nog de volgende klachten hebben:
* zware hoofdpijn
* erge rugpijn
* pijn over het hele lichaam

Een waterpok, het blaasje is ca. 1 mm.

Waterpokken
Incubatietijd
Na een besmetting duurt het ongeveer 2 tot 3 weken totdat de eerste ziekteverschijnselen zich aandienen. Waterpokken zijn 5 dagen voor de huiduitslag tot maximaal 6 dagen na de eerste huiduitslag besmettelijk.
Het virus wordt overgedragen door druppeltjes in de lucht (aanhoesten en lichamelijk contact). Na een prodromale fase van wat koorts en op verkoudheid gelijkende verschijnselen die een paar dagen duren, verschijnen eerst kleine rode plekjes, die na ca. een dag overgaan in kleine met vocht gevulde blaasjes op een rode ondergrond, overal op het lichaam, vaak het eerst in de nek. Het aantal kan variëren van minder dan tien tot honderden. Na ongeveer een week zijn de meeste blaasjes ook weer verdwenen; wat rest is een enkel ondiep putje, vooral daar waar een bultje door een bacterie geïnfecteerd is geraakt, bijvoorbeeld als gevolg van openkrabben. Om de kans op littekens zo klein mogelijk te maken kan de heftige jeuk enigszins onderdrukt wordt door mentholtalkpoeder op de waterpokken te strooien.
Behandeling
Waterpokken wordt veroorzaakt door het varicella zoster-virus. Dit virus behoort tot de herpes-familie (een virus dat nauw verwant is aan de verwekker van de koortslip en genitale herpes).
Omdat waterpokken dus wordt veroorzaakt door een virus is hier geen geneesmiddel tegen. Bij hoge koorts kan er een koortswerend middel (paracetamol) worden gegeven. Zeker voor een zwangere vrouw is het belangrijk om de koorts te verlagen. Hoge koorts kan nl. soms weeën opwekken en is niet prettig voor de baby.
Ben ik beschermd?
Verreweg het grootste deel van de bevolking heeft antistoffen tegen het waterpokkenvirus aangemaakt als de leeftijd van 15 jaar is bereikt: 90 % wereldwijd en meer dan 95% in de westerse wereld.
Waterpokken krijg je maar één keer in je leven en na het te hebben meegemaakt blijf je levenslang immuun. Van de volwassenen die nooit waterpokken hebben gehad, weten we dat 80% toch immuun is.
Ben je als zwangere vrouw in contact geweest met iemand die waterpokken heeft, vraag dan je ouders (indien mogelijk) of je zelf waterpokken hebt gehad. Is dit niet zo, neem dan zo snel mogelijk contact op met je verloskundige (zie ook wat te doen als je onvoldoende beschermd bent).
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
Je kunt maar één keer waterpokken krijgen in je leven. Heb je het ooit gehad, dan is er geen enkel risico voor jezelf of voor de baby. Ook als je nooit waterpokken hebt gehad, is de kans dat je immuun bent 80%. Mocht je tijdens de zwangerschap toch waterpokken krijgen, dan is het afhankelijk van hoever je zwanger bent wat de risico's zijn voor je baby. Voor jezelf geldt dat je wat zieker zult zijn dan een kind met waterpokken. Ook kun je hoge koorts krijgen. Als dat zo is, dan is het belangrijk de koorts te temperen omdat koorts weeën op kan wekken en zo kan zorgen voor een vroeggeboorte. In een enkel geval kan er als complicatie een pneumonie optreden.
Besmetting voor de 16e week van de zwangerschap
Als een zwangere voor het eerst waterpokken krijgt in de eerste zestien weken van haar zwangerschap dan kunnen er ernstige afwijkingen bij het kind ontstaan. Bekende afwijkingen door een eerste infectie met waterpokken zijn: te kleine ledematen, oogafwijkingen, klompvoeten, spierverschrompeling, hersenafwijkingen, groeiachterstand en zelfs vruchtdood. Als je voor de 16e week waterpokken krijgt, zullen wij in ieder geval tussen de 20 en 22 weken een uitgebreide echo laten maken om te onderzoeken of de baby geen schade heeft ondervonden van de infectie.
Besmetting na de 16e week en ruim voor de bevalling
In deze periode zal een eerste waterpokkeninfectie van de moeder geen blijvende schade veroorzaken bij het kind. De baby kan in de baarmoeder wel waterpokken ontwikkelen maar houdt hier geen restverschijnselen aan over. De hoge koorts bij de moeder kan wel schadelijk zijn en evt. voor een vroeggeboorte zorgen, deze moet dus zo snel mogelijk worden getemperd.
Besmetting 5 dagen voor de bevalling tot 2 dagen na de geboorte
Indien waterpokken bij jou helemaal aan het eind van de zwangerschap optreedt, 5 dagen voor de bevalling tot 2 dagen na de geboorte, is er grote kans dat je baby wordt besmet tijdens of vlak na de geboorte. De pas geboren baby kan dan immers niet profiteren van de op dat moment nog niet aangemaakte antistoffen van de moeder.
Het herpesvirus kan de pasgeborene zeer ernstig ziek maken, in 30% van de gevallen zelfs leiden tot de dood.
Als je voor het eerst waterpokken krijgt en je bent dicht bij de uitgerekende datum, dan is het mogelijk om je varicella-zoster immunoglobuline (ZIG) te geven. Deze antistoffen passeren de placenta en beschermen het kind zo al voor de geboorte tegen waterpokken na de geboorte.
Heb je waterpokken tijdens de bevalling of net na de geboorte van je kind, dan moet de baby varicella zoster immunoglobuline ingespoten krijgen binnen 72 uur. Vaak kan hiermee voorkomen worden dat het kind ziek wordt of in ieder geval de ziekte matigen.
Rode hond (rubella)
Symptomen
Kinderen zijn vaak niet echt ziek van rode hond. De lymfeklieren achter de oren en in de nek zijn vergroot, het kind is licht verkouden. Heel soms is er sprake van koorts. Ongeveer 24 uur na het ziek worden ontstaan er rode vlekken op het gezicht, die zich snel verspreiden over de romp en ledematen. De vlekjes verdwijnen vanzelf weer, meestal na 2 dagen. Een volwassene heeft meer klachten: naast de rode vlekken, die meestal 3 dagen duren, komt hoofdpijn, algeheel ziek voelen, hoesten, oogontsteking en gewrichtsklachten voor.
Incubatietijd
De incubatietijd (dus de periode tussen besmetting en ziek worden) is tussen de 2 en 3 weken. Rode hond is besmettelijk vanaf 5 dagen vóór de huiduitslag tot 5 dagen na de huiduitslag.
Behandeling
Een ziek kind wordt niet behandeld, uitzieken is in dit geval het motto.
Ben ik beschermd?
Vanaf 1987 worden alle baby's ingeënt tegen rode hond. Na inenting ben je in principe levenslang beschermd tegen de ziekte. Het rubellavirus is teratogeen:
Het kan aangeboren afwijkingen veroorzaken. Om dit te voorkomen worden sinds 1974 alle meisje van 11 jaar en ouder ingeënt. Het bekendste voorbeeld van een dergelijke complicatie betreft prinses Christina die een oogafwijking opliep doordat haar moeder, koningin Juliana, tijdens haar zwangerschap besmet raakte met het virus. In principe zijn de meeste vrouwen die nu in
de vruchtbare leeftijd vallen dus ingeënt als zij hebben deelgenomen aan het inentingsprogramma.
Vrouwen die voor 1963 zijn geboren, kunnen eventueel niet zijn ingeënt. Vraag in dat geval bij je ouders na (indien mogelijk) of je ingeënt bent of de ziekte hebt gehad. Ook andere vrouwen die niet aan het inentingsprogramma hebben deelgenomen, moeten navragen of ze de ziekte hebben gehad.
Heb je de ziekte nooit gehad en ben je niet ingeënt, dan kan de ziekte zeer gevaarlijk zijn in de eerste 16 weken van de zwangerschap.
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
Voor de zwangere vrouw zelf is er geen risico verbonden aan een besmetting met rode hond. Voor de ongeboren vrucht des te meer als het gaat om een eerste infectie. Heb je de ziekte dus nooit gehad en ben je niet ingeënt, realiseer je dan wel dat rode hond ernstige afwijkingen kan geven, vooral in de eerste zestien weken van je zwangerschap.
Een primaire infectie (eerste keer dat je besmet wordt met rode hond) bij zwangere vrouwen geeft een infectie van de placenta waardoor het virus in
de bloedcirculatie van de baby kan komen.
De volgende afwijkingen kunnen voorkomen:
* een laag geboortegewicht of zelfs vruchtdood
* oogafwijkingen
* doofheid
* hartafwijkingen
* botafwijkingen
* geestelijke achterstand
* longontsteking
* leverafwijkingen
* afwijkingen aan het bloed
Bij een eerste infectie is het risico van beschadiging van de vrucht het grootst vroeg in de zwangerschap:
* 1 tot 4 weken zwangerschap, het risico is 80%;
* 4 tot 8 weken zwangerschap, het risico is 40%;
* 8 tot 12 weken zwangerschap, het risico is 20%;
* 12 tot 16 weken zwangerschap, het risico is 10%;
* na 16 weken is de kans heel klein.
Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Rode hond komt niet zo vaak meer voor omdat dus bijna alle kinderen ertegen ingeënt worden. Leef je in een gemeenschap waar geen inentingen plaatsvinden, mijdt dan contact met kinderen als er gevallen van rode hond gemeld worden. Rode hond is matig besmettelijk. Om besmet te worden moet je echt in dezelfde ruimte hebben verbleven als het kind met rode hond.
Is bovenstaande het geval en ben je in contact geweest met het kind gedurende de besmettelijke periode EN ben je minder dan 17 weken zwanger, neem dan zo snel mogelijk contact op met ons. Wij zullen dan je bloed laten onderzoeken om te beoordelen of je daadwerkelijk besmet bent. Mocht blijken dat dit zo is, dan kan er immunoglobuline gegeven worden. Maar helaas weten we dat ook het geven van rode hond immunoglobuline niet met zekerheid wil zeggen dat er geen besmetting van het kind zal plaatsvinden. Bij een zwangerschap jonger dan 16 weken dient een abortus overwogen te worden, gezien de ernst van de afwijkingen die bij de foetus kunnen optreden.
Weet je dat je niet bent ingeënt en de ziekte nooit hebt gehad, laat je dan eerst inenten voor je zwanger wordt. Bemerken we bij het bloedonderzoek
bij de eerste controle dat je niet beschermt bent, zullen we je adviseren dit inenten zo snel mogelijk na de bevalling te laten doen, dus voor de volgende zwangerschap.
Vijfde ziekte (Parvo)
Symptomen
De vijfde ziekte die ook wel aangeduid wordt als erythema infectiosum en komt het vaakst voor in het vroege voorjaar of in de zomer bij kinderen in
de leeftijd van 4 tot 10 jaar. Er zijn rode wangen met rozerode vlekjes, de vlekjes breiden zich uit over de romp en ledematen. Uiteindelijk worden de vlekjes samengevoegd tot grotere vlekken. Meestal zijn deze kinderen niet
erg ziek, er is meestal geen koorts, soms wel jeuk. Bij volwassenen zijn de ziekteverschijnselen wat heviger.

De vijfde ziekte
Incubatietijd en wanneer besmettelijk?
De vijfde ziekte is niet erg besmettelijk, maar als je besmet wordt, duurt het circa twee weken voordat je zelf ziek wordt. De ziekte is besmettelijk in de week vóórdat de vlekjes optreden. Zodra de vlekjes zichtbaar zijn, is het niet besmettelijk meer.
Behandeling
De vijfde ziekte wordt veroorzaakt door het Parvo B 19-virus. De vijfde ziekte gaat vanzelf over, zonder restverschijnselen. Een kind is meestal niet erg ziek en kan gewoon naar school. Behandeling is niet mogelijk, evt. kan tegen de jeuk mentholtalkpoeder op de huid gedaan worden.
Ben ik beschermd?
Als je als kind de vijfde ziekte hebt gehad, kun je het nooit meer krijgen en ben je dus beschermd.
Er is geen inenting mogelijk tegen de vijfde ziekte. Ongeveer de helft van de vrouwen in de geslachtsrijpe leeftijd heeft de ziekte nooit meegemaakt en is dus niet beschermd.
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
Zoals al eerder genoemd is ongeveer de helft van de zwangere vrouwen niet beschermd tegen het Parvo B19-virus, wat de vijfde ziekte veroorzaakt. Als je tijdens de besmettelijke periode in contact komt met een kind die de vijfde ziekte heeft, is het risico van besmetting 6-20%. Bij een besmetting van een zwangere vrouw in de eerste helft van de zwangerschap, is het risico dat het kind besmet wordt 30%. Bij een zeer jonge zwangerschap zal dit vaak een miskraam tot gevolg hebben. Bij besmetting later in de zwangerschap wordt vooral de bloedaanmaak verstoord, er ontstaat een verhoogde bloedafbraak bij de baby. Hierdoor treedt een ernstige vorm van bloedarmoede op en gaat het hart minder goed werken. Dit kan als gevolg hebben dat er vochtophoping gaat plaatsvinden bij de baby (hydrops foetalis). Als dit niet wordt of kan worden behandeld volgt het overlijden van de baby. Onder alle geïnfecteerde zwangeren (ongeacht de duur van de zwangerschap) wordt een foetale sterfte van 9% gezien, in het tweede trimester (13 tot 26 weken) wordt een duidelijk verhoogd risico op foetale sterfte gezien.
Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Ongeveer de helft van de zwangere vrouwen is niet beschermd tegen de vijfde ziekte,en er is ook geen vaccin beschikbaar. De ziekte is besmettelijk nog vóórdat er huiduitslag optreedt. Mocht je horen dat de vijfde ziekte voorkomt, mijdt dan contact met kinderen in de leeftijd van 4 tot 10 jaar, die in contact zijn geweest met een kind met de vijfde ziekte. Kom je er toch mee in contact, dan is het risico dat je zelf besmet raakt 6-20%. Krijg je zelf na dit contact huiduitslag of gewrichtspijn, neem dan contact op met ons. Er zal een verwijzing plaatsvinden naar de gynaecoloog of een virologisch laboratorium voor nader onderzoek. Soms is het mogelijk om de baby te behandelen door intra-uterien (in de baarmoeder) bloedtransfusies te geven als mocht blijken dat het kind besmet is en er een verhoogde bloedafbraak plaatsvindt. Of en hoe behandeling mogelijk is, is afhankelijk van de zwangerschapsduur en de ernst van de complicaties.
Zesde ziekte (Roseola)
Symptomen
De Zesde ziekte, ook wel driedaagse koorts genoemd, is een kinderziekte die niet helemaal zo onschuldig is als de vijfde ziekte, maar toch nog vrij ongevaarlijk. De Latijnse benaming is exanthema subitum of roseola infantum. De ziekte wordt veroorzaakt door het humaan herpes virus type 6, een virus dat nauw verwant is aan de verwekker van de koortslip en van genitale herpes. In tegenstelling tot deze virussen geeft deze verwekker van de zesde ziekte geen terugkerende problematiek.
De zesde ziekte komt eigenlijk alleen bij kinderen tussen de 6 maanden en 3 jaar voor. Er treedt plotseling hoge koorts op, soms zijn de klieren achter de oren en in de hals opgezet. Na een dag of drie tot 5 daalt de koorts ineens en ontstaan er kleine lichtrode vlekjes, het eerst in het gezicht, later ook op de romp. Er is geen jeuk. De vlekjes verdwijnen na ongeveer 2 dagen.
Incubatietijd en wanneer besmettelijk
De incubatietijd is enkele dagen, we weten niet precies wanneer de ziekte besmettelijk is. Wel weten we dat het alleen voorkomt bij kinderen tussen 6 maanden en 3 jaar. Voor de zwangere vrouw is er dus geen reden om kinderen met de zesde ziekte te mijden.
Behandeling
Ook de zesde ziekte wordt veroorzaakt door een virus. Er is geen behandeling nodig. De koorts zakt vanzelf en hoeft niet bestreden te worden. Heeft een kind hoge koorts of voelt het zich erg ziek, dan kan een paracetamol gegeven worden. Let wel op dat een kind met hoge koorts veel drinkt, uitdroging kan gemakkelijk optreden.
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
Zoals eerder aangegeven komt de ziekte alleen bij jonge kinderen voor. Voor de zwangere vrouw en of haar foetus zijn er dus geen risico's.
Mazelen (Morbilli of Rubeola)
Symptomen
Mazelen is een kinderziekte die veroorzaakt wordt door het morbillivirus en komt het meest voor bij kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar en bij jong volwassenen. De symptomen lijken op die van een flinke verkoudheid: hoesten, niezen, ontstoken ogen, zere keel en hoge koorts. Ook neusbloeden, misselijkheid en diarree komen voor. Na ongeveer 3 dagen daalt de koorts en verschijnen er kleine witte vlekjes in de mond. Na ongeveer 4 tot 5 dagen ontstaat de huiduitslag, eerst zijn dit kleine, iets opgezette, rode vlekjes op het voorhoofd en achter de oren. De vlekjes verspreiden zich over het hele lichaam, behalve de armen en benen. De vlekjes worden ook groter. Na ongeveer 6 dagen nemen de vlekken af en na ongeveer een week is het ziek zijn over.
Ernstige complicaties van de mazelen zijn middenoorontsteking, longontsteking en hersenvliesontsteking. Mazelen kan dodelijk verlopen.
Er is geen behandeling voor deze ziekte. De ergste symptomen treden bij kinderen onder de 5 jaar en volwassenen boven de 20 jaar op.
Longontsteking komt vooral bij volwassenen vaker voor als complicatie.
Incubatietijd en wanneer besmettelijk?
De incubatietijd (moment van besmetting tot het moment van ziek worden) is 8 tot 14 dagen.
Mazelen zijn besmettelijk van 6 dagen voor tot ongeveer één week na het verschijnen van de huiduitslag.
Behandeling
Omdat mazelen gepaard kunnen gaan met hoge koorts is het belangrijk de koorts onder controle te houden. Hiervoor is paracetamol het aangewezen medicijn. Daarnaast is het belangrijk een kind met hoge koorts veel te laten drinken. Een verdere behandeling is niet nodig. Let wel op veranderingen bij het kind. Oor-, long- of hersenontstekingen kunnen als complicaties optreden. Treden er veranderingen op in het verloop van de ziekte, wordt uw kind zieker in plaats van beter, neem dan direct contact op met je huisarts. Vooral voor kinderen onder de 3 jaar verloopt de ziekte vaak ernstiger.
Ben ik beschermd?
Vaccinatie tegen mazelen is opgenomen in het vaccinatieschema. Als je als kind hebt deelgenomen aan het vaccinatieprogramma dan ben je dus beschermd tegen de mazelen. Ben je niet ingeënt, dan is er een kleine kans dat je besmet wordt als je in contact komt met een kind met mazelen.
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
De ziekte verloopt bij een volwassene vaak ernstiger dan bij een kind. Vooral de koorts kan hoog zijn. Hoge koorts kan weeën (en dus eventueel
een vroeggeboorte) opwekken. Het is dus zaak de koorts te temperen. Naast bovenbeschreven risico komen er als complicaties longontsteking en hartfalen voor. Belangrijk is dus om bij de eerste tekenen van de ziekte de huisarts te raadplegen om te proberen de complicaties te voorkomen en
hoge koorts te temperen.
Of de mazelen afwijkingen bij de baby veroorzaakt is vooralsnog niet bekend. Komt er mazelen voor rondom de geboorte van de baby, zorg dan
dat de baby niet in contact komt met deze personen. De baby heeft immers nog geen inentingen gehad en is niet beschermd (1ste BMR-vaccinatie bij 14 maanden). De ziekte verloopt bij een kleine baby vaak zeer ernstig en heeft
in een kwart van de gevallen zelfs de dood tot gevolg. Ook als je zelf mazelen hebt rondom de periode van de bevalling of net na de geboorte is het belangrijk om de baby te beschermen. Dit wordt gedaan door het kind te vaccineren met het immunoglobuline.
Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Ben je niet ingeënt en heb je de ziekte niet gehad, vermijd dan contact met kinderen met mazelen. Mazelen komen tegenwoordig niet zo vaak meer voor omdat bijna alle kinderen zijn ingeënt.
Ben je toch in contact geweest met een kind met mazelen, dan is ons advies om zo snel mogelijk het immuun serum globuline toegediend te krijgen. Dit ter voorkoming van ziek worden tijdens je zwangerschap. Neem dus zo snel mogelijk contact op met je huisarts als je in contact bent geweest met een kind dat mazelen heeft. De globuline wordt bij voorkeur binnen 72 uur na het contact gegeven, is het contact langer dan 7 dagen geleden dan is de globuline minder effectief.
Heb je zelf mazelen rond de periode van de bevalling, dan krijgt de baby uit voorzorg ook immuun serum globuline. Mazelen zijn zeer gevaarlijk voor pasgeboren baby's. Een kwart van deze kinderen overlijdt aan de complicaties zoals bijvoorbeeld een longontsteking.
Bof (Parotitis epidemica)
Symptomen
Bof veroorzaakt door het paramyxovirus, is een tamelijk onschuldige, aerogeen of via speeksel overgedragen, virale kinderziekte. Klinisch is de ontsteking (parotitis) van de bijoorspeekselklier, ook wel grote speekselklier genoemd (de glandula parotis)) te zien als een zwelling, letterlijk het meest
in het oog springend.
De symptomen van de bof zijn:
* koorts
* keelpijn
* hoofdpijn
* aangezichtspijn
* pijn bij kauwen
* zwelling van de slapen of kaak
* zwelling bij de kaakhoek
Complicaties die kunnen optreden (vooral bij volwassenen) zijn:
* meningitis (hersenvliesontsteking)
* encephalitis (ontsteking van het hersenweefsel)
* orchitis (zaadbalontsteking)
* oöphoritis (ontstekingen van de eierstokken)
* thyreoiditis (schildklierontsteking)
* pancreatitis (alvleesklierontsteking)
* gewrichtspijn
Note: Meningitis wordt in 0,4 tot 1% van de gevallen gezien, de andere complicaties zijn redelijk zeldzaam. De prognose van de complicaties is in de meeste gevallen gunstig. Na de kindertijd gaat een hoger percentage van de klinische gevallen met complicaties gepaard. Orchitis, bij 25% van de postpuberale mannen met bof, is gevreesd vanwege de vermeende kans op vruchtbaarheidsstoornissen. Maar onvruchtbaarheid is uiterst zeldzaam aangezien het doorgaans eenzijdige orchitis betreft; 1 op de 6 patiënten heeft bilaterale orchitis en zelfs dan leidt het zelden tot steriliteit. In grote surveys van steriele mannen komt bof ook nauwelijks als onderliggende oorzaak naar voren. Zowel bij artsen als publiek staat deze onterechte zorg toch vaak voorop en blijkt moeilijk te sussen.
Incubatietijd en wanneer besmettelijk
De incubatietijd (moment tussen besmetting en het werkelijk ziek worden) is tussen de 18 en 21 dagen. De bof is besmettelijk van 6 dagen vóór tot 9 dagen na het ontstaan van de zwellingen. Bof wordt overgedragen middels een druppelinfectie, dus door aanhoesten, lichamelijk contact e.d.
Behandeling
De bof wordt veroorzaakt door een virus dus antibiotica heeft geen zin. De behandeling bestaat uit pijnbestrijding, rusten en veel drinken.
Ben ik beschermd?
Ook de bofinenting is opgenomen in het vaccinatieprogramma voor kinderen. Je kunt de ziekte slechts éénmaal krijgen. De bof kwam het meest voor bij kinderen en jong volwassenen, maar sinds (bijna) alle kinderen worden ingeënt is het een zeldzame ziekte geworden. Ben je niet ingeënt en heb je
de ziekte niet gehad, dan ben je niet beschermd tegen de bof.
Risico's voor de zwangere vrouw en haar baby
Zoals bij de symptomen aangegeven verloopt de ziekte bij volwassenen vaak ernstiger dan bij kinderen. Treedt de bof op in de eerste drie maanden van de zwangerschap, dan is er een grotere kans op een miskraam.
Later in de zwangerschap treedt er mogelijk een verdikking van de hartwand op, maar verder zijn er tot op heden geen afwijkingen aangetoond bij de ongeboren baby.
Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Inenting tegen de bof is alleen mogelijk met een levend virus. Dit mag en kan dus niet gegeven worden tijdens je zwangerschap. Vooral in de eerste drie maanden is het dus van het allergrootste belang dat je niet in contact komt met de bof, maar ook later in de zwangerschap is de a.s moeder vaak ernstig ziek. Besmetting moet dus voorkomen worden.
Roodvonk (Scarlatina)
Symptomen
Roodvonk of scarlatina is een relatief zeldzame infectieziekte en wordt veroorzaakt door streptokokken bacteriën. Het kan op iedere leeftijd voorkomen, maar wordt vooral bij kleuters gezien. Het is niet schadelijk
voor de ongeboren baby.
Symptomen van roodvonk zijn:
* plotseling hoge koorts
* keelpijn
* frambozentong
* gezwollen amandelen
* hoofdpijn
* braken
* rode puntjes verspreid over de huid
* vervelling van handpalmen en voetzolen
Na enkele dagen ontstaan er kleine rode puntjes in de hals en oksels. Deze puntjes breiden zich over het hele lichaam uit. Typisch voor roodvonk is de aardbeirode dikke tong (ook wel frambozentong genoemd). De ziekte geneest spontaan zonder restletsel (na enkele dagen). Omdat roodvonk wordt veroorzaakt door een bacterie is het mogelijk deze ziekte te behandelen met antibiotica. Bij een zwangere vrouw is het in ieder geval verstandig de koorts te temperen omdat hoge koorts weeën op kan wekken. Verder zijn er geen complicaties of restverschijnselen.
Je gebit en verzorging ervan
Goede gebitsverzorging en mondhygiëne zijn nu je zwanger bent misschien nog wel belangrijker dan ervoor. Dit omdat je eetgewoontes nogal eens willen of kunnen veranderen als je zwanger bent, bijv. door meer behoefte aan zoetigheid. En verder komt tandvleesontsteking vaker voor bij zwangeren omdat door zwelling van het tandvlees en de toename van je zwangerschapshormonen je tandvlees gemakkelijker kan gaan bloeden en hierdoor de kans op ontstekingen toeneemt.
Poets en reinig je gebit regelmatig na het eten maar ook na overgeven met een goede tandpasta, het liefst met een die ontstekingen helpt te voorkomen. Het zure maagzuur kan je tandglazuur aantasten daarom is ook dan goede verzorging belangrijk. Na overgeven is het verstandig eerst het zuur in je mond te neutraliseren door met water te spoelen en dan pas je tanden te poetsen.
Het gebruik van een tandenstoker (of flossen) mag wel maar let er dan wel op dat je het tandvlees niet beschadigt.
Door je zwangerschapshormonen verslappen de bindweefselbanden in je hele lichaam en daardoor kan het lijken of je tanden en kiezen losser gaan zitten dit gevoel verdwijnt na de bevalling vanzelf weer.
De tandarts
Het kan verstandig zijn om eventueel al voor je zwangerschap de tandarts je gebit in orde te laten brengen en om eventuele ontstekingen te laten behandelen maar ook in de zwangerschap is het belangrijk om je gebit goed onder controle te houden door je tandarts of mondhygiëniste om ontstekingen te voorkomen of vroegtijdig op te sporen.
Vertel aan je tandarts wel altijd dat je zwanger bent of bezig bent het te willen worden; hij kan er dan rekening mee houden bijv. met het maken van röntgenfoto's of bij het gebruik van een verdoving (hij gebruikt dan een andere verdoving). We adviseren grote behandelingen uit te stellen tot na de bevalling.
Kwaaltjes
Vroege zwangerschapsverschijnselen
Kwaaltjes wat vroeger in de zwangerschap